Let op: Wij zijn gedurende de maand Juli gesloten. Lees meer

Ontwikkelingsfases van puppy’s en honden

Vanaf dat een puppy wordt geboren, gaat een pup door verschillende ontwikkelingsfases. Eigenlijk begint dit zelfs voordat de puppy wordt geboren en zich ontwikkelt in de buik van de moederhond. Hun hele leven lang ontwikkelen ze zich op verschillende vlakken: op mentaal, fysiek, emotioneel, seksueel vlak, enzovoorts. We nemen kort de belangrijkste ontwikkelingsfases in het leven van een hond door.

Ontwikkelingsfases

Allereerst is het goed om te weten dat de leeftijd waar in de hond zich in een bepaalde  ontwikkelingsfase bevindt, kan verschillen per ras en per hond. De leeftijden die we per ontwikkelingsfase in dit artikel benoemen, zijn richtlijnen. Elke hond ontwikkelt zich anders en in een eigen tempo. Het is belangrijk dat je altijd kijkt naar de individuele pup of hond. In het onderstaande schema worden enkel belangrijke ontwikkelingsfases benoemd en een richtlijn die aangeeft op welke leeftijd zo’n ontwikkelingsfase ongeveer plaatsvindt.

OntwikkelingsfaseLeeftijd (richtlijn)
Prenatale faseVoor de geboorte
Neonatale fase1ste en 2de week
Overgangsperiode2de en 3de week
Bewustwordingsperiode3de en 4de week
Eerste socialisatiefase4 tot 12 weken
Tweede socialisatiefase12 weken tot 6 maanden
Prepuberteit13 tot 16 weken
Juveniele fase4 tot 6 maanden
Wegloopfase4 tot 8 maanden
Pubertijd6 tot 14 maanden
Tweede angstfase6 tot 14 maanden
Tweede pubertijdvanaf 12 maanden
Groei naar volwassenheid1 tot 3 jaar
Volwassenheid3 tot 7 á 9 jaar
OuderdomVanaf 7 jaar
Bron: Fox, 1964; Fox et al., 1968; Fox, 1968; Fox & Weisman, 1970; James & Canonnon 1952; Jones, 2007; Lord, 2012; Rheingold, 1963; Scott, 1958; Scott, 1968; Scott et al. 1974; Scott & Fuller, 1965; Scott & Marston 1950; Strain et al, 1991; Wells & Hepper, 2006. [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15]

Prenatale fase

De prenatale fase vindt plaats voordat een hond geboren is. Tijdens de dracht van een moederhond begint de individuele gedragsontwikkeling van een puppy al. Met name de invloed van de moederhond is erg belangrijk. Los van erfelijke factoren, zijn er invloeden tijdens de dracht die bijdragen aan de gedragsontwikkeling van elke puppy. [16] [17] [18] Is de moeder bijvoorbeeld vaak gestrest tijdens de zwangerschap? Dan wordt het stresshormoon cortisol doorgegeven via het bloed aan de puppy’s. Dit beïnvloed hoe een puppy met stress omgaat tijdens de rest van zijn of haar leven. [19] Zo zijn er nog meer invloeden tijdens de prenatale fase die invloed hebben op de ontwikkeling van het gedrag van ongeboren puppy’s.

Neonatale fase: 1ste en 2de week

Nadat de puppy’s zijn geboren vindt de neonatale fase plaats gedurende de eerste twee weken in het leven van een puppy. De puppy’s worden doof en blind geboren en zijn volledig afhankelijk van hun moeder. Als de moederhond tijdens de geboorte overlijd of om een andere reden niet voor de puppy’s kan zorgen, kan de zorg overgenomen worden door een andere hond of door mensen. Het beste is uiteraard als de puppy’s verzorgd worden door de moederhond. De puppy’s zijn in deze fase vooral bezig met slapen, eten en warm blijven. Ze kunnen temperaturen, aanrakingen en smaak waarnemen. Als de honden gemiddeld 13 dagen oud zijn, gaan de ogen open. De verdere ontwikkeling van de ogen, maar ook de ontwikkeling van de oren vindt in de volgende periode plaats. [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26]

Overgangsfase en bewustwordingsperiode: 2de en 3de week

Na de neonatale fase vindt de overgangsperiode plaats. Deze begint aan het einde van de 2de week en loopt door tot de 3de week in het leven van een puppy. Tijdens deze fase vindt de bewustwordingsperiode plaats. De overgangsfase begint als de puppy zijn ogen opent rond een leeftijd van 13 dagen. Dit is ook wanneer de puppy’s beginnen te leren lopen: dit begint met dat de puppy’s zelfstandig gaan bewegen. De overgangsfase eindigt als de oren open gaan. Gemiddeld gebeurt dit als puppy’s 19,5 dagen oud zijn. Zowel de ogen als oren zijn dan nog niet volledig ontwikkelt. Pas als ze ongeveer 25 dagen oud zijn kunnen puppy’s vormen waarnemen en is het gehoor goed ontwikkeld. [27] [28] Tijdens deze fase leert de puppy veel van zijn moeder en nestgenoten.

De overgangsfase staat voor de overgang van de neonatale fase naar de socialisatiefase. Gemiddeld genomen start deze fase dus als puppy’s 13 dagen oud zijn en eindigt deze fase als ze gemiddeld 19,5 dagen oud zijn. [29] [30]

Eerste socialisatiefase: 4 tot 12 weken

Na de overgangsfase komen puppy’s in de eerste socialisatiefase. Dit wordt ook wel de gevoelige periode genoemd. Er wordt vaak gezegd dat de eerste socialisatiefase ongeveer plaatsvindt als de puppy’s 4 tot 12 weken [31] [32] [33] [34] [35] [36] [37] [38] [39] [40] [41] [42] [43] [44] [45] oud zijn. Andere onderzoekers stellen dat het in feite begint in de 3e week van het leven van de pup, namelijk als ze 19,5 dag oud zijn.

Tijdens deze fase gebeurt er heel veel. Rond 6 weken zijn de ogen van puppy’s volledig ontwikkeld. Tussen de 4 en 8 weken zullen puppy’s nieuwsgierig op nieuwe voorwerpen en situaties afstappen en deze onderzoeken. [46] [47] [48] [49] [50] [50] [52] [53] [54]
Sociaal contact maken met mensen, andere honden en andere dieren is heel erg belangrijk in deze fase. Als je meer wilt weten over het socialiseren van puppy’s, raden we je het artikel ‘Socialiseren van je pup: hoe doe je dat?’ aan.

Vanaf 4 weken zal een puppy vermijding beginnen te laten zien richting onbekende voorwerpen en situaties. De natuurlijke vluchtneiging ontwikkelt zich. Rond 8 weken start de eerste angstfase. Net als de eerste en een tweede socialisatiefase, gaan honden ook door twee angstfases heen.

Eerste angstfase: 8 tot 11 weken

De eerste angstfase kan tussen de 8 en 11 weken beginnen. Tijdens deze fase zijn de hersenen zo geprogrammeerd dat ze angst koppelen aan nare ervaring. Dit is vaak de leeftijd waarop puppy’s van hun moeder en nestgenoten worden gescheiden en verhuizen naar hun nieuwe huis.

Tweede socialisatie fase, prepubertijd, wegloopfase en juveniele fase: 12 weken tot 6 maanden

Vanaf 12 weken tot 6 maanden volgt een tweede socialisatiefase, waarin socialiseren erg belangrijk blijft. Vanaf 12 weken starten puppy’s met het wisselen van de tanden en dit duurt totdat de puppy’s ongeveer 7 maanden oud zijn. Het blijvende gebit komt door.

Rond een leeftijd van 13 weken start ook de prepuberteit en dit duurt ongeveer totdat ze 16 weken oud zijn. Tijdens de prepuberteit gaan de jonge honden steeds meer grenzen verkennen.

Na de prepuberteit start de wegloopfase. Deze kan vanaf 16 weken beginnen, maar dit kan erg verschillen per puppy. Tijdens de wegloopfase ontwikkeld de reuk van de hond zich steeds meer en hebben de jonge pups steeds meer de neiging hun neus achterna te gaan. Soms ruiken ze iets en worden ze hier zo door in beslag genomen, dat ze hun neus achterna lopen. Ze vergeten de eigenaar en lopen weg. Het verschilt flink per puppy in hoeverre mensen hier iets van merken. De ene puppy loopt vrij veel weg, terwijl je bij de andere puppy nauwelijks iets zal merken van de wegloopfase. De wegloopfase kan totdat de hond 8 maanden oud is duren.

Ondertussen start vanaf 16 weken ook de juveniele fase. Deze fase eindigt als de puppy geslachtsrijp is. Het verschilt per puppy wanneer ze geslachtsrijp zijn: dit kan rond 4 maanden zijn, maar ook rond 6 tot 8 maanden. Ze zijn dan seksueel volwassene, maar mentaal en lichamelijk nog niet.

Puberteit, tweede angstfase & groei naar volwassenheid: 6 maanden tot 3 jaar

Rond 6 maanden eindigt de tweede socialisatiefase. Rond deze leeftijd gemiddeld begint de puberteit bij honden. Tijdens de puberteit vindt er een hormonale piek plaats bij de jonge honden. Ondertussen gaan ze ook door de tweede angstfase, waarin de honden weer gevoeliger zijn voor angstige ervaringen. Vanaf 12 maanden gaan ze ook de tweede pubertijd in en begint de groei naar volwassenheid. De tweede puberteitsfase duurt totdat de hond volwassen is geworden. Al die tijd groeit het lichaam van de puppy en is het aanbevolen om de eerste 12 maanden voorzichtig om te gaan qua bewegingen. [56] Het skelet zal volgroeid zijn als de hond tussen de 12-24 maanden is.

Volwassenheid en ouderdom: vanaf 3 jaar

Rond 18 maanden zijn honden in het algemeen sociaal volwassenen in hun gedrag. Rond de leeftijd van 2 á 3 jaar zijn honden in het algemeen volwassene. Zowel mentaal, lichamelijk, emotioneel, sociaal en seksueel zijn de honden volledig ontwikkeld tot een volwassene hond.

Vervolgens vindt de volgende fase plaats in de levenscyclus van een hond. In deze fase wordt een hond senior. De ouderdomsfase start gemiddeld als honden 7 tot 9 jaar oud zijn, maar het kan ook eerder of later. Honden die bijvoorbeeld intens aan hondensport hebben gedaan, kunnen soms op een leeftijd van 6 jaar al in de ouderdomsfase belanden. Grote hondenrassen worden gemiddeld ook eerder senior dan kleine hondenrassen. Ze worden gemiddeld ook minder oud dan kleine hondenrassen. Tijdens de ouderdomsfase kan het gedrag van je hond veranderen, door bijvoorbeeld lichamelijke veranderingen of pijn. De levenscyclus van de hond wordt afgesloten met het overlijden van de hond.

Samenvattend

Samenvattend blijkt dat de levenscyclus van een hond begint voordat ze worden geboren. Tijdens de dracht van een moederhond begint de prenatale fase van een puppy. Na de geboorte gaat een pup door verschillende ontwikkelingsfases. Het begint bij de neonatale fase, de overgangsfase en de bewustwordingsperiode. Daarnaast vindt zowel de eerste en de tweede socialisatiefase, als de eerste en tweede angstfase plaats. Ondertussen vindt ook de prepubertijd  wegloopfase, juveniele fase, puberteit en groei naar volwassenheid plaats. Vervolgens worden de honden volwassenen en als laatste komen ze in de ouderdomsfase. Honden ontwikkelen zich hun hele leven lang op mentaal, fysiek, emotioneel, sociaal, seksueel vlak, enzovoorts. Natuurlijk kunnen er nog meer ontwikkelingsfases worden onderscheiden, maar in dit artikel trachten we de belangrijkste ontwikkelingsfases in het leven van een hond te bespreken.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Fox, M.W., (1964). The ontogeny of behaviour and neurologic responses in the dog. Animal Behaviour 12, 301-310. https://doi.org/10.1016/0003-3472(64)90016-8
  2. Fox, M.W., Inman, O. & Glisson, S. (1968). Age differences in central nervous effects of visual deprivation in the dog. The Quarterly Review of Biology 1, 48-54.
  3. Fox, M.W. (1968). Neuronal Development and evoked ontogeny potentials in auditory and visual cortex of the dog. Electroencephalography and Clinical Neurophysiology. 24 (3). 213-226. https://doi.org/10.1016/0013-4694(68)90002-3
  4. Fox, M.W., & Weisman, R., (1970). Development of responsiveness to a social releaser in the dog: effects of age and hunger. Developmental Psychobiology, 2(4), 277-280. https://doi.org/10.1002/dev.420020414
  5. James, W.T., & Cannon, D.J., (1951). Conditioned Avoiding Response in Puppies. American Journal of Physiology-Legacy Content, 168(1), 251-253. https://doi.org/10.1152/ajplegacy.1951.168.1.251
  6. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329.
  7. Lord, K. (2013). A Comparison of the Sensory Development of Wolves (Canis lupus lupus) and Dogs (Canis lupus familiaris). Ethology, 119 (2), 110-120. https://doi.org/10.1111/eth.12044
  8. Rheingold, H. L. (Ed.). (1963). Maternal behavior in mammals. Wiley.
  9. Scott, J. P. (1958). Critical periods in the development of social behavior in puppies. Psychosomatic Medicine, 20, 42–54. https://doi.org/10.1097/00006842-195801000-00005
  10. Scott, J.P., (1968). Early Experience and The Organization of Behaviour. Brooks/ Cole Publishing Co.
  11. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  12. Scott, J. P., Stewart, J. M., & de Ghett, V. J. (1974). Critical periods in the organization of systems. Developmental Psychobiology, 7(6), 489-513. https://doi.org/10.1002/dev.420070602
  13. Scott, J. P., & Marston, M.-V. (1950). Critical periods affecting the development of normal and mal-adjustive social behavior of puppies. The Pedagogical Seminary and Journal of Genetic Psychology, 77, 25–60. https://doi.org/10.1080/08856559.1950.10533536
  14. Strain, G.M., Tedford, B.L., & Jackson, R.M., (1991). Postnatal development of the brain stem auditory-evoked potential in dogs. American Journal of Veterinary Research, 52(3), 410-5.
  15. Wells, D. L., & Hepper, P. G. (2006). Prenatal olfactory learning in the domestic dog. Animal Behaviour, 72(3), 681–686. https://doi.org/10.1016/j.anbehav.2005.12.008
  16. Denenberg, V. H., & Smith, S. A. (1963). Effects of infantile stimulation and age upon behavior. Journal of Comparative and Physiological Psychology, 56(2), 307–312. https://doi.org/10.1037/h0041461
  17. Thompson, W. R. (1957). Influence of prenatal maternal anxiety on emotionality in young rats. Science, 125, 698–699. https://doi.org/10.1126/science.125.3250.698
  18. Thompson, W. R., Watson, J., & Charlesworth, W. R. (1962). The effects of prenatal maternal stress on offspring behavior in rats. Psychological Monographs: General and Applied, 76(38), 1–26. https://doi.org/10.1037/h0093913
  19. Hinde. R.A. (1970). Animal Behaviour: A Synthesis of Ethology and Comparative Psychology. New York.
  20. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329.
  21. Lord, K. (2012). A Comparison of the Sensory Development of Wolves (Canis lupus lupus) and Dogs (Canis lupus familiaris). Ethology, 119 (2), 110-120. https://doi.org/10.1111/eth.12044
  22. Scott, J. P. (1958). Critical periods in the development of social behavior in puppies. Psychosomatic Medicine, 20, 42–54. https://doi.org/10.1097/00006842-195801000-00005
  23. Scott, J.P., (1968). Early Experience and The Organization of Behaviour. Brooks/ Cole Publishing Co.
  24. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  25. Scott, J. P., Stewart, J. M., & de Ghett, V. J. (1974). Critical periods in the organization of systems. Developmental Psychobiology, 7(6), 489-513. https://doi.org/10.1002/dev.420070602
  26. Strain, G.M., Tedford, B.L., & Jackson, R.M., (1991). Postnatal development of the brain stem auditory-evoked potential in dogs. American Journal of Veterinary Research, 52(3), 410-5.
  27. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329
  28. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  29. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329.
  30. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  31. Ashmead, D. H., Clifton, R. K., & Reese, E. P. (1986). Development of auditory localization in dogs: Single source and precedence effect sounds. Developmental Psychobiology, 19(2), 91–103. https://doi.org/10.1002/dev.420190202
  32. Fox, M.W., (1964). The ontogeny of behaviour and neurologic responses in the dog. Animal Behaviour 12, 301-310. https://doi.org/10.1016/0003-3472(64)90016-8
  33. Fox, M.W. (1968). Neuronal Development and evoked ontogeny potentials in auditory and visual cortex of the dog. Electroencephalography and Clinical Neurophysiology. 24 (3). 213-226. https://doi.org/10.1016/0013-4694(68)90002-3
  34. Fox , M.W., Inman, O., & Glisson, S. (1968). Age differences in central nervous effects of visual deprivation in the dog. Developmental Psychobiology, 1(1), 48-54. https://doi.org/10.1002/dev.420010110
  35. Fox, M.W., & Weisman, R., (1970). Development of responsiveness to a social releaser in the dog: effects of age and hunger. Developmental Psychobiology, 2(4), 277-280. https://doi.org/10.1002/dev.420020414
  36. James, W.T., & Cannon, D.J., (1951). Conditioned Avoiding Response in Puppies. American Journal of Physiology-Legacy Content, 168(1), 251-253. https://doi.org/10.1152/ajplegacy.1951.168.1.251
  37. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329.
  38. Rheingold, H. L. (Ed.). (1963). Maternal behavior in mammals. Wiley.
  39. Scott, J. P., & Marston, M.-V. (1950). Critical periods affecting the development of normal and mal-adjustive social behavior of puppies. The Pedagogical Seminary and Journal of Genetic Psychology, 77, 25–60. https://doi.org/10.1080/08856559.1950.10533536
  40. Scott, J. P. (1958). Critical periods in the development of social behavior in puppies. Psychosomatic Medicine, 20, 42–54. https://doi.org/10.1097/00006842-195801000-00005.
  41. Scott, J.P., (1968). Early Experience and The Organization of Behaviour. Brooks/ Cole Publishing Co.
  42. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  43. Scott, J. P., Stewart, J. M., & de Ghett, V. J. (1974). Critical periods in the organization of systems. Developmental Psychobiology, 7(6), 489-513. https://doi.org/10.1002/dev.420070602
  44. Strain, G.M., Tedford, B.L., & Jackson, R.M., (1991). Postnatal development of the brain stem auditory-evoked potential in dogs. American Journal of Veterinary Research, 52(3):410-5
  45. Wells, D. L., & Hepper, P. G. (2006). Prenatal olfactory learning in the domestic dog. Animal Behaviour, 72(3), 681–686. https://doi.org/10.1016/j.anbehav.2005.12.008
  46. Cairns, R.B. & Werboff, J., (1967). Behaviour development in the dog: An interspecific analysis. Science, 158(3804), pp. 1070-1072.
  47. Fox, M.W., & Stelzner, D. (1966). Behavioural effects of differential early experience in the dog. Animal Behaviour, 14(2), 273-81. https://doi.org/10.1016/S0003-3472(66)80083-0
  48. Fox, M.W., & Stelzner, D. (1966). Approach/withdrawal variables in the development of social behaviour in the dog. Animal Behaviour, 14(2-3), 362-366. https://doi.org/10.1016/S0003-3472(66)80098-2
  49. Freedman, D.G., King, J.A., & Elliot, O., (1961). Critical period in the social development of dogs. Science, 31,133 (3457):1016-7. https://doi.org/10.1126/science.133.3457.1016
  50. Hess, E. H. (1959). Imprinting. Science, 130, 133-141. https://doi.org/10.1126/science.130.3368.133
  51. Lord, K., (2012). A Comparison of the Sensory Development of Wolves (Canis lupus lupus) and Dogs (Canis lupus familiaris). Ethology, 119(2), 110-120. https://doi.org/10.1111/eth.12044
  52. Scott, J. P., & Marston, M.-V. (1950). Critical periods affecting the development of normal and mal-adjustive social behavior of puppies. The Pedagogical Seminary and Journal of Genetic Psychology, 77, 25–60. https://doi.org/10.1080/08856559.1950.10533536
  53. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  54. Wright, J. C. (1983). The effects of differential rearing on exploratory behavior in puppies. Applied Animal Ethology, 10(1-2), 27–34. https://doi.org/10.1016/0304-3762(83)90109-8
  55. https://pawfive.nl/artikelen/socialisatie-van-je-pup-hoe-doe-je-dat/
  56. https://fromthepurityoflotus.nl/fotos-ontwikkeling-skelet-pup/

De gezondheid van de hond

Hoe weet je nou of je hond gezond is? Hoe herken je een zieke hond? Hoe weet je of je hond niet lekker is? Je kan niet alles vanaf de buitenkant zien. Sommige gezondheidsproblemen zijn alleen van binnen te zien. Er zijn heel veel dingen die op gezondheidsproblemen kunnen wijzen. Het is onmogelijk alles te benoemen, maar we noemen enkele belangrijke en veelvoorkomende.

Om de algehele gezondheid van je hond in de gaten te houden, kan je op een paar belangrijke punten letten. Zo kan je kijken naar het lichaam, waaronder de huid, de vacht, ogen, oren, neus en bek van de hond. Ook de lichaamstemperatuur kan je meer vertellen over de gezondheid van je hond. Daarnaast kan je letten op het lichaamsgewicht van je hond, de eetlust van de hond, de ontlasting van de hond, hoe je hond zich beweegt en het algemene gedrag van je hond.

Lichaam en lichaamstemperatuur

Allereerst moet je je hond een beetje leren kennen, zodat je weet hoe hij er ‘normaal’ uitziet. Hoe reageert hij bijvoorbeeld als je thuiskomt of als je zijn eten geeft? Wanneer hij blij is of lijkt je hond minder lekker in z’n vel te zitten? Observeer je hond goed. Als er iets dan afwijkt, zal het je eerder opvallen. Als een hond ziek is, zich niet lekker voelt of er iets medisch aan de hand, zal je vaak symptomen kunnen zien.

De lichaamstemperatuur van je hond kan je ook iets vertellen over de staat van zijn gezondheid. Honden kunnen om verschillende redenen trillen, bijvoorbeeld als ze het koud hebben. De normale lichaamstemperatuur van je hond is 38-39 °C. De temperatuur van je hond kan variëren per tijdstip van de dag. Jonge honden hebben een hogere temperatuur dan oudere honden. Kleine honden hebben een hogere temperatuur dan grote honden. Voor een zeer kleine hond kan een lichaamstemperatuur van 38 °C dus te laag zijn. Voor een zeer grote hond kan een lichaamstemperatuur van 39 °C al betekenen dat de hond een verhoogde temperatuur heeft. Gemiddeld hebben slanke honden ook een hogere temperatuur dan dikke honden.

Vanaf 39,5 °C spreken we over een verhoging en vanaf 40 °C heeft de hond koorts. Vanaf 41 °C is er sprake van hyperthermie, oftewel oververhitting. Dan moet de hond met spoed gekoeld worden en neem dan meteen contact op met de dierenarts. Meet je een temperatuur van minder dan 37,5 °C? Neem dan contact op met de dierenarts.[1]

Het is verstandig om een aantal keer op verschillende tijden in verschillende levensfases van je hond, de temperatuur op te meten en te noteren. Meet het zowel ’s ochtends als ’s avonds, want daar kunnen kleine verschillen in zitten. ’s Avonds hebben honden gemiddeld een hogere temperatuur dan ‘s ochtends. Gebruik een digitale thermometer die je een klein stukje in de anus van de hond steekt. Doe dit elke keer ongeveer even diep, omdat dit de temperatuur ook kan beïnvloeden. Je kan de hond laten staan of liggen en doe het als je hond ontspannen is. Je kan de hond ondertussen aaien ter geruststelling of afleiden met wat brokjes. Of erna wat brokjes geven, omdat je hond het goed gedaan heeft.

Huid en vacht

De vacht van de hond beschermt je hond tegen kou en ook tegen bedreigingen voor de huid. Het is daarom heel belangrijk om de vacht en de huid in goede conditie te houden. Hoe de vacht van een hond eruit hoort te zien, verschilt erg per hond en per ras. Borstel regelmatig, verwijder klitten en check regelmatig de huid van je hond door voorzichtig met je vingers de huid te masseren en kriebelen. Je controleert dan niet alleen op bijvoorbeeld teken, vlooien, parasieten of wondjes, maar het kan ook nog eens lekker ontspannend werken.

Krabt of bijt je hond regelmatig in zijn huid? Dit kan wijzen op een huidallergie, een insectenbeet, parasieten en meer. Tekenen van mogelijk andere gezondheidsproblemen zijn o.a.: kale plekken in de vacht, wondjes, korstjes, rode plekken, bulten onder de vacht en witte schilfers. Stinkt je hond en waar komt dit dan vandaan? Stinkt bijvoorbeeld de vacht of de huid van je hond? Of is de vacht van je hond erg dof? Ook dit kan allemaal op gezondheidsproblemen duiden. Was je hond alleen als dit echt nodig is. Te veel wassen is slecht voor de huid en kan leiden tot huidirritaties. 

Ogen

Heeft je hond vieze ogen of rode ogen? De ogen van de hond moeten schoon en helder zijn. Slaapkorrels in ooghoeken zijn normaal, maar niet als er geel of groen pus zit. Ook het oogwit moet wit zijn. Rode ogen kunnen kort voorkomen als een hond opwinding heeft, maar dit moet snel bijtrekken. Anders kan het zijn dat je hond een irritatie heeft of ontstoken ogen. Als de ogen veel  tranen of er veel traanvocht onder het oog stroomt, wordt dit ook wel traanogen genoemd. Dit kan duiden op verstopte traanbuizen.

Oren

Controleer de oren van je hond regelmatig. De oren moeten schoon zijn aan de binnenkant. Honden kunnen oormijt, oorontsteking, een bloedoor, last van te veel oorsmeer en nog veel meer problemen met de oren krijgen. Honden met hangoren hebben bijvoorbeeld een grotere kans op ontstoken oren en te veel oorsmeer. Een teken dat je hond mogelijk last heeft van zijn oren is als je hond telkens aan de oren gaat krabben of de kop scheef houdt.

Neus

Een droge neus bij de hond hoeft niet meteen reden tot zorgen te zijn, maar de neus dient vochtig te zijn. Veel snot kan op gezondheidsproblemen wijzen. Bij aanhoudende verkoudheid of als je hond veel niest, raden we aan om contact op te nemen met de dierenarts.

Bek

Wat betreft de hondenbek kan je kijken naar de adem, het tandvlees, de tanden en de rest van de bek. De tanden moeten schoon en wit zijn. Bruine randen kunnen duiden op een gezondheidsprobleem. Leer ook de normale kleur van het tandvlees van je hond kennen. Te rood, te geel, te wit, te blauw tandvlees kan duiden op gezondheidsproblemen. Daarnaast zal geen enkele hondenbek ontzettend fris ruiken, maar als de hond erg stinkt uit de bek kan er iets aan de hand zijn. Een vieze adem kan duiden op een gezondheidsprobleem. Tandenpoetsen wordt sterk aangeraden om tandplak en mondinfecties te voorkomen.

Bewegingen

Let op hoe je hond normaal beweegt. Je hond kan gezondheidsproblemen en/of pijn hebben als je ziet dat je hond stramme, stijve poten heeft. Of bijvoorbeeld als je hond op de tenen loopt, hinkt, scheef loopt of naar één kant doorzakt, moeite heeft met opstaan of niet meer mee uit wil. Maak je je zorgen om je hond? Bel even met je een dierenartsenpraktijk voor overleg. Zij kunnen dan met je meedenken.

Ontlasting

Bekijk regelmatig de ontlasting van je hond tijdens het uitlaten, zodat je weet wanneer er iets afwijkt. Ontlasting hoort stevig te zijn. Als je hond heel kan moet persen en een verstopping lijkt te hebben, kan dit duiden op een gezondheidsprobleem. Door stress, verandering van voer of als je hond iets ongewoons heeft gegeten kan de hond ook juist diarree krijgen. Als dit lang aanhoudt, raden we aan contact op te nemen met de dierenarts. Is ontlasting bleek, van vreemde kleur die je niet kan herleiden tot iets wat je hond heeft gegeten of zit er bloed doorheen raden we aan contact op te nemen met de dierenarts.

Eetlust

Eet je hond ineens veel langzamer dan normaal of wil je hond niet eten, raden we aan te overleggen met een dierenarts. Als je hond veel overgeeft, zoals bloed of dingen die je niet kan herleiden tot iets wat je hond heeft gegeten, raden we aan contact op te nemen met de dierenarts. Als je hond veel drinkt of extreem veel dorst heeft, kan op gezondheidsproblemen wijzen. Houd goed in de gaten hoeveel je hond drinkt.

Hierboven zie je een hond met overgewicht

Lichaam en gewicht

Het gewicht van de hond is belangrijk voor het controleren van zijn gezondheid. Eén van de problemen die je veel in Nederland ziet met het hondenlichaam, is dat 35% tot wel 50% van de honden in Nederland overgewicht hebben. [2] [3] Dit kan tot gezondheidsproblemen leiden. Voor elk ras is een gezond gewicht anders. Check daarom goed wat voor jouw hond het ideale gewicht is. De ribben en heupen moet je niet al te goed zien, maar wel kunnen voelen. Als dat niet het geval is dan is de hond te zwaar. Overgewicht kan dezelfde problemen geven bij de hond als bij de mens. Goede hondenvoeding is essentieel voor de gezondheid van uw hond.

Gedrag

Het gedrag van je hond kan je ook vertellen hoe je hond in zijn of haar vel zit. Let bijvoorbeeld op abnormaal gedrag. Oogt je hond lusteloos, is er sprake van een piepende ademhaling, wilt je hond weinig bewegen, komt je hond slap over of kan niet meer op benen staan? Of is je hond ineens veel aan het piepen, trillen, veel hijgen zonder reden of wil ineens op bepaalde plek niet aangeraakt worden? Dit kunnen tekenen zijn dat het niet goed gaat met je hond. Neem het zekere voor het onzekere en bel de dierenarts om de symptomen van je hond te bespreken.

Hou je hond gezond

Om je hond gezond te houden, houdt je de algehele gezondheid van je hond in de gaten. Daarnaast zijn er heel veel preventieve maatregelen die je kan nemen. Denk aan voldoende beweging voor je hond, gezonde voeding die past bij de behoeften van je hond en het laten vaccineren of titeren van je hond. In Nederland is het verplicht om honden te vaccineren tegen de Hondenziekte (ziekte van Carré, Distemper), Leverziekte (Hepatitis Contagiosa canis, HCC) en Parvovirus (Parvo). Daarnaast is het optioneel om honden te vaccineren tegen de Ziekte van Weil (Leptospirose).

Voor honden die naar het buitenland gaan of uit het buitenland komen is het soms verplicht om in te enten tegen Rabiës. Dit wordt in de volksmond ook wel hondsdolheid genoemd. Soms is het nodig om je hond te vaccineren tegen Kennelhoest (Parainfluenza, Bordetella). Dit wordt aangeraden als je hond naar plekken gaat waar veel andere honden komen en er veel contact met andere honden kan zijn. Denk aan bijvoorbeeld hondenshows, maar ook sommige hondenpensions stellen die eis.

Titeren

Uit onderzoek blijkt dat 70% van alle honden te vaak worden gevaccineerd. Titeren van honden, katten en puppy’s kan hiervoor een uitkomst zijn. Titeren betekent vaccineren op maat. Door een bloedonderzoek kijkt de dierenarts of uw huisdier nog voldoende beschermd is tegen bepaalde ziektes. Dit doet hij door te kijken naar de aanwezigheid van antilichamen in het bloed. Zijn deze er nog genoeg, dan is de vaccinatie helemaal niet nodig.

Samenvattend

Kortom, we willen allemaal het liefst een zo gezond mogelijke hond. Om de algehele gezondheid van je hond in de gaten te houden, kan je op een paar belangrijke dingen letten. Zo kan je kijken naar het lichaam, waaronder de lichaamstemperatuur, huid, vacht, ogen, oren, neus en bek van de hond. Het lichaamsgewicht, de eetlust, de ontlasting en de bewegingen van het lichaam kunnen je ook meer vertellen over de gezondheid van je hond. Daarnaast is het algemene gedrag van een hond vaak een belangrijke indicator die je meer inzicht geven in hoe het gaat met de hond. Twijfel je of wil je meer advies? Dan raden we aan om contact op te nemen met je dierenarts.

Snuffelen bij honden

De meeste mensen weten wel dat honden vele malen beter kunnen ruiken dan mensen. Wat echter minder bekend is dat snuffelen vele verschillende voordelen heeft op de fysieke en mentale gezondheid van honden. Zo leidt snuffelen tot een vergroot gevoel van welbevinden, geluk, tevredenheid, beloning en plezier. Daarnaast verlaagt het de stress en lichamelijke pijn in het lichaam.

De neus van de hond

Honden kunnen duizenden malen beter ruiken dan mensen. Het deel van de hersenen dat samenhangt met de werking het reukorgaan is veel groter van afmeting en veel beter ontwikkeld dan het overeenkomstige deel van het menselijke brein. Mensen hebben circa 12 – 40 geurzenuwcellen, terwijl honden maar liefst 220 miljoen – 2 miljard geurzenuwcellen hebben.[1] Honden hebben delen in de hersenen die erop gemaakt zijn, om geuren te herkennen en te onthouden. Een soort enorme geurendatabank, waarmee ze geuren hun hele leven kunnen herinneren. “Zoals wij de wereld zien, zo ruiken de honden hem. Het universum van de hond is een laag van complexe geuren. De wereld van geuren is minstens net zo rijk als de visuele wereld” (Horowitz, 2009). [2]

Honden snuiven met hun neus de lucht op en vangen op die manier de geurmoleculen in de lucht op. De neus van honden is vochtig en werkt als een soort plakband. De geurmoleculen blijven vastkleven aan hun neus. De neusvleugels werken als een soort antennes. Als je goed kijkt naar de neus van een hond (vooral als ze aan het ruiken zijn), zul je zien dat de neusvleugels voortdurend in beweging zijn om geuren op te snuiven en te ontdekken waar de geur vandaan komt. Als de geurmoleculen vastkleven aan de natte neus worden ze tot in detail ontleed en getransporteerd naar verschillende delen van de hersenen. En hun gedrag wordt dan o.a. bepaalt of ze een geur wel of niet herkennen. Honden halen eigenlijk meer informatie uit het ruiken van iets of iemand, dan het bekijken van iets of iemand. Dit verklaart ook bepaalt gedrag wat ze vertonen, wat je bij mensen of andere dieren niet terugziet.

De positieve effecten van snuffelen

Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar de effecten van snuffelen op honden, zowel op mentaal als fysiek vlak. Snuffelen verlaagt het stresshormoon cortisol bij honden. Zo is bij een onderzoek op dit gebied het cortisol in het lichaam van de deelnemende honden gemeten, aan de hand van speeksel-metingen. De cortisol-waarden werden gemeten. Vervolgens mochten de honden snuffelen en werd erna opnieuw een meting verricht. Na het snuffelen bleken de cortisol-waarden gemiddeld lager te zijn.

Het blijkt zelfs dat hoe intenser honden snuffelen, hoe lager de stress wordt. Snuffelen blijkt ook de aanmaak van endorfine, dopamine en oxytocine te stimuleren. Endorfine werkt stress verlagend en geven een gevoel van welbevinden en geluk. Dopamine is een stof die hoort bij het beloningssysteem van de hersenen. Dopamine zorgt voor een gevoel van tevredenheid en beloning. Oxytocine is een neuropeptide dat als hormoon en neurotransmitter fungeert. Het lijkt een belangrijke rol te spelen bij het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier. Snuffelen blijkt ook lichamelijke pijn te kunnen verminderen. Zo stimuleer je allerlei positieve gevoelens bij je hond. 

Je zou dus kunnen zeggen dat snuffelen leidt tot:

  • een vergroot gevoel van welbevinden en geluk
  • een vergroot gevoel van tevredenheid en beloning
  • een vergroot gevoel van plezier
  • een verlaagd stressniveau
  • een verlaging van lichamelijke pijn

Laat je hond snuffelen

Bied je hond dagelijks mogelijkheden om te snuffelen. Begin allereerst bij de dagelijkse wandelen. Soms is het voor het mentale welzijn van een hond beter om in een halfuur 300 meter te lopen in plaats van 3 kilometer te lopen, maar waarbij ze elk plekje kunnen besnuffelen. Wij vergelijken de straat met alle prikkels, waaronder geuren, wel eens met social media voor honden. Aan de hand van de geuren die op straat hangen, kunnen honden heel veel informatie halen.[3] [4] [5] Zo kunnen ze ruiken welke honden en mensen er eerder op die plek hebben gelopen. Aan de hand van hoe sterk een geurspoor er nog hangt, weten ze ongeveer hoe recent het is dat een hond of persoon daar heeft gelopen.

Honden laten onder andere geursporen achter door met urine bepaalde plekken te markeren. Aan de urine van een andere hond, maar bijvoorbeeld ook door bij het kennismaken aan elkaars achterste te snuffelen, vergaren ze informatie over de ander. Is het de geur van een reu of teef? Is de hond gecastreerd of ongeholpen? Hoe oud is de andere hond ongeveer? Gaat het om een zekere of onzekere hond? Is die hond in goed gezondheid of mankeert er lichamelijk iets? Wat heeft de andere hond recent gegeten? En ga zo maar door.

Ten tweede kan je aanvullende mogelijkheden bieden voor je hond om de neus te gebruiken. Zo zijn er verschillende hersenwerken, hersenpuzzels, snuffelmatten en denksporten voor honden. Wil je hier meer over weten? Bekijk ons artikel ‘Wat is denksport voor je hond?‘. Voor meer informatie over de effecten van snuffelmatten en het gebruik ervan raden we het artikel ‘Snuffelmatten: kant en klaar kopen of zelf maken?’ aan. Daarnaast kan een bezoek aan een snuffeltuin een mooie activiteit zijn.

Snuffeltuinen[6]

Een snuffeltuin is een plek waar een hond in vrijheid, ongedwongen, in zijn eigen tempo, veilig zijn neus en andere zintuigen op een natuurlijke wijze kan gebruiken. De snuffeltuin is geen vorm van hersenwerk of neuswerk! De hond hoeft geen voertjes te zoeken en jij hoeft er geen voertjes te verstoppen. Het gaat er juist om dat de hond helemaal kan doen wat hij zelf wil, zich kan gedragen op natuurlijke wijze in veilig, afgeschermd gebied. 

Er zijn diverse snuffeltuinen:

  • Kleine snuffeltuinen: bijvoorbeeld in de achtertuin van een particulier
  • Grote tuinen: met vele struiken of een stukje bos, grote weide of met andere grote objecten zoals bijvoorbeeld een schuur
  • Kan een weide zijn waar dieren op hebben gelopen of een stuk grond waar honden op hebben getraind. Hier hangen dus veel geuren.
  • Er zijn mobiele snuffeltuin: de snuffeltuin wordt op- en afgebouwd voor gebruik

Voordelen van een snuffeltuin:[7]

  • Honden zijn neusdieren (natuurlijk instinct volgen)
  • Stimuleert natuurlijk bewegen (Lekker vrij rond lopen in een veilige omgeving. Veilig voor hond en baas).
  • Mentale uitdaging, het wekt de nieuwsgierigheid van een hond op en stimuleert leervermogen
  • Eigen tempo en zonder druk van anderen
  • Ruiken reduceert het stressniveau en hond wordt ontspannen
  • Belangrijk voor zelfvertrouwen
  • Ontspanning omdat de hond ook ontspannen is. Samen tot rust komen en van je hond kunnen genieten
  • Relatie met je hond verbetert, anders naar je hond leren kijken en eigenaar leert hoe belangrijk snuffelen is
  • Uitje met de hond
  • Oude mensen die zich bijv. in een park niet veilig voelen, mensen die moeten revalideren, mensen die zich eenzaam voelen

Snuffeltuin zijn geschikt en verrijkend voor alle honden. Maar denk ook aan:

  • Angstige honden (trauma, bijtincident, ex-zwerf/asielhond, ex-broodfokhond)
  • Agressieve honden
  • Oude honden
  • Blinde of dove honden
  • Gehandicapte honden
  • Puppy’s
  • Revaliderende honden
  • (Jacht)honden die niet los kunnen

Wil je een keer met je hond naar een snuffeltuin? In Nederland, België en andere landen wereldwijd zijn er diverse snuffeltuinen waar je zelf naar toe kan gaan. Enkele snuffeltuinen in Nederland en België zijn aangesloten bij het Snuffeltuinen Initiatief. Bij deze snuffeltuinen betaal je een kleine toegangsprijs voor of een vrijwillige bijdrage. Deze bijdrage gaat dan naar een goed doel of naar het uitbreiden van de snuffeltuin. De locaties en meer informatie over snuffeltuinen in het algemeen kan je vinden op de website van Snuffeltuinen Initiatief.

Samenvattend

Kortom, stimuleer het snuffelen bij je hond. Dit kan niet alleen vele voordelen voor je hond hebben, maar uiteindelijk ook voor jezelf. Voor meer informatie over hersenwerken, hersenpuzzels, snuffelmatten en denksporten voor honden, check ons andere artikel ‘Wat is denksport voor je hond?‘ Of geef je op voor de Workshop ‘Denksport voor honden

Voor meer informatie over de effecten van snuffelmatten en het gebruik ervan raden we het artikel ‘Snuffelmatten: kant en klaar kopen of zelf maken?’ aan.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Cursus ‘Slimme honden! De intelligentie van honden’ door dr. Esteban Rivas, Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap.
  2. Horowitz, A. (2009). De wereld van de hond (1e ed.). Uitgeverij Balans.
  3. Cursus ‘Slimme honden! De intelligentie van honden’ door dr. Esteban Rivas, Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap.
  4. Horowitz, A. (2009). De wereld van de hond (1e ed.). Uitgeverij Balans.
  5. Bailey, G. (1995/2009). Toepoels Puppywijzer (19e ed.). Uitgeverij J.H. Gottmer / H.J.W. Becht BV.
  6. Geerlings-Wensveen, B. (2020). Snuffeltuinen maken (Workshop). Online: Snuffeltuinen Initiatief.
  7. Geerlings-Wensveen, B. (2020). Snuffeltuinen maken (Workshop). Online: Snuffeltuinen Initiatief.

Hoe leren honden? [Leervormen en begrippen]

Binnen de wetenschap is er veel onderzoek gedaan naar hoe verschillende diersoorten leren. Inmiddels zijn er ook vele onderzoeken wereldwijd gedaan naar hoe honden dingen leren. Leren betekent eigenlijk: nieuwe informatie, vaardigheden of voorkeuren verwerven of bestaande aanpassen’. Het blijkt dat bepaald gedrag is aangeboren en bepaald gedrag wordt aangeleerd. Om je hond iets aan te kunnen leren is het handig om inzicht te hebben in verschillende manieren honden nieuw gedrag aan kunnen leren. In dit artikel bespreken we enkele belangrijke leervormen.

Bij leren verwerft een hond nieuwe informatie, vaardigheden of voorkeuren of past bestaande nieuwe informatie, vaardigheden of voorkeuren aan. Er zijn verschillende leervormen en ze kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Leren is iets anders dan trainen, hoewel je kennis over leervormen kunt toepassen in het trainen met je hond. Bij trainen wordt namelijk het leerproces van een hond gestuurd door mensen. In dit artikel bespreken de volgende leervormen: inprenting, habituatie, latent leren, motorisch leren, generalisatie, discriminatie, inzicht leren, sociaal leren, imitatie leren en conditionering.

Inprenting

Inprenting is een kortdurend proces in de eerste levensfase van een dier, waarbij het leert tot welke diersoort hij of zij behoort. Zo leren honden bijvoorbeeld dat andere honden niet bedoeld zijn om op te eten en weten ze later dat ze zich met andere honden moeten voortplanten. Als het niet goed gaat bij de inprenting van een hond, zie je bijvoorbeeld dat ze niet weten hoe en met wie ze zich moeten voortplanten. Dan proberen ze zich bijvoorbeeld voort te planten met katten of andere ongeschikte diersoorten.

Een bekend voorbeeld van inprenting is het voorbeeld van jonge ganzen die net uit een ei komen. Uit bekend onderzoek van etholoog Konrad Lorenz bleek dat jonge ganzen die net uit het ei komen, het eerste bewegende object in hun omgeving aanzien voor hun moeder. Als de geboorte goed gaat, is het eerste wat een jonge gans ziet als hij uit een ei komt zijn bewegende moeder. Hij zal vanaf dat moment zijn moeder volgen. Echter, als de jonge ganzen dus iets of iemand anders zien bewegen nadat ze uit een ei komen zullen ze dat volgen. Zo zijn er ganzen die een bepaald persoon volgen totdat ze volwassene worden. In het onderzoek van Konrad Lorenz hebben ze ook kussentjes die vast zaten aan touwen laten bewegen. De jonge ganzen die dit zagen volgden na de inprenting de kussentjes. Na de inprenting kwam hier ook een andere vorm van leren aan te pas: conditionering. Deze vorm van leren bespreken we straks nog nader.

Habituatie

De volgende leervorm die belangrijk is om te kennen, is habituatie. Habituatie speelt onder andere tijdens de socialisatiefases van puppy’s een grote rol in hun leerproces. Simpel gezegd betekent habituatie dat een puppy leert omgaan met betekenisloze prikkels en situaties. De puppy leert eigenlijk dat de prikkels en situaties die een puppy potentieel als bedreigend kan ervaren, niet bedreigend zijn. De puppy wordt vaak geconfronteerd met een prikkel of situatie en leert eigenlijk dat wat hij ook doet, de situatie niet verandert. Langzaam neemt de schrikreactie op een prikkel of situatie af. Habituatie wordt ook wel gewenning genoemd.

Wat zijn nou prikkels of situaties die mogelijk als bedreigend ervaren kunnen worden? Denk aan bijvoorbeeld plotselinge en harde geluiden. Zo vinden veel puppy’s stofzuigers in huis in het begin vaak spannend. Mogelijk zullen ze ervan wegrennen, er juist op af gaan om het te onderzoeken, ernaar toe blaffen. Langzamerhand neemt de schrikreactie af. De meeste puppy’s leren uiteindelijk om niet met angst te reageren op een stofzuiger door middel van habituatie. Ook honden die de eerste paar keer de knallen van alarmpistool op het hondensportveld horen zullen eerst schrikkerig reageren. Door middel van habituatie leren ze ermee omgaan. Naast geluiden, kunnen ook plotselinge en snelle bewegingen als potentieel bedreigend ervaren worden door honden. Denk bijvoorbeeld aan fietsers en auto’s die voorbij rijden op straat. Door regelmatig in de stad te lopen kunnen honden hier aan wennen.

Latent leren

Latent leren houdt in dat een hond in een omgeving ervaringen opdoet zonder er een onmiddellijk voor- of nadeel aan te hebben. Deze ervaringen kunnen later worden aangewend om wel voordelen na te streven of nadelen te ontwijken. Als een hond door zijn omgeving wandelt, neemt hij ongemerkt allerlei informatie in hem op. Die informatie kan later handig zijn als hij bijvoorbeeld een plek nodig heeft om een schuilplaats te maken. Of een reu die bijvoorbeeld ruikt dat er recent een loopse teef in de buurt is geweest en kan die kan opzoeken om te kijken of hij zich kan voortplanten. Of een hond die tijdens het lopen ruikt dat zijn of haar aartsvijand zich in de buurt bevindt. Deze vorm van leren is moeilijk om in te zetten in training.

Motorisch leren

Bij motorisch leren, leert het een hond bepaalde bewegingen te maken met zijn lichaam. Puppy’s die leren lopen, rennen en springen bijvoorbeeld. Of honden die leren de juiste bewegingen leren te maken om een behendigheidsbaan zo snel mogelijk te lopen. Of honden die leren balanceren op een bal.

Generalisatie en discriminatie

Generalisatie en discriminatie zijn twee tegenovergestelde vormen van leren. Generalisatie is een manier van leren waarbij honden iets leren aan de hand van specifieke prikkels en situaties. Vervolgens veralgemeniseren ze wat ze hebben geleerd naar andere situaties. Op grond van één voorbeeld worden dan een heleboel gevallen hetzelfde beoordeelt. Bij discriminatie gebeurt juist het tegenovergestelde: de hond maakt juist onderscheid in specifieke prikkels.

Generalisatie en discriminatie kunnen in sommige gevallen heel handig zijn en sommige gevallen ook juist niet. Hiervan gaan we wat voorbeelden geven. Het is bijvoorbeeld handig wanneer een hond leert dat het commando zit in huis hetzelfde betekent als buitenshuis. Of dat ze leren dat een zit-commando op gras hetzelfde betekent als op tegels, tapijt en andere ondergronden. Vaak begrijpen honden dit soort dingen niet automatisch. Hier kan discriminatie een rol bij spelen: de hond heeft het zit commando in een specifieke situatie aangeleerd.

Door middel van generalisatie zijn veel honden in staat om te leren dat ‘zit’ hetzelfde betekent op verschillende plekken. Soms zijn de honden heel erg gewend om commando’s van een persoon te krijgen. Als bijvoorbeeld een ander gezinslid de hond dan een commando geeft, zullen ze dit soms niet meteen begrijpen. Of als een kind een commando geeft, volgt de hond het commando niet op. Of honden die wel op de hondenschool luisteren, maar niet in het park. Het is daarom verstandig om verschillende oefeningen met je hond te trainen op verschillende plaatsen. Je draagt verschillende kleding, hebt verschillende mensen om je heen, enzovoorts. Zo wordt het gedrag van je hond stabiel en voorspelbaar in verschillende situaties.

Sociaal leren

Sociaal leren houdt in een hond leert door interactie met anderen. Dit kan met andere honden, dieren of mensen zijn. Dit kan in interactie met een of meerdere anderen zijn. Je hebt verschillende vormen van sociaal leren. Imitatieleren, ook wel observerend leren genoemd, is bijvoorbeeld een vorm van sociaal leren.

Als puppy’s leren honden al veel van hun moeder en nestgenoten door hun gedrag te observeren. Uit onderzoek is ook gebleken dat honden die eerst kijken hoe andere honden een behendigheidsbaan lopen, daarna sneller weten hoe het moet. Er zijn tegenwoordig trainingsmethoden ontworpen die gebruik maken van deze vorm van leren, zoals de Do As i Do-methode.

Inzicht leren

Inzicht Leren is één van de moeilijkste vormen van leren. Bij inzicht leren moet een onbekend probleem worden opgelost in een onbekende situatie. Om dit te doen moeten eerdere ervaringen worden gecombineerd. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een hond die iets eetbaars wilt pakken van het aanrecht, maar er niet bij kan. Het probleem is dat hij iets wilt pakken, maar er niet bij kan omdat het te hoog ligt. De hond heeft dit probleem in deze situatie nog niet eerder opgelost. De hond schuift vervolgens een stoel tegen het aanrecht aan, klimt op de stoel en kan hierdoor op het aanrecht springen. Zo komt hij bij het lekkers en kan hij dit opeten.

Als je erover nadenkt is het heel knap dat sommige honden in staat zijn om dit soort complexe problemen op te lossen. Hierbij moeten diverse vaardigheden en kennis met elkaar gecombineerd worden. Denk aan ruimtelijk inzicht waarmee de hond begrijp dat hij op de stoel kan springen en vanuit hieruit op het aanrecht kan springen. Dan komen er ook motorische vaardigheden bij kijken, waarmee de hond de stoel op kan schuiven naar de juiste plek. Vervolgens moet de hond in staat zijn om op de stoel en het aanrecht te springen. Hier spelen vaardigheden op het gebied van balans en coördinatie ook weer een rol bij. Toch best knap allemaal.

Conditionering

Conditionering is inmiddels een vrij bekende vorm van leren. Conditionering betekent dat een dier verbanden leert te leggen tussen samenhangende prikkels en gebeurtenissen. Er worden associaties gelegd tussen de prikkels of gebeurtenissen. Dit leidt tot een verandering van gedrag. Er zijn twee soorten conditionering: klassieke conditionering en operante conditionering.

Klassieke conditionering is een vorm van leren waarbij een geconditioneerde stimulus wordt gecombineerd met een ongeconditioneerde stimulus. Simpel gezegd leert een hond verbanden te leggen tussen twee vlak na elkaar volgende prikkels. Onderzoeker Ivan Pavlov ontdekte deze leervorm bij toeval begin 1900. Hij deed onderzoek naar de spijsvertering en de lichaamssappen (zoals speeksel) die komen kijken bij bepaald gedrag. Voor dit onderzoek gebruikte hij honden als proefdieren en bracht hij buisjes aan bij de speekselklieren van de honden. Zo kon het kwijl worden opgevangen, gemeten hoeveel en op welk moment de honden kwijlden. Al snel ontdekte Pavlov dat de honden al speeksel beginnen aan te maken ruim voordat het eten in hun bek belandt.

Ze kwijlen al bij het ruiken van eten, als ze de deur horen opengaan en zelfs als ze de voetstappen van de assistent horen. Pavlov ging zijn onderzoek hier mee op richten en ontdekte het voedsel een ongeconditioneerde stimulus is. Een ongeconditioneerde stimulus houdt in dat het een prikkel is waarop een hond ongeconditioneerde reactie heeft. De reactie is dus aangeboren, niet aangeleerd. De aangeboren reactie in dit voorbeeld is kwijlen. De honden reageerden dus automatisch op het voedsel met kwijlen. Vervolgens ging Pavlov hiermee verder experimenteren. Elke keer voordat de honden het voedsel kregen, klonk er een bepaald geluid. Dit geluid was bijvoorbeeld het geluid van een bel. In eerste instantie hadden de honden geen reactie op het geluid, er was geen aangeboren reactie op de bel. Het geluid had geen specifieke betekenis of waarde voor de honden. Daarom wordt het geluid van de bel een neutrale stimulus genoemd.

Na een tijdje gingen de honden echter een associatie leggen tussen de bel en het voedsel dat elke keer na de bel volgde. Het geluid van de bel kreeg waarde voor de hond en werd een geconditioneerde stimulus . Pavlov kwam erachter dat de honden vanaf dat moment al begonnen te kwijlen bij het horen van de bel, nog voordat ze het voedsel zagen of roken. Klassieke conditionering wordt ook wel associatieleren genoemd. Klassieke conditionering kan bijdragen aan de voorspelbaarheid van de omgeving voor de hond. Zo kan het bijdragen het veiligheidsgevoel van de hond.

De andere vorm van conditionering is operante conditionering. Hierbij maakt een dier geen koppeling tussen twee prikkels, maar tussen het eigen gedrag en effect van het gedrag. Het effect van het gedrag kan zowel positief als negatief zijn voor de hond. Wordt het effect als prettig ervaren door de hond, zal het gedrag dat leidde tot dat prettige effect toenemen. Wordt het effect als onprettig ervaren door de hond, zal het gedrag dat leidde tot dat onprettige effect afnemen. Hierbij spelen bekrachtiging en correctie een rol.

“Bekrachtiging is een procedure om de frequentie, duur of intensiteit van gedrag te doen toenemen. Bekrachtiging houdt in dat gedrag in een bepaalde situatie met een zekere systematiek gevolgd wordt door een consequentie (bekrachtiger), met als gevolg een toename van de frequentie, duur of intensiteit van dat gedrag.”1

Correctie is een procedure om de frequentie, duur of intensiteit van gedrag te doen afnemen. Stel de hond blaft naar de postbode om hem van het terrein te verjagen, omdat hij de postbode als mogelijke bedreiging ziet die van zijn territorium verjaagd moet worden. Vervolgens loopt de postbode weg. Het gedrag van de hond bestond uit blaffen naar de postbode. Het effect was in dit geval: de postbode ging weg. Dit is een prettig effect voor de hond, want de enge indringer is verjaagd en de veiligheid is voor de hond hersteld. Als de hond de volgende keer een indringer wilt verjagen, zal hij hetzelfde gedrag inzetten: blaffen. Dit is een voorbeeld van operante conditionering. Een voorbeeld waarbij het gedrag bekrachtigd wordt is bijvoorbeeld als de hond om een zit wordt gevraagd. De hond gaat zitten (gedrag) en hij krijgt een koekje (effect van het gedrag). Het effect is leuk, want de hond krijgt een lekker koekje. De volgende keer zal de hond weer zitten als hij zit hoort: zijn gedrag zal dus toenemen.

Operante conditionering kan bijdragen aan de beheersbaarheid van de omgeving voor de hond. Dit kan leiden tot minder stress bij een hond.

Samenvattend

Bij leren verwerft een hond nieuwe informatie, vaardigheden of voorkeuren of past bestaande nieuwe informatie, vaardigheden of voorkeuren aan. Er zijn verschillende leervormen en ze kunnen op vele, verschillende manieren worden gecategoriseerd. In dit artikel hebben we enkele belangrijke leervormen besproken. Leren is iets anders dan trainen, hoewel je kennis over leervormen kunt toepassen in het trainen met je hond. Bij trainen wordt namelijk het leerproces van een hond gestuurd door mensen. Niet alleen de invloed van de hond zelf, maar ook van diegene die de hond iets nieuws wilt aanleren is hierbij belangrijk. Inzicht in hoe je hond leert, kan je begrip voor je hond vergroten en het trainen met je hond verbeteren.

Wil je meer leren over dit onderwerp? Wellicht is de Workshop Trainingsmethodes iets voor jou. Hierin bespreken we diverse leervormen en trainingsmethodes.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. GROOT, F. DE (2004): ‘Bekrachtigen, bekrachtigen, en nog eens bekrachtigen. Back to basics: positieve bekrachtiging’; in Gedragstherapie, Volume 37, p. 61-66

Gepubliceerd: Een hondenschool openen in Corona-tijd

Gepubliceerd door: Nederlandse Vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding (O&O), LosVast jaargang 41, nummer 3 2021.

Hoe is het om een hondenschool te openen in Corona-tijd? Welke uitdagingen zijn er en hoe ga je hiermee om? Welke kansen zijn er en hoe benut je deze? Masha Gubkina (BSc, MSc) opende in 2020 hondenschool PawFive en vertelt het verhaal van PawFive.

Het begon allemaal vrij onverwacht. Ik werkte enkele jaren in de zakelijke dienstverlening en werd ineens arbeidsongeschikt. In die periode kreeg ik een sterke behoefte om in het bijzijn van honden te zijn. Ik begon met een aantal oppas- en uitlaathonden, die me allemaal iets anders leerden. Al vrij snel ging ik meelopen met een hondentrainer en gedragstherapeut. Na een tijd kreeg ik meer behoefte aan de theorie achter de praktijk. Onderwijs, bijscholing en informatiedeling heb ik altijd heel belangrijk gevonden. Daarom ging ik de opleiding Kynologisch Instructeur bij de Martin Gaus Academie doen. Om nog meer praktijkervaring op te gaan ben ik stage gaan lopen en vrijwilligerswerk gaan doen bij hondenschool OhMyDog. Ondertussen besefte ik steeds meer dat ik me volledig wilde gaan richten op werken met honden. Langzamerhand begon zich stap voor stap een nieuw plan te ontwikkelen en wist ik steeds meer: ik wil een eigen hondenschool gaan starten.

Ongeveer drie jaar geleden begon ik een bedrijfsplan te schrijven voor een eigen hondenschool. Dit was een proces van enkele jaren, omdat ik nog steeds ziek was. Het schrijven van een bedrijfsplan, dwingt je om goed na te denken over het opzetten van het bedrijf. Begin 2020 ben ik gaan samenwonen met mijn huidige partner Kevin Mol. Bij het kiezen van een nieuwe woonplek, hield ik rekening met de toekomstige hondenschool. De vooruitzichten om in Zeist een hondenschool te openen zagen er goed uit. Daarnaast ligt het heel gunstig in het midden van Nederland. De beslissing werd gemaakt: we gaan naar Zeist!

De eerste stappen

Ondertussen deed begin 2020 Corona zijn intrede in de maatschappij, waardoor de toekomst ineens heel spannend werd. De planning voor de hondenschool werd meerdere keren opgeschoven. Terwijl ik bezig was met de eerste concrete stappen om PawFive te gaan openen, stortte ik me ook op bijscholingen. Zo heb ik de cursus ‘Dog Emotion and Cognition’ behaald bij Duke University. Erna volgden de cursussen ‘The Truth About Cats and Dogs’ en ‘Animal Behaviour and Welfare’ van The University of Edinburgh. Later heb ik de cursus ‘Introduction to Animal Behaviour’ behaald bij Wageningen University & Research. Ook startte ik met de opleiding tot hondengedragstherapeut bij Dogvision. Daar kwamen nog vele andere cursussen, webinars en lezingen van diverse hondentrainers- en scholen bij. Geïnspireerd door alle bijscholingen besloot ik dat we met PawFive niet alleen kennis door middel van groepscursussen wilden gaan aanbieden, maar ook met workshops op het gebied van verschillende hondenthema’s. Ik vond het belangrijk om van te voren een goed plan te hebben: wat gaan we aanbieden en waarom? En hoe pakken we het aan? Welke mensen heb ik daarvoor nodig in het team?

“Ik wil een hondenschool starten”

Ik heb ontzettend veel geluk dat ik vanaf het begin werd bijgestaan door mijn partner Kevin Mol en zijn bedrijf UXRD. Kevin heeft jarenlange ervaring op het gebied van o.a. User Research en Design, User Experience, websites bouwen, SEO en nog veel meer. Hij heeft de website van PawFive gebouwd. Via mijn netwerk kwam ik vervolgens in contact met Maureen Kemeling. Zij geeft al jaren begeleiding en training met therapiehonden aan kinderen en volwassenen met autisme, angststoornissen etc. Zij draagt zowel in privé- als groepstrainingen hele waardevolle kennis bij aan zowel onze klanten als ons hele team.

Het team is uitgebreid met afgestudeerde paraveterinair en kynologisch instructeur Anne Hubregtse. Daar is stagiaire Kaylee van Zutphen bijgekomen die momenteel ook werkt bij een hondenuitlaatservice. Als laatste is daar Susanne Borman van Uitlaatservice Luna bijgekomen. Iedereen draagt zo zijn eigen specialisme bij. Daarnaast hebben wij allemaal binnen ons netwerk meerdere hondenprofessionals met wie we regelmatig sparren: gediplomeerde trainers, gedragstherapeuten, specialisten voor herplaatste en buitenlandse honden, dierenartsen, dierenartsassistenten, asielmedewerkers en andere (holistische) dieren professionals. Inmiddels werken we soms samen met andere hondenprofessionals bij trajecten voor bepaalde klanten. Zo kan je elkaar versterken vanuit verschillende vakgebieden een klant een totaaloplossing bieden. Ik ben erg dankbaar hoe dat zich allemaal heeft ontwikkelt, zeker in deze tijd.

Voor het echter zover was, moest er in die voorbereidende fase nog een geschikte locatie gevonden worden voor de hondenschool. Dit bleek één van de moeilijkste punten te zijn. Zowel het vinden van een binnenruimte als een buitenruimte waar honden zijn toegestaan bleek erg lastig. Wegens de Corona-maatregelen moesten organisaties zelf in kleinere groepen werken. Hierdoor hadden ze hun ruimtes en velden vaker zelf nodig. Het lukte allemaal telkens niet. Ik begon me af te vragen of het me zou gaan lukken om een plek te vinden waar ik les kon gaan geven.

“We gaan naar Zeist”

Er kwam verandering toen ik in contact kwam met de stichting die eigenaar is van Landgoed Beukbergen. Dit landgoed wordt normaal gesproken met name verhuurd aan ministeries en overheden. Defensie, Justitie, Brandweer en Politie maken regelmatig gebruik van Beukbergen. In het najaar was het echter ongewoon stil. Corona creëerde een kans voor mijn hondenschool, die in normale omstandigheden wellicht niet was ontstaan.

De opening

Uiteindelijk was het zover: per 1 december 2020 ging PawFive open! Vanwege de Corona-maatregelen hebben we de plannen continue moeten aanpassen. Vanwege de uiteindelijke lockdown bleken we vanaf de opening alleen privélessen en online diensten aan te kunnen gaan bieden. Corona dwong ons om te gaan omdenken, schakelen en bijsturen. In eerste instantie was het de bedoeling dat Kevin Mol een relatief kleine rol zou gaan spelen bij PawFive. Langzamerhand is zijn rol echter uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van onze gehele dienstverlening. Wij zagen, zeker in deze tijd, een toegevoegde waarde in de combinatie tussen online werken en face-to-face contact met de klanten. Om dit te bereiken zijn we onze krachten gaan bundelen: kennis over honden en online werken.

Langzamerhand werd steeds duidelijker waar PawFive voor moest gaan staan. Het bieden van hoogwaardige kwaliteit, uitstekende klantenservice en een gehele beleving is een must. Onze unieke locatie draagt daar heel mooi aan bij. Ik denk dat in welke branche je dan ook werkt: waarde creëren voor de klanten is een essentieel. Dat geldt ook voor het bieden van een gehele ervaring rondom je dienst. Van het eerste contactmoment tot het laatste contactmoment doen wij ons best om een optimale dienstverlening te bieden.

We werken met professionele, online systemen en live technisch support tijdens de online diensten. Deelnemers kunnen kiezen wat het beste bij ze past: live, achteraf of On Demand deelnemen. Vragen worden live of achteraf via de email beantwoord. Vragen worden vlot, maar met persoonlijke aandacht beantwoord. Hier steken we echt zorg, tijd en aandacht in. Ik merk dat er binnen het hele team oprechte interesse is in onze klanten. Niet alleen in de honden, maar juist in de combinatie tussen de mensen en de honden. Ik vind dat erg mooi om op verschillende manieren terug te zien in het team.

We maken actief kennis met onze klanten en vragen we op verschillende manieren om feedback. Daarnaast analyseren we diverse klantgegevens. Hierdoor krijgen we een mooi beeld van wie onze klanten zijn, wat er bij ze speelt en waar de behoefte aan hulp ligt. We werken met bestaande, positieve trainingsmethodes, maar toetsen ook graag nieuwe inzichten uit de wetenschap en de hondenbranche. Door actief feedback te vragen aan klanten, kunnen we stapje voor stapje ons aanbod steeds meer afstemmen op de behoefte van hondenliefhebbers.

“Klanten reageren positief”

Natuurlijk zitten daar tegenslagen bij en gaat niet alles zoals je het altijd wilt, maar dat hoort bij het proces. Van fouten leer je hoe je iets een volgende keer anders kan aanpakken. Het is mooi om te merken als klanten positief reageren en je weet dat je in de juiste richting gaat. We genieten ontzettend als klanten dolblij of dankbaar vertellen over de vooruitgang die ze hebben gemaakt met hun hond.

De toekomst

Inmiddels is het aanbod uitgebreid met groepslessen, sociale wandelingen, gratis webinars en meer. We zijn verheugd dat we niet alleen hondeneigenaren aantrekken, maar dat ook vele hondenprofessionals hun weg naar ons weten te vinden. Inmiddels hebben we workshops mogen verzorgen aan rasverenigingen, andere hondenscholen, een dierenartsenkliniek en de DierenLot Academie. Dit heeft ertoe geleid dat we recent zijn gestart met PawFive Professional. Dit zijn enkele aanvullende (online) workshops en lezingen over uiteenlopende onderwerpen, die extra verdieping bieden aan hondenprofessionals.

Voor enkele lezingen en workshops zijn we geaccrediteerd door de Raad van Beheer, de SPPD en APDT-BeNe. In de toekomst willen we dit programma en onze dienstverlening stapje voor stapje uitbreiden. Hierbij willen we graag samen gaan werken met nog meer specialisten binnen bepaalde vakgebieden. De focus blijft liggen op onze dienstverlening steeds beter afstemmen op de behoeften van hondenliefhebbers.

Clickertraining: wat is het en wat heb je eraan?

Clickertraining wordt bij o.a. dolfijnen, paarden en olifanten (in de dierentuin), katten, konijnen gebruikt. In de jaren 90’ van de 20e eeuw hebben Karen Pryor en Gary Wilkes clickertraining voor honden bekend gemaakt. We bespreken wat clickertraining is, waar je het voor kan gebruiken, de voor- en nadelen en wat je wel en niet moet doen bij clickertraining. Kortom, een korte introductie betreft het trainen van honden en andere dieren met behulp van een clicker.

De clicker is een plastic apparaatje met een metalen plaatje erin, dat een geluid maakt als je op het metalen plaatje drukt. Je kan een clicker gebruiken voor het aanleren en verbeteren van oefeningen en gedrag. Hierbij komt zowel klassieke conditionering als operante conditionering aan te pas. Het aanleren van de betekenis van de clicker valt onder klassieke conditionering. Dit is een vorm van associatieleren waarbij een dier een verband leert te leggen tussen een onbekende prikkel zonder waarde en een bekende prikkel met waarde. Denk hierbij aan het bekende onderzoek van Ivan Petrovitsj Pavlov met honden, een belletje en voedsel. Op het moment dat de honden in het onderzoek voedsel zagen of roken begonnen ze te kwijlen. Het voedsel was een bekende prikkel die waarde had voor de honden. Het belletje was een onbekende prikkel die geen bijzondere waarde had voor de honden. Als ze een belletje hoorden volgde er in eerste instantie geen reactie: de honden kwijlden niet na het horen van het geluid. Vervolgens kregen de honden een tijdlang een belletje te horen, voordat ze voedsel kregen.

Doordat er elke keer voedsel volgde na het belletje, werd het belletje een voorspeller van voedsel. De honden gingen de prikkel zonder waarde (bel) associëren met de prikkel die waarde heeft (voedsel). Bij het horen van de bel begonnen de honden al te kwijlen, omdat ze het belletje geassocieerd hadden met voedsel. Bij clickertraining wordt het geluid van de clicker, een oorspronkelijk neutrale prikkel gekoppeld aan een ongeconditioneerde prikkel (voertje). Bij clickertraining wordt er vaak gebruik gemaakt van voertjes als beloning, maar ook andere beloningen kunnen ingezet worden.

Nadat het geluid van de clicker met behulp van klassieke conditionering is aangeleerd, gaat ook operante conditionering een rol spelen. Bij operante conditionering leren dieren een verband te leggen tussen hun eigen gedrag en de invloed ervan op hun omgeving. Bijvoorbeeld een hond die leert dat als hij bedelt bij zijn baasje, hij dan een snack krijgt. Of een hond die leert dat het baasje boos wordt als hij op de tafelpoot kauwt. Bij clickertraining kunnen honden leren dat bepaald gedrag de hond een click-geluid (en dus daarna ook een beloning) oplevert.

Wat zijn de voordelen van clickertraining?

Clickertraining kan vele voordelen hebben. Zo kan het erg handig zijn voor hondeneigenaren en -trainers bij het trainen van honden. Bij clickertraining kan er gedrag worden aangeleerd, zonder datje voer in de hand hebt. De voertjes heb je bij de hand, zodat je ze kan pakken na de click. Dit vergroot ook de focus van de honden op de baas, in plaats van op het voer wat de baas vastheeft.

Door gebruik te maken van een clicker heb je daarnaast een hulpmiddel waarmee je het exacte moment dat het gewenste gedrag plaatsvindt, kan markeren. Na het markeren volgt er een beloning voor de hond. Zo is het voor de hond duidelijk welk gedrag de hond een click en beloning oplevert. Deze vorm van trainen stimuleert de honden om zelf na te denken en uit te zoeken welk gedrag hem de beloning oplevert. Honden krijgen meer invloed op het verdienen van beloningen. Dit kan bijdragen aan sneller leren, het vergroten van het zelfvertrouwen van honden en minder frustratie bij zowel hond als baas.

Voor het markeren van gewenst gedrag kan men ook een clickerwoord gebruiken, zoals bijvoorbeeld ‘Yes’ of ‘Goedzo.’ Het uitspreken van een woord duurt echter net iets langer, dan de click van een clicker. Dit scheelt soms maar een paar miliseconden, maar timing is belangrijk bij het trainen. Hoe beter de timing is, hoe sneller de hond het verband tussen het gewenste gedrag en de beloning kan leggen. Dat betekent dus ook dat een eigenaar heel erg oog voor detail leert hebben, om op het juiste moment te kunnen clicken.

De click heeft daarnaast als voordeel dat het altijd hetzelfde klinkt. Ook dit draagt bij aan de duidelijkheid voor honden. Bij het gebruiken van een clickerwoord gebruik je je stem. Je stem klikt niet altijd hetzelfde. Soms ben je moe, gefrustreerd, blij en dit kan effect hebben op hoe je je clickerwoord uitspreekt. De honden kunnen deze emotie horen en voelen. Bij de clicker is dit effect er niet. Ook maakt dit trainen op afstand makkelijk: je kan oefeningen duidelijk op afstand markeren. De duidelijkheid die een clicker kan scheppen, kan bijdragen aan minder frustratie tijdens het trainen. Zowel bij de honden, als bij de mensen.

Wat zijn de nadelen van clickertraining?

Trainen met behulp van een clicker kan ook nadelen hebben. Allereerst moet je je clicker bij je hebben als je gaat trainen. Soms wordt dat als nadeel ervaren door hondeneigenaren. Daarnaast kan het voor sommige mensen erg lastig zijn om een clicker, lijn, voertjes en eventuele hulpmiddelen tegelijkertijd te bedienen. Soms is dit een kwestie van wennen en oefenen, maar het is niet voor alle mensen weggelegd. Daarnaast kan oog voor detail en goede timing best lastig zijn. Juist bij clickertraining is dit belangrijk en als je niet het juiste gedrag op tijd markeert, creëer je onbewust onduidelijkheid voor je hond. Het lukt de hond dan niet om verbanden te leggen en te begrijpen welk gedrag er nou gevraagd wordt. Soms spelen lichamelijke klachten bij mensen hierbij een rol. Hierdoor kunnen mensen niet altijd of zelfs nooit gebruik maken van een clicker. In dat geval kan een clickerwoord of een andere manier om te markeren erg handig zijn. Denk aan een fluitje of lichtsignaal. Ook zijn er verschillende soorten clickers op de markt. Sommige clickers moet je best hard induwen en andere clickers kan je met veel minder kracht gebruiken.

Clickertraining is ook niet geschikt voor elke hond. Sommige honden zijn bang voor het geluid van de clicker. Ook hier kan het soort clicker een verschil uitmaken. Er zijn clickers die een best hard clickergeluid maken en clickers die een zachter geluid produceren. Ook zijn er clickers waarbij je de sterkte van het geluid zelf kan instellen. Zo kan je met zacht beginnen en eventueel je hond langzaam laten wennen aan iets hardere clickergeluiden. Heb je een clicker aangeschaft en merk je dat je hond het geluid spannend vindt? Het kan helpen om eerst te gaan clicken in je jaszak of achter je rug om het geluid wat te dempen. 

Hoe start je met clickertraining?

Als je aan de slag gaat met clickertraining, zijn er een aantal regels waar je je aan moet houden. Dit vergroot je kans op succesvolle trainingen. Allereerst ga je het geluid van de clicker conditioneren bij je hond, totdat je hond het verband heeft kunnen leggen tussen click en beloning. Dit doe je door te clicken en te belonen in verschillende houdingen op verschillende afstanden. Meerdere keren achter elkaar, soms in meerdere sessies. Erna controleer je of je hond de clicker heeft begrepen. Je clickt en wacht of de hond verwachtingsvol jouw kant op kijkt. Zo ja, dan weet je dat de hond weet dat er nu een beloning moet volgen. Zo nee, dan ga je weer door met het aanleren van de clicker.

Na het conditioneren van de clicker kan je verder met trainen. Hierbij is het belangrijk dat je wacht tot de hond het gewenste gedrag laat zien, dan click je en dan beloon je. De gouden regel bij clickertraining is: click is beloning. Dit betekent dat ook een foute click een beloning oplevert voor je hond. Dus als je per ongeluk klikte, je timing niet klopte of om welke reden dan ook! Na het geluid van de clicker krijgt de hond een beloning. Het is niet erg om soms fout te klikken: de goede clicks overschaduwen de effecten van de foute clicks. Tenzij je natuurlijk continue verkeerd clickt en het erg onduidelijk wordt voor je hond. Over het algemeen moet je je niet teveel zorgen maken als je een keer per ongeluk clickt. Dit gebeurt iedereen, zeker in het begin.

De clicker kan op verschillende manieren worden ingezet. Zo wordt er de click bij werk met reddingshonden vaak gebruikt ter aanmoediging en mogen ze later de beloning komen halen. Maar in ‘reguliere’ clickertraining leren honden dat een click het einde van een oefening betekent. De hond leert dus dat de clicker betekent: ‘Goed gedaan, kom je beloning maar halen’. Dat is dan ook de vaste regel: na een click mag een hond zijn gedrag afbreken en zijn beloning komen halen.

Verder click je tijdens een oefening voor een ding per keer. Stel je je voor dat je je hond de oefening ‘af’ aan het aanleren bent. Ineens maakt je hond voor het eerst in zijn leven een driedubbele salto. Hoe knap en geweldig dit ook is, het is niet de bedoeling dat je hiervoor clickt. Zelfs als je eerder op de dag bezig was met het aanleren van een salto of al een week bezig was met het aanleren van die salto. Je bent nu bezig met de oefening ‘af’ en je clickt alleen voor de oefening waar je op dat moment mee bezig bent. Zo schep je duidelijkheid voor je hond.

Verder is het belangrijk om oefeningen in kleine stappen aan te leren. Je gaat pas naar een volgende stap  als de hond ongeveer 5 keer achter elkaar het gewenste gedrag bewust heeft laten zien. Verder is het de bedoeling dat je eerst gaat trainen voor een goede uitvoering. Daarna ga je alleen clicken voor vooruitgang: bijvoorbeeld een nettere uitvoering. Werk eerst aan een goede uitvoering en later aan een snelle uitvoering. Als de hond de oefening beheerst ga je de clicker en de beloningen afbouwen. De clicker is een hulpmiddel om dingen aan te leren en heb je niet meer nodig als het gewenste gedrag onder commando staat.

De meest voorkomende fouten bij clickertraining

Een aantal veelvoorkomende fouten die gemaakt worden zijn: een verkeerde timing bij het clicken. Of geen duidelijk doel voor ogen hebben: wat ga je trainen? Daarnaast hebben mensen soms de neiging om te clicken voor gedrag dat je niet op dat moment aan het trainen bent (denk aan het voorbeeld van de salto!) Een andere veelgemaakte fout is dat mensen de neiging hebben om de beloning al te pakken voordat er geclickt is. Hierdoor wordt niet de clicker de voorspeller van de beloning, maar de handbeweging die gemaakt wordt. Honden hebben dit al heel snel feilloos door als je dit te vaak doet. Hierdoor leren ze op je hand te gaan letten en verliest het geluid van de clicker zijn (voorspellende) waarde. Daarnaast zie je soms mensen die heel nadrukkelijk gaan clicken. Ze gebruiken de clicker bijvoorbeeld als een soort afstandsbediening van een televisie. Vlak voor of tijdens het clicken maakt men dan een hele nadrukkelijke beweging richting de hond. Alsof ze naar de volgende tv-zender zappen met hun clicker. Dit leidt af en is niet nodig. Hou je hond stil of als je er veel moeite mee hebt, kan het helpen om de clicker een tijdje achter je rug vast te houden. Dan click je achter je rug. Dit is aan te raden zodat het geluid van de clicker de voorspeller is en niet je handbewegingen.

Verder zijn er nog een aantal valkuilen: clicken voor oefeningen die je hond al kent, de clicker te lang uitstellen of de clicker niet afbouwen.

Clicker afbouwen

Als een hond een oefening heeft aangeleerd is het tijd om de clicker af te bouwen. Door niet steeds élke uitvoering meer te belonen, zorg je ervoor dat de hond nog beter zijn best gaat doen om de beloning te bemachtigen. Dit is onderzocht in diverse wetenschappelijke onderzoeken. Wat ook blijkt, is dat het nog beter werkt als je de voertjes varieert.[1] [2] De hond weet nu immers niet wanneer hij de beloning krijgt en wát voor een beloning het is; hij wordt nieuwsgierig en gaat beter zijn best doen.

Het afbouwen van de clicker kan met verschillende bekrachtigingsschema’s. Je hebt het schema van de constante verhouding, de variabele verhouding, de constante interval en de variabele interval. Afhankelijk van het einddoel dat je hebt met een oefening, kies je het benodigde schema. De constante verhouding houdt in dat je beloont na een vast aantal herhalingen van bepaald gedrag. Bij de variabele verhouding ga je belonen na een wisselend aantal herhalingen van het gewenste gedrag. Bij de constante interval beloon je op de eerste juiste reactie na een bepaald tijdsverloop. Bij de variabele interval beloon je juist na een variabel tijdsverloop.

Stel: je leert een hond de oefening ‘af’ aan en je wilt de clicker gaan afbouwen. Kies je je ervoor om dat te doen middels de constante verhouding? Dan ga je bijvoorbeeld iedere 3e keer dat je hond gaat zitten op commando belonen. Je vraagt dus om een ‘af’ en de eerste twee keer click en beloon je niet. Je geeft bijvoorbeeld door middel van je stem aan dat de hond het goed heeft gedaan. Vervolgens vraag je weer om een ‘af.’ Dit is de 3e keer dat de hond de oefening uitvoert en nu krijgt de hond wel een click en beloning. Dan de 4e en 5e keer volgt er geen click en beloning en de 6e keer wel. Dus elke 3e uitvoering levert een click en beloning op in dit geval. Uiteraard hoeft het niet de 3e keer te zijn, maar kan het ook de 2e of 4e keer zijn. Dit bepaal je zelf. Zou je kiezen voor de variabele verhouding dan ga je belonen op wisselende momenten. De ene keer bij de 3e uitvoering, dan de 2e, dan de 5e en ga zo maar door.

Bij de constante interval zou je pas belonen als de hond de oefening een bepaald tijdsverloop heeft gedaan. Dus de hond moet bijvoorbeeld de ‘af’ doen en de click volgt na bijvoorbeeld 5 seconden. De hond moet dus 5 seconden af gaan, voordat je clickt en beloond. Elke keer beloon je nadat de hond de oefening 5 seconden heeft gedaan. Ook hier kies je zelf de tijd: dit kan in plaats van 5 seconden ook 10 seconden of 30 seconden zijn bijvoorbeeld. Bij het bekrachtigingsschema met de variabele interval beloon je elke keer bij een variabel tijdsverloop. Dus de ene keer beloon je de hond na 5 seconden ‘af,’ dan na 10 seconden, dan na 30 seconden, dan 2 seconden enzovoorts.

Aan de slag met clickertraining

Wellicht heeft dit artikel je niet alleen geïnformeerd, maar ook geïnspireerd om zelf aan de slag te gaan met clickertraining. Wil je zelf beginnen met clickertraining of je vaardigheden op het gebied van clickertraining uitbreiden? Bij PawFive helpen we je daar graag bij. Zo bieden we de Workshop Clickertraining aan hondeneigenaren in twee delen aan. Je kan één of beide delen doen. In het eerste gedeelte bespreken we de theorie rondom clickertraining. Dit deel vindt online plaats en is ideaal voor mensen die wat verder weg wonen. We nemen een stappenplan door waarmee jij zelf kan starten met clickertraining.

In het tweede, praktijkgedeelte ga je op locatie bij ons kennismaken met clickertraining. Dit gedeelte is gericht op het trainen van honden met de clicker. Je mag hiervoor je eigen hond meenemen. Hierin gaan we aan de slag met het aanleren van de clicker, je timing en laten we je ook clickertraining vanaf een andere kant bekijken. Dan ervaar hoe het is om zelf iets te leren met behulp van een clicker. Vervolgens leren we de honden wat oefeningen aan met behulp van een clicker volgens het stappenplan. Zo kan je onder begeleiding de eerste stappen naar clickertraining zetten of ervaren of het iets voor jou en je hond is.

Voor hondenprofessionals hebben we een speciale Workshop Introductie Clickertraining ontwikkeld. Ook deze workshops is uit twee delen opgebouwd, waarbij je deel 1 of deel 1 & 2 kan doen.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Reid. P.J. (1996). Excel-erated learning. James & Kenneth Publishers.
  2. Riemer, S. & Thompson, H. & Burman, O.H.P. (2018). Behavioural responses to unexpected changes in reward quality. Scientific Reports, 8, (1). DOI: 10.1038/s41598-018-35056-5

Wat is denksport voor je hond?

Denksport is een veelomvattende term die staat voor diverse oefeningen, neuswerk voor honden, hondenpuzzels, denkspellen en spelletjes waarbij honden ‘een probleem’ moet oplossen. Dit biedt verschillende voordelen voor de hond, maar ook voor de baas. Het kan honden mentale uitdaging, verrijking, stress vermindering, plezier en nog veel meer bieden.

Voor zowel mensen als honden bestaan er fysieke sporten. Fysieke sporten die mensen die zijn bijvoorbeeld atletiek, badminton, basketbal, boksen, fietsen, voetballen en golfen. Fysieke sporten voor honden zijn bijvoorbeeld agility, canicross, doggydance, flyball, frisbee, speuren en jachtsport. Daarnaast zijn er ook denksporten voor mensen. Denk aan dammen, schaken en bridge.

Voor honden zijn er weliswaar geen officiële denksporten, maar je een aantal activiteiten vergelijken met dammen en schaken voor honden. Denk hierbij aan oefeningen, hondenpuzzels en spelletjes waarbij de hond ‘een probleem’ moet oplossen. Hierbij worden ze gestimuleerd om hun natuurlijke instinct, hersenen en cognitieve vermogens te gebruiken. Bij denksport kan je denken aan neuswerk, hersenwerk, hondenpuzzels, snuffelmatten, verrijkende spellen en meer. Denksporten zijn met name erg geschikt voor honden vanaf 5 maanden.

Wat zijn de voordelen?

Bij veel denksporten moet een hond een persoon, speeltje of voertje zoeken. Dit doen honden deels met hun ogen of oren, maar vaak gebruiken ze hun neus. Snuffelen verlaagt het hormoon cortisol bij honden. Cortisol wordt ook wel het stress hormoon genoemd. Daarnaast draagt snuffelen bij aan de aanmaak van endorfine, dopamine en oxytocine in het lichaam van de hond. Endorfine werkt stressverlagend en wordt ook wel het gelukshormoon genoemd. Het veroorzaakt een gevoel van welbevinden, geluk en vermindert lichamelijke pijn. Dopamine is een stof die hoort bij het beloningssysteem van de hersenen. Het zorgt ervoor dat de hond zich tevreden en beloond gaat voelen.

Oxytocine is een neuropeptide dat als hormoon en neurotransmitter fungeert. Het lijkt een belangrijke rol te spelen bij het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier. Simpel gezegd: snuffelen draagt bij aan het gevoel van geluk, tevredenheid, beloning en plezier. Het vermindert stress en lichamelijke pijn. Zo stimuleer je allerlei positieve gevoelens bij je hond. Voor het snuffelen wordt de hond niet alleen beloond met positieve gevoelens, maar soms ook met voertjes die hij vindt. Deze voertjes kunnen op zichzelf ook positieve gevoelens bij je hond oproepen. Je hond krijgt dus meerdere beloningen. Dit stimuleert de hond om door te gaan met zoeken. Het snuffelen wordt hierdoor zelf-belonend voor je hond.

Daarnaast kan denksport een mogelijkheid bieden om extra verrijking te bieden aan het leven van je hond. Het kan een hele ontspannende bezigheid zijn voor je hond. Maar ook de inspanning die kan komen kijken bij denksport, kan voordelen bieden. Zo kunnen honden behoeften hebben aan een zoektocht naar eten of naar de jacht op eten. Denksport kan (deels) helpen bij het voorzien in deze behoefte. Na een zoektocht naar eten, speuren of jagen kunnen honden een heel voldaan gevoel ervaren.

Denksport geeft honden ook de mogelijkheid geeft om hun cognitieve vermogens te gebruiken. Bij denksport moeten honden vaak ‘een probleem’ oplossen. De hersenen van de hond worden geactiveerd. Tijdens deze inspanning krijgt de hond een mentale en geestelijke stimulatie. Als het een hond regelmatig lukt om oplossingen te bedenken voor moeilijke problemen, ervaren ze vaker momenten van succes. Dit kan sterk bijdragen aan het zelfvertrouwen van een hond.

Het laatste voordeel dat we nog willen benoemen is dat denksport de band met je hond kan verbeteren en versterken. De mate van samenwerking hangt af van de soort denksport die je doet. Bij sommige activiteiten werk je nauw samen en bij andere activiteiten kan de hond zelfstandiger aan de slag. Afhankelijk van je hond, de fase waarin jullie je bevinden en nog veel meer kan je bepalen welke denksporten het meest geschikt zijn voor jullie.

Wat zijn de nadelen

Het is belangrijk dat je gaat kijken wat je hond leuk vindt om te doen. Je hond zal niet alle soorten denksport even leuk vinden. Sommige oefeningen zullen zelfs frustratie kunnen opleveren bij de hond. Soms ligt dat niet aan de oefening, maar aan de manier waarop jullie de oefening doen. Als je merkt dat je hond gefrustreerd raakt, kan je een paar dingen doen. Vraag jezelf eerst af of de hond de bedoeling van de oefening begrijpt. Heb je het misschien niet duidelijk uitgelegd? Heb je misschien een te moeilijke oefening uitgekozen? Hebben jullie de oefening stap voor stap opgebouwd? Ben je misschien te snel naar de volgende stap gegaan? Soms raken honden gefrustreerd als ze niet begrijpen wat de bedoeling is. Ze kunnen bijvoorbeeld beginnen te blaffen, gaan het spel slopen, verliezen interesse, lopen weg of weigeren nog iets te doen.

Begrijpt de hond het spel wel, maar wilt hij het niet doen? Dit kan verschillende redenen hebben. Mogelijk heeft je hond pijn of slecht geslapen? Is er misschien teveel afleiding om jullie heen? Of heeft hij die dag simpelweg geen zin? Soms kan de oplossing heel simpel zijn: stop en probeer het later, de volgende dag of een paar dagen later weer. Als je hond een spel eerst wel wilt doen, maar erna niet meer kan dat ook verschillende oorzaken hebben. Heb je wel voldoende pauzes genomen? Misschien is de hond moe: fysiek moe of mentaal moe. Soms helpt een korte pauze en soms is het misschien wel voldoende geweest voor die dag. Zeker bij jonge honden, oudere honden en honden met beperkingen moet je niet vergeten daar rekening mee te houden.

Ook zijn er hondenrassen die gewoon snel verveelt raken. Of honden die een oefening twee keer willen doen en het dan wel weer mooi vinden geweest. Verder kan het natuurlijk ook zo zijn dat je hond dat specifieke spel niet leuk vindt. Kijk of je kan ontdekken welke oefeningen je hond leuk vindt om te doen. Ook zijn er honden die überhaupt niet zo gek zijn op denksporten: in welke vorm dan ook.

De spelregels voor denksport met je hond

Als je zelf wilt beginnen met het doen van denksport met je hond. Dan zijn er hier een aantal spelregels voor jou en je hond.

Begin simpel

Begin simpel. Bouw het niveau op en de moeilijkheidsgraad van de spelletjes op. Leer de hond de bedoeling van een spelletje begrijpen. Daar waar nodig, kan je je hond helpen. Stap voor stap kan je het dan iets moeilijker maken. Dit hoeft niet in één sessie. Geef hem even de tijd om uit te zoeken wat de bedoeling is. Zo kan hij zijn intelligentie en cognitieve vaardigheden gebruiken. Verwacht niet van je hond dat hij meteen de moeilijkste spelletjes kan doen. Van kinderen verwachten we ook niet dat ze meteen naar de middelbare school kunnen. Ze gaan eerst naar groep 1, 2, 3, 4, etc. van de basisschool. Het doel bij denksport is niet om zo snel mogelijk het hoogste niveau te behalen. Het gaat om het proces: samen met je hond bezig zijn.

Neem voldoende pauzes

Het is belangrijk om ook onvoldoende pauzes te bieden aan je hond. Het is makkelijk om enthousiast te raken en als je hond enthousiast is, kan het snel gebeuren dat je vergeet om pauzes te houden. Dit is heel begrijpelijk, maar door daar bewust van te zijn kan je erop letten. Pauzes zijn belangrijk, omdat honden moe en overprikkelt kunnen raken. Daarnaast is het doen van nieuwe dingen niet alleen voor mensen, maar ook voor honden spannend. Er kan zowel positieve, als negatieve spanning ontstaan.

Maar ook positieve stress bouwt zich op. Tijdens een pauze kan de spanning weer zakken. Hoe vaak en wanneer je pauzes moet houden is afhankelijk van je hond. Jonge honden kunnen zich kort concentreren en oudere honden zijn sneller vermoeid. Houdt ook rekening met hoe hoog de stress bij jouw hond normaal gesproken is. Heb je een hond die van nature gespannen is, snel zorgen maakt, nieuwe dingen eng vindt of pessimistisch is ingesteld? Dan zal je hond vaker pauzes nodig hebben. Ook kan het zijn dat je je denksport sessies wat korter moet houden. Kijk daarnaast naar hoe opgewonden jouw hond raakt van bepaalde activiteiten. Pas de duur en frequentie van je sessies hierop aan.

Kijk naar de lichaamstaal, stress signalen en kalmerende signalen van je hond om te zien wanneer je hond pauze nodig heeft en wanneer het tijd is om te stoppe

Let op je eigen lichaamstaal

Let op je lichaamstaal wanneer je de hond helpt, iets klaar zet of wanneer je staat te kijken bij de activiteit. Honden communiceren voornamelijk met lichaamstaal. Voor een hond kan het heel spannend of zelfs eng zijn als je over de hond heen hangt. Of als je recht op de hond afloopt of recht voor de hond staat of zit te kijken. Dit zijn dreigende houdingen en de hond zal op zijn minst afgeleid raken.

Je hond kan ook de behoefte of het reflex krijgen om terug te communiceren. Dit doen honden ze bijvoorbeeld met kalmerende signalen. Kalmerende signalen zijn o.a.: wegkijken, langzamer bewegen, ogen knipperen. Hiermee probeert de hond mogelijk om jou te kalmeren en de dreiging (in zijn ogen) te doen stoppen. Ook kan het spannend zijn voor je hond of je hond afleiden van zijn taak, als jouw lichaamstaal tegenstrijdig is. Of als je zelf heel gespannen bent. Of als je je hond te druk gaat aanmoedigen. Dit zijn allemaal dingen die effect kunnen hebben op het verloop van jullie activiteit.

Niks is fout

Voor denksporten zijn er geen competities of wedstrijden. De activiteiten hoeven niet snel of perfect uitgevoerd te worden. Het is juist de bedoeling dat je hond in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier mag onderzoeken wat de bedoeling is. Stel je pakt een denkpuzzel en je verwacht dat de hond meteen de snoepjes gaat zoeken. Misschien is jouw hond het type dat de onbekende denkpuzzel liever eerst nader onderzoekt en besnuffelt. Geef hem of haar die tijd. Daarna kan je het wat meer aanmoedigen om bijvoorbeeld een snoepje te zoeken in de denkpuzzel. Of kan je eventueel helpen.

Let er ook op dat je zelf niet gefrustreerd raakt, een geïrriteerde stem krijgt of ongeduldig wordt. Een hond kan dit als straf ervaren. Je kan het zelfvertrouwen van de hond ermee omlaag brengen. Straf en correcties zijn absoluut uit den boze bij denksport. Indien je een hond straft, kan het zijn dat je hond een volgende keer iets niet durft uit te proberen of te onderzoeken. Dan is het hele doel van denksport weggevallen. Belonen en aanmoedigen is juist heel belangrijk.

Hoe kan ik zelf denksport met mijn hond gaan doen?

Er zijn vele denkspellen die je kan kopen: snuffelmatten, hersenwerk, hondenpuzzels, denkspellen en nog veel meer. Je kan vele denkspellen ook zelf maken: gratis hondenspelletjes. Wees hierin creatief: verstop bijvoorbeeld voertjes in een kartonnen doos of plastic bak. Vul die verder papiersnippers, proppen van kranten papier, kartonnen wc-rollen, ballen, stro, hooi, blaadjes of iets anders. Of bouw een zandbak op of een stuk grond waar je hond kan zoeken, graven, etc. Je kan ook veel normaal materiaal veranderen in materiaal voor denksport: plastic bakjes, simpele plastic vormpjes uit de kinderzandbak, emmers, diepvriesbakjes, rubberen deurmatten met gaten en meer. Zorg er wel voor dat het materiaal dat je gebruikt niet gevaarlijk is om te gebruiken met je hond. Let er bijvoorbeeld op dat het materiaal niet klein genoeg is om in te slikken. Let goed op dat je hond het niet gaat slopen en kleine stukken materiaal doorslikt. Je kan ook zelf een snuffelmat maken voor je hond.

Verder kan je heel veel dingen buiten gebruiken voor denksport. Loop bijvoorbeeld over boomstronken met je hond of laat je hond over boomstronken lopen. Laat je hond over een boomstronk of tak springen, mits je hond geen gezondheidsklachten heeft. Of laat de hond juist onder laaghangende tak doorlopen. Doe een sla om om enkele bomen. Of laat je hond op een afgezaagde boomstronk zitten. Let uiteraard op splinters. Dit kan een mooie balans en coördinatie oefening zijn. Verstop voertjes in een boomschors, in het gras of tussen de bladeren. Laat je hond vervolgens speuren.

Sommige mensen smeren bijvoorbeeld paté op een boomstronk en laten een hond dat eraf likken. Je kan ook van te voren voertjes op een route verstoppen, onthouden waar de voertjes ongeveer liggen en gaan dan langs de route met hun hond lopen. Zo creëer je een snuffelroute vol voertjes voor je hond waar je hond kan speuren. Je kan een parcours lopen om rustig doorheen te lopen. Dit hoeft niet snel: doe het bewust en geniet er samen van. Bij zo’n parcours kan je bijvoorbeeld een rondje om een paal of boom lopen. Je kan je hond onder een bank laten lopen. Loop over verschillende en onregelmatige ondergronden. Dit is ook goed voor honden om de balans en het evenwicht te trainen. Daarnaast helpt het honden om bewuster te worden van hun eigen lichaam. Ze leren hun lichaam op andere manieren gebruiken. Zo kan je zelfs elementen uit fysieke sporten combineren met denksport.

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie in denksporten. Ook wel hersenwerk, denkspelletjes, hondenpuzzels en neuswerk voor honden genoemd. Bij denksport moeten honden ‘een probleem’ oplossen. Het draait niet om snelheid of perfecte resultaten, maar genieten van de activiteit. Het kan honden mentale uitdaging, verrijking, stress vermindering, plezier en nog veel meer bieden. Denksporten kan je zelf aanschaffen, zelf maken en zowel binnen als buiten doen.

Wil je meer leren over denksporten of aan de slag in de praktijk? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Denksport voor je hond. In deze workshop maken jij en je hond op een interactieve manier kennis met verschillende vormen van denksport.

Rashonden, kruisingen en alles daartussenin

Wereldwijd zijn er momenteel honderden hondenrassen. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn er steeds meer hondenrassen ontstaan. Daar komen er jaarlijks meer bij. In Nederland en België worden momenteel zo’n 344 officiële hondenrassen erkend. In dit artikel bespreken we de verschillende hondenrassen en kruisingen die er zijn.

Wereldwijd zijn er momenteel naar schatting circa 400 hondenrassen. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn er steeds meer hondenrassen ontstaan. Jaarlijks komen daar weer meer erkende en niet-erkende hondenrassen bij. De verschillende hondenrassen zijn ontstaan doordat mensen gingen fokken op bepaalde eigenschappen of juist op uiterlijke kenmerken van honden. Dat werd gedaan door te fokken met reuen en teven met gewenste combinaties. Na 2-3 generaties kan al een nieuw hondenras ontstaan.

Er werden honden gefokt voor bepaalde functies en die bepaalde eigenschappen moesten hebben voor hun functie. Denk bijvoorbeeld aan honden voor de jacht, voor het drijven van vee, voor erfbewaking, voor speurwerk of om oorlogen mee te voeren. De benodigde eigenschappen werden aan de volgende generaties doorgegeven. Daardoor zijn honden van bepaalde rassen, zonder training te hebben gekregen, eerder geneigd specifiek gedrag te vertonen, passend bij de functie die deze rassen van oorsprong hadden.

Er zijn verschillende soort hondenrassen: kleine hondenrassen, middelgrote hondenrassen, grote hondenrassen en zeer grote hondenrassen. Er zijn harige hondenrassen, kortharige hondenrassen, langharige hondenrassen, ruwharige hondenrassen, hondenrassen met krulhaar en alles er tussenin. Er zijn rassen die bekend staan als rustige hondenrassen, kindvriendelijke hondenrassen, leuke en aanhankelijke hondenrassen of als hondenrassen die niet verharen. Als je een puppy of hond wilt aanschaffen kan je kijken welke hondenrassen mogelijk het beste bij jullie passen.

Wanneer is een hond een rashond?

Een hond is een rashond als hij aan drie voorwaarden voldoet. De drie voorwaarden zijn:

  • Voldoen aan de rasstandaard voor het ras
  • Beide ouders van de hond moeten tot hetzelfde ras behoren
  • De hond moet geregistreerd zijn in een stamboek

De rasstandaard is een officiële beschrijving van de kenmerken van een hondenras. Hierin worden bijvoorbeeld de bouw, vachtstructuur, vachtkleur en karakter beschreven. Dankzij de rasstandaard lijken alle honden binnen een ras sterk op elkaar. Niet alleen in uiterlijk, maar ook in karakter en gedrag.[1]

De tweede voorwaarde waaraan een rashond moet voldoen is dat beide ouders van de hond tot hetzelfde ras moeten behoren. De derde voorwaarde is dat de hond geregistreerd is in een stamboek. Rashonden die in Nederland worden geboren rashonden krijgen een stamboom van de Raad van Beheer en worden ingeschreven in het Nederlands Honden Stamboek (NHSB). De stamboom is een afstammingsbewijs: je weet met zekerheid wie de vader en wie de moeder van je pup is. Die afstamming wordt ook gecontroleerd door de Raad van beheer met DNA.[2]

Voldoet een hond aan deze drie voorwaarden, wordt het ras bestempeld als een rashond. Voor een niet-rashond zijn verschillende benamingen: look-a-like, hond zonder stamboom en meer. Daarnaast zijn er natuurlijk een heleboel kruisingen van twee of meer hondenrassen. Die worden ook wel eens vuilnisbakjes genoemd.

Erkende hondenrassen in Nederland en België

Wereldwijd zijn er verschillende organisaties die zich bezighouden met het fokken en registreren van rashonden. Nederland en België zijn aangesloten bij de Fédération Cynologique Internationale (FCI). Dit is een internationaal overkoepelende organisatie die zich bezighoudt met alles rondom hondenrassen.[3] In feite is de FCI een samenwerkingsverband tussen een groot aantal nationale kennelclubs. De FCI erkent momenteel ongeveer 344 hondenrassen. Als de nationale kennelclub van het land van herkomst een hondenras erkent, volgt vervolgens erkenning door de FCI.[4] De erkende hondenrassen worden door de FCI ingedeeld in 10 rasgroepen. Deze rasgroepen zijn samengesteld op basis van de functie, eigenschappen en globale overeenkomsten van de hondenrassen.

De 10 erkende rasgroepen

Hieronder is een overzicht van de 10 erkende rasgroepen van de FCI.

Rasgroep 1

Herdershonden en veedrijvers

Rasgroep 2

Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden

Rasgroep 3

Terriërs

Rasgroep 4

Dashonden

Rasgroep 5

Spitzen en Oertypen

Rasgroep 6

Lopende Honden en Zweethonden

Rasgroep 7

(Voor) Staande Jachthonden

Rasgroep 8

Niet-staande Jachthonden

Rasgroep 9

Gezelschapshonden

Rasgroep 10

Windhonden

De indeling van hondenrassen per rasgroep is niet altijd geheel logisch. Je zou verwachten dat alle herdershonden en veedrijvers in rasgroep 1 zouden zijn ingedeeld. In rasgroep 2 verwacht je vanzelfsprekend de Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden. In rasgroep 3 zou je alle Terriërs verwachten en in rasgroep 4 alle dashonden. Bij rasgroep 6 verwacht je de lopende honden en zweethonden, in rasgroep 7 de staande jachthonden en in rasgroep 8 de niet-staande jachthonden zoals dat wordt genoemd. Dan verwacht je in rasgroep 9 de gezelschapshonden die zijn gefokt met als doel mensen gezelschap te houden. En in rasgroep 10 verwacht je alle windhonden.

De meeste herdershonden en veedrijvers zijn inderdaad ingedeeld in rasgroep 1, maar een aantal zijn herdershonden en veedrijvers ingedeeld in rasgroep 5. Ook is bijvoorbeeld de Rottweiler, van oorsprong een veedrijver ingedeeld in rasgroep 2. De Saarloos Wolfshond is wel ingedeeld in rasgroep 1, maar zou beter passen in rasgroep 5. In deze rasgroep vind je niet alleen spitsen en oertypen, maar ook bijvoorbeeld herdershonden, veedrijvers, jachthonden en windhonden. Een ander voorbeeld is de indeling van de Poedel. De Poedel is van oorsprong een jachthond, maar is ingedeeld in rasgroep 9. Ook de Franse Bulldog is ingedeeld in rasgroep 9, terwijl het van oorsprong een rattenvanger is.

Naast de uitzonderingen, zijn er natuurlijk ook globale overeenkomsten tussen de hondenrassen binnen een rasgroep. Deze globale overeenkomsten bespreken we hieronder. Houd er echter rekening mee dat dit globale informatie over een gehele rasgroep is, en dat er tussen de hondenrassen onderling veel variatie en uitzonderingen zijn. Wil je exact weten waar een bepaald hondenras voor is gefokt of welke eigenschappen dit hondenras bezit, raden we om informatie over dat specifieke hondenras te bestuderen.

Rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers

De eerste rasgroep is verdeeld in twee groepen: herdershonden en veedrijvers. Herdershonden zijn honden die van oorsprong gefokt zijn om met schapen en geiten te werken. Zij werken meestal op aanwijzing van de herder met schapen en geiten. Veedrijvers werken meer zelfstandig en werken met koeien en paarden. Zowel herdershonden als veedrijvers hadden vaak ook neventaken zoals het bewaken van het huis als de kudde weer thuis was. Of het verdedigen  van de baas tegen andere mensen tijdens strooptochten. Als je kijkt naar hun functie, kan je je voorstellen dat deze honden eigenschappen nodig hadden zoals waaksheid, beschermend naar baas en wantrouwend naar vreemden. Herdershonden zijn vaak erg gehoorzaam en hebben veel beweging en geestelijke uitdaging nodig. Veedrijvers zijn meer zelfstandig en zelfverzekerd van aard.

Bekende rassen in Rasgroep 1 zijn:

  • Duitse Herder
  • Border Collie
  • Shetland Sheepdog
  • Australische Shepherd

Rasgroep 2: Pinschers en Schnauzers, Molossers en Sennenhonden

De tweede rasgroep is verdeeld in drie groepen: pinschers en schnauzers, molossers en berg- en Sennenhonden. Pinschers en schnauzers zijn oorspronkelijk gefokt voor het verdelgen van klein ongedierte, zoals bijvoorbeeld ratten. Als neventaak hadden zij vaak het beschermen van het huis. Pinschers en schnauzers zijn vaak alerte, snelle, drukke, zelfverzekerde en waakse honden die wantrouwig kunnen zijn naar vreemden. Ze hebben redelijk veel beweging nodig. In huis kunnen het rustige honden zijn, maar buiten worden ze actief.

Molossers stammen af van oorlogshonden die met het leger mee gingen. Ze liepen naast de karren, droegen munitie en ander oorlogsmateriaal, bewaken/verdedigen kamp. Daarnaast hielpen ze ook mee met de jacht. Over het algemeen zijn molossers vreedzaam en vriendelijk van aard, maar ook waaks en territoriaal naar zowel hun huis, erf als mensen. Ze lopen niet harder dan nodig en kunnen soms sloom overkomen. Maar wanneer ze in actie moeten komen, zijn het zeer snelle en moedige verdedigers. Molossers zijn intelligente honden, maar hebben een beperkt vermogen tot samenwerken met mensen. Ze zijn niet altijd even gehoorzaam en maken graag hun eigen beslissingen.

Berg- en Sennenhonden kregen als taak om vee van en naar de weide te drijven, karren te trekken en het huis te bewaken. Het zijn vreedzame, rustige en vriendelijke honden met weinig tot geen jachtinstinct. Ze zijn waaks, hebben een beperkt vermogen tot samenwerken met mensen en zijn niet altijd even gehoorzaam.

Bekende rassen in Rasgroep 2 zijn:

  • Dobermann
  • Boxer
  • Mastiff
  • Newfoundlander

Rasgroep 3: Terriërs

De derde rasgroep is ingedeeld in vier groepen: de hoogbenige terriërs, laagbenige terriërs, terriërs van het bull-achtige type en dwerghonden. Terriërs die oorspronkelijk gefokt werden voor de jacht, zowel boven als onder de grond. Met terriërs werd vaak gejaagd op schadelijk wild en ongedierte. Vaak ging men op pad met terriërs en andere typen jachthonden. De jachthonden speuren en jagen het wild op. De terriërs hadden dan bijvoorbeeld de taak om het wild dat een hol in vluchtte, uit het hol te jagen. Dit deden ze met luid geblaf en door het wild in het hol te belagen. Soms kwam het tot een gevecht. Terriërs moesten dus moedige honden zijn. Vaak hebben ze een temperamentvol en uitgesproken karakter. Ze kunnen veel blaffen. Ook werden terriërs gefokt op een lage pijngrens, een krachtig gebit en een hoge reactiesnelheid.

Bekende rassen in Rasgroep 3 zijn:

  • Jack Russel Terriër
  • Australische Terriër
  • Amerikaanse Staffordshire Terriër
  • Yorkshire Terriër

Rasgroep 4: Dashonden

Rasgroep 4: DashondenDe vierde rasgroep bestaat uit dashonden, ook wel teckels genoemd. De rasgroep heeft geen onderverdeling in meerdere groepen, maar bestaat uit een groep. Dashonden zijn van oorsprong gefokt voor jacht onder de grond. Dit zie je terug in hun compacte bouw. Dashonden achtervolgen luid blaffend het wild. Over het algemeen zijn teckelse vrolijke, zelfstandige, waakse en actieve honden.

Bekende rassen in Rasgroep 4 zijn:

  • Dashond
  • Dwergdashond
  • Kaninchen Dashond

Rasgroep 5: Spitzen en Oertypen

De vijfde rasgroep is eigenlijk een verzameling van allerlei verschillende hondenrassen die niets met elkaar te maken hebben. Het is een mengelmoes van spitsen, jachthonden, herders, veedrijvers, windhonden, poolhonden, trekhonden en naakthonden. De eigenschappen verschillen te sterk onderling van elkaar, om er zelfs globaal iets over te kunnen zeggen.

Bekende rassen in Rasgroep 5 zijn:

  • Chow Chow
  • Alaska Malamute
  • Akita
  • Podenco Ibicenco

Rasgroep 6: Lopende Honden en Zweethonden

Lopende honden worden ook wel brakken genoemd. De zesde rasgroep is onderverdeeld in drie groepen: drijvende honden, zweethonden en aanverwante rassen. De eerste groep, de drijvende honden, werden gefokt om wild op te sporen en op te drijven, zodat de jager het wild kan schieten.

Zweethonden werden gefokt om een zweetspoor van wild te ruiken en te volgen. Zweet is de jagersbenaming voor bloed. Een zweetspoor bestaat uit bloed van wild dat is aangeschoten, maar ook uit de geur van angst. Een zweethond gaat dan samen met zijn voorjager een nazoek doen op het zweetspoor.

De aanverwante rassen behoren ook tot deze rasgroep. Hun functies zijn zeer divers. Wel kunnen we iets zeggen over de eigenschappen die de honden van deze gehele rasgroep vaak bezitten. Vanzelfsprekend zijn het honden met een sterke jachtpassie. Vaak hebben ze een groot uithoudingsvermogen en een hoge pijngrens. Ze zijn vaak sociaal naar andere honden en hebben vaak moeite met alleen zijn. Ze luisteren niet altijd perfect, zeker als ze iets interessant hebben geroken.

Bekende rassen in Rasgroep 6 zijn:

  • Beagle
  • Bloedhond
  • Dalmatische Hond
  • Rhodesian Ridgeback

Rasgroep  7: Staande Jachthonden

Rasgroep 7: Staande JachtondenStaande Hond verwijst naar de oorspronkelijke rol van deze honden: voorstaan. Deze honden hadden als taak om vogels te lokaliseren en vervolgens aan de jager door te geven waar de vogel zich bevindt. Dit doorgeven doen de honden door voor te staan: ze gaan doodstil staan met opgeheven poot, hoofd en hals in het verlengde van hun rug. Soms wijst de staart ook stijf naar achter, maar dit hoeft niet. Staande honden kunnen zo wel een uur staan. Setters doen hetzelfde, maar gaan soms liggen. Als de jager in positie is, mag de hond de vogel op commando opjagen. Dan kan de jager de vogel vervolgens neerschieten. Sommige rassen zijn ook gefokt met als taak om de aangeschoten vogel vervolgens op te halen. Als neventaak hadden de staande jachthonden vaak ook het bewaken van het huis, als ze niet op jacht waren.

De zevende rasgroep is verdeeld in twee groepen: continentale staande honden en Britse en Ierse Staande Honden. Het verschil zit in de afkomst van honden en de functies waarvoor ze gefokt werden. Qua karaktereigenschappen zijn er weinig verschillen. Staande honden zijn honden die snel leren, graag aan het werk gaan en een groot uithoudingsvermogen hebben. Ze hebben veel beweging nodig. Verder kunnen ze zich neutraal tot afwachtend naar vreemden opstellen.

Bekende rassen in Rasgroep 7 zijn:

  • Ierse Setter
  • Duitse Staande Hond
  • Vizsla
  • Stabijhoun (Friese Stabij)

Rasgroep 8: Niet-staande Jachthonden

De achtste rasgroep is verdeeld in drie groepen: retrievers, spaniels en waterhonden. Retrievers werden gefokt om aangeschoten wild op te halen. De naam zegt het al een beetje: retrieven betekent in het Engels letterlijk ‘ophalen.’ Om het wild in de beste staat terug te brengen, zijn retrievers gefokt op een zachte beet. Ze moeten in staat zijn het wild zacht in de bek te nemen. Verder hebben ze een passie voor het vangen van prooi. Ze zijn over het algemeen erg vriendelijk, mensgericht en sociaal naar zowel mensen als andere honden. Retrievers zijn over het algemeen geen waakse honden.

Spaniels worden ook wel opstotende honden genoemd. Spaniels werden vaak gebruikt door valkeniers. Zij hadden als taak om wild op te stoten. Vervolgens stuurde de valkenier een valk om het wild te grijpen. Spaniels zijn actieve, vriendelijke honden die snel leren. Ze zijn zowel sociaal naar mensen als honden en vrijwel niet waaks.

Waterhonden zijn gefokt om te werken in het water. Zo hielpen ze onder andere mee met het binnenhalen van vissersnetten. ’s Nachts hadden ze als neventaak het bewaken van boten. Het zijn echter geen waakse honden van aard. Net als retrievers en spaniels zijn het actieve, vriendelijke en mensgerichte honden. Ook zijn ze zowel naar mensen als andere honden gemiddeld genomen erg sociaal.

Bekende rassen in Rasgroep 8 zijn:

  • Labrador Retriever
  • Amerikaanse Cocker Spaniël
  • Nederlandse Kooikerhondje
  • Ierse Waterspaniel

Rasgroep 9: Gezelschapshonden

De honden uit de negende rasgroep werden gefokt om mensen gezelschap te houden. Het moesten dus honden zijn die makkelijk in de omgang met mensen zijn. Ze zijn gefokt op eigenschappen zoals vriendelijkheid, zachtaardigheid en speelsheid. Vaak zijn het kleinere hondenrassen. Echter kunnen ze soms fel, luidruchtig en agressief zijn. Dit zijn niet zozeer rasspecifieke eigenschappen, maar aangeleerd gedrag.

Bekende rassen in Rasgroep 9 zijn:

  • Chihuahua
  • Chinese Naakthond
  • Franse Bulldog
  • Poedel

Rasgroep 10: Windhonden

De tiende rasgroep bestaat uit honden die gefokt zijn om te jagen met ogen te jagen, in plaats van met de neus. Deze rasgroep is verdeeld in drie groepen: langhaar windhond, ruwhaar windhond en korthaar windhond. Windhonden kunnen in stilte en met zeer grote snelheden wild achtervolgen en doden. Ze zijn zeer alert op beweging, wendbaar en bewegelijk. Ze hebben veel beweging nodig. Vaak zijn ze buiten erg actief, maar binnen kunnen ze zeer rustig zijn. Over het algemeen zijn het vriendelijke honden, maar vaak wel terughoudend naar vreemde mensen.

Bekende rassen in Rasgroep 10 zijn:

  • Afghaanse Windhond
  • Barsoi
  • Deerhound
  • Whippet

Nogmaals, houd er goed rekening mee dat we in dit artikel globale informatie per rasgroep bespreken. Dit betekent dat er dus tussen de hondenrassen onderling, veel variatie en uitzonderingen zijn.

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie hondenrassen, kruisingen en alle honden daartussen in. Nederland en België zijn aangesloten bij de Fédération Cynologique Internationale (FCI). Dit is een samenwerkingsverband tussen een groot aantal nationale kennelclubs. De FCI erkent momenteel ongeveer 344 hondenrassen, ingedeeld in tien rasgroepen. Aan de hand van de tien rasgroepen hebben we in dit artikel de globale functies en eigenschappen van al deze rashonden. Daarnaast zijn er natuurlijk nog een heleboel niet ras-honden.

Wil je meer weten over zowel rashonden als rasloze honden? PawFive biedt een Workshop Hondenrassen waarin we nog meer inzoomen op verschillende hondenrassen. We bespreken met meer verdieping waar diverse hondenrassen van oorsprong voor gefokt zijn. We kijken naar de  invloed van een ras heeft op de eigenschappen, behoeftes en training van de hond. In welke opzicht is het trainen van een Berner Sennen anders dan het trainen van een Labrador Retriever? Hoe kunnen hondeneigenaren daar rekening mee houden?

Natuurlijk worden de effecten van het oorspronkelijke ras op een kruisingen ook meegenomen. Dit kan bijdragen aan de kennis over je hond, wat je in huis hebt gehaald en wat je van je hond kan verwachten. Ook voor mensen die zich oriënteren op de aanschaf van een hond is deze workshop uiteraard erg interessant. Wil je meer leren over honden en hondenrassen? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Hondenrassen.

Het ontstaan van de hond

Honden stammen af van de wolf. Inmiddels is de hond waarschijnlijk de diersoort met de meeste fysieke variatie.[1] We kennen bijvoorbeeld Chi Hua Hua’s van 1,5 kilo tot een Deense Doggen van bijna 90 kilogram. De lichaamsbouw, kop, oren, staart, vacht kent vele variaties. Hoe kan het dat al deze verschillende typen honden van dezelfde soort wolf afstammen?

De hond (Canis lupus familiaris) is een roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae). DNA onderzoek wijst uit dat de Euraziatische grijze wolf de voorouder is van gedomesticeerde honden. Van daaruit is de hond geëvolueerd naar een diersoort met vele verschillende verschijningen. Honden zijn waarschijnlijk de diersoort met de meeste fysieke variatie.[2] We kennen bijvoorbeeld kleine hondenrassen zoals de Chi Hua Hua die 19 cm hoog en 1,5 kilo kan zijn. Er zijn grote hondenrassen zoals de Deense Dog die wel 107 cm hoog en bijna 90 kilogram kunnen worden. En er zijn honderden hondenrassen die er tussen in liggen qua hoogte, gewicht en uiterlijk.

De vorm van het de kop, schedel, neus en lichaamsbouw van honden kunnen sterk variëren. Er zijn honden met tiporen, knoporen, rozenoren, hangende oren, kurketrekkeroren, lobvormige oren en meer. Ook de staart kent vele variaties: zwaardstaarten, otterstaarten, sikkelstaarten, ringstaarten en krulstaarten. We kennen daarnaast honden met onder andere korte en lange beharing, krulhaar, ruwhaar en zelfs naakthonden. Hoe kan het dat al deze verschillende typen honden van dezelfde wolvensoort afstammen?

Waar komt de hond vandaan?

Honden stammen af van de wolf. Wolven zijn zeer intelligente roofdieren die jagen in georganiseerde roedels. Ze hebben grote hersenen, een grote schedel en lange, krachtige kaken. De kaken bestaan uit grote tanden en kiezen waarmee ze door botten en vlees  kunnen snijden. Aan de voorkant van hun gebit zitten hoektanden, waarmee ze een prooi kunnen vastgrijpen. De wolf veranderde heel erg toen het de ‘protodog’ werd.[3] Naar schatting gebeurde dit zo’n 35.000 jaar geleden. Er zijn fossielen die suggereren dat hondachtige dieren al meer dan 30.000 jaar bestaan.[4]

Een deel van de Euraziatische grijze wolven heeft zichzelf getemd. Deze groep wolven begon mensen te tolereren en ging leven in de buurt van mensen. Ze aten voedselresten die mensen weggooiden.[5] Deze wolven evolueerden zich tot de ‘protodog.’ “De hersenen en de schedel werden kleiner. Waarschijnlijk gebeurde dit omdat het zoeken naar voedsel niet zoveel hersenactiviteit nodig had, als het jagen op prooidieren met een georganiseerde roedel. De protodog had de dodelijke tanden en kiezen van een roofdier ook niet nodig. De snuit werd ook korter. Het lichaam werd een stuk kleiner: de protodog hoefde immers geen grote prooidieren neer te halen. De protodog evolueerde naar een steeds kleiner lichaam. Dit gebeurde tot het lichaam nog maar de grootte had van 2/3 van het lichaam van de wolf. De wolf was geëvolutioneerd in een wezen dat qua uiterlijk er heel erg uitzag, als de hond die we vandaag kennen.”[6] Genetische onderzoeksgegevens suggereren dat honden ongeveer 15.000 jaar geleden verschenen. 

Domesticatie van honden

Domesticatie is het proces van toenemende wederzijdse afhankelijkheid tussen mens en dier. Dit proces gaat gepaard met mutaties: veranderingen in erfelijke eigenschappen. De eerste resten van de gedomesticeerde hond die zijn gevonden komen uit het vroege Neolithicum. Het Neolithicum wordt ook wel de nieuwe Steentijd genoemd. Dit is een prehistorische periode die circa 10.000 voor Christus begon.[7] [8] De domesticatie van honden vond in verschillende gebieden over de hele wereld plaats. In het oosten van China begon dit al zo’n 34.000 jaar geleden. In Europa gebeurde dit zo’n 15.000-16.000 jaar geleden. In het Midden-Oosten lijkt de domesticatie zo’n 13.000 jaar geleden te zijn begonnen. De eerste functie van de hond was het dienen als waakhond, daarna jachthond en als vleesproducent.[9]

Ontstaan hondenrassen en kruisingen

In de loop van de jaren ontstonden er steeds meer variaties in het uiterlijk van de hond. Ondanks dat er zoveel variatie is in hondenrassen, is er toch maar 20% DNA variatie met de wolf. Een klein aantal genen zorgt dus voor een grote variatie. De grote verschillen bij honden zijn o.a. ontstaan doordat mensen gingen fokken op bepaalde eigenschappen of functies. Zo kwamen er hondenrassen met goede eigenschappen voor de jacht, voor het drijven van vee, voor erfbewaking, voor speurwerk of om oorlogen mee te voeren. Deze eigenschappen werden aan de volgende generaties doorgegeven. Daardoor zijn honden van bepaalde rassen, zonder training te hebben gekregen, eerder geneigd specifiek gedrag te vertonen, passend bij de functie die deze rassen van oorsprong hadden. Daarnaast is er gefokt op bepaalde uiterlijke kenmerken van honden, waardoor de variatie in het uiterlijk van honden steeds groter is geworden. Kortom, mensen combineren het uiterlijk en gedrag van enkele bestaande hondenrassen. Dat werd gedaan door te fokken met reuen en teven met gewenste combinaties. Na 2-3 generaties kan een nieuw hondenras al ontstaan.[10]

De oudste hondenrassen zijn de Shar-Pei, Chow Chow, Akita, Shiba, Basenji, Siberische Husky, Alaska Malamute, Afghaanse Windhond en Saluki.[11] Dit zijn hondenrassen die over de hele wereld zijn ontstaan. De de Shar-Pei en Chow Chow komen van oorsprong uit China.[12, 13] De Akita en de Shiba komen uit Japan.[14, 15] De Siberische Husky komt oorspronkelijk uit Siberië.[16] Dit is een groot gebied in Noord-Azië dat voor het grootste deel is gelegen in het Aziatische deel van Rusland. De Alaska Malamute vindt zijn oorsprong in Alaska.[17] Alaska is een staat van de Verenigde Staten, gelegen in het Noord-Oosten van Noord-Amerika. De Afghaanse Windhond is ontstaan in Afghanistan[18] en de Saluki komt uit Iran.[19] De Basenji is een Afrikaanse hond, die zijn oorsprong in Congo heeft.[20] Inmiddels zijn er meer dan 400 gestandaardiseerde hondenrassen wereldwijd.

De wereld van hondenrassen

Fokkers en rasverenigingen

Tegenwoordig zijn er vele organisaties en mensen wereldwijd die zich bezighouden met het fokken van honden. Zo zijn er vele fokkers die zich bezighouden met het fokken van honden. Er zijn zowel hobby fokkers, professionele fokkers als broodfokkers. Daarnaast zijn er rasverenigingen die de belangen van één of enkele specifieke hondenrassen behartigen. Er zijn grote en kleine, landelijke en regionale, actieve en minder actieve rasverenigingen. De activiteiten die rasverenigingen bijvoorbeeld kunnen uitvoeren, zijn: het organiseren van wandelingen, clubdagen, dekreuen parades, nestinventarisaties, gedragstesten en onderlinge wedstrijden.

Kennelclubs

Verder zijn er ook vele kennelclubs in elk land. Zij houden zich op nationaal niveau bezig met de belangen van het fokken van hondenrassen. Ze organiseren daarnaast hondensporten en hondenshows. Denk hierbij aan (internationale) kampioenschapsprijzen op gebied van schoonheids- en werkkampioenschappen. In bijna ieder land is er slechts één toonaangevende kennelclub. Die houdt zich bezig met alles wat te maken heeft met het fokken en houden van rashonden. In Nederland is dat de Raad van Beheer en in België de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus. Rasverenigingen, fokkers, kleinere kennelclubs zijn vaak aangesloten leden bij deze toonaangevende kennelclubs.

Kynologenclubs, hondenscholen en Federatie Hondensport Nederland (FHN)

Vroeger vond het opvoeden en trainen van honden in eerste instantie plaats bij traditionele, regionaal gerichte Kynologenclubs. Ze zijn erkend door de Raad van Beheer en van oudsher erg gericht op rashonden. Vaak waren honden zonder stamboom niet welkom in de lessen. De Kynologenclubs hadden een gesloten karakter, maar daar begint verandering in te komen. Niet-rashonden worden tegenwoordig ook toegelaten. Bij Kynologenclubs (KC’s) werken vaak vrijwilligers.

Tegenwoordig zijn er ook commerciële hondenscholen. Sinds 1992 is er Federatie Hondensport Nederland (FHN) opgericht, waar hondenscholen, verenigingen en stichtingen zich bij kunnen aansluiten op het gebied van Gedrag en gehoorzaamheid, Behendigheid/, Flyball en Apporteersport. Er worden onderlinge competities georganiseerd op gebied van deze vier hondensporten. Hier mogen dus ook honden zonder stamboom aan meedoen.

Fédération Cynologique Internationale (FCI)

Naast de nationale kennelclubs zijn er nog op internationaal niveau overkoepelende kennelclubs. Veel landen aangesloten bij de kennelclub Fédération Cynologique Internationale (FCI). Groot-Brittannië  is echter aangesloten bij zijn kennelclub: The Kennel Club. Australië en de Verenigde Staten hebben meerdere toonaangevende kennelsclubs. De bekendste overkoepelende kennelclub van de Verenigde Staten is de American Kennel Club (AKC). Tussen deze overkoepelende kennelclubs zijn er verschillende visies en werkwijzen. Zo erkent de FCI momenteel zo’n circa 344 rassen. The Kennel Club erkent momenteel circa 221 rassen (220) en de American Kennel Club (AKC) erkent circa 193 rassen.

Zowel Nederland als België zijn aangesloten bij de FCI. Dit betekent dat er in deze landen momenteel zo’n circa 344 rassen worden erkend. De FCI deelt deze hondenrassen in, in tien hondenrasgroepen. Deze hondenrasverdeling is samengesteld op basis van de functie, eigenschappen en globale overeenkomsten van deze hondenrassen.

Rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers
Rasgroep 2: Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden
Rasgroep 3: Terriërs
Rasgroep 4: Dashonden
Rasgroep 5: Spitzen en Oertypen
Rasgroep 6: Lopende Honden en Zweethonden
Rasgroep 7: (Voor) Staande Jachthonden
Rasgroep 8: Niet-staande Jachthonden
Rasgroep 9: Gezelschapshonden
Rasgroep 10: Windhonden

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie in het ontstaan van de hond. We hebben het kort gehad over de afstamming van de hond, domesticatie van honden en het ontstaan van hondenrassen en kruisingen. Daarnaast hebben we de wereld van hondenrassen in kaart gebracht: van fokkers, rasverenigingen, kennelclubs, Kynologenclubs, commerciële hondenscholen en Federatie Hondensport Nederland (FHN) tot aan de Fédération Cynologique Internationale (FCI).

Er is natuurlijk nog veel meer hierover te leren. PawFive biedt een Workshop Hondenrassen waarin we nog meer inzoomen op verschillende hondenrassen. We bespreken waar diverse hondenrassen van oorsprong voor gefokt zijn. We kijken naar de  invloed van een ras heeft op de eigenschappen, behoeftes en training van de hond. In welke opzicht is het trainen van een Berner Sennen anders dan het trainen van een Labrador Retriever? Hoe kunnen hondeneigenaren daar rekening mee houden?
Natuurlijk worden de effecten van het oorspronkelijke ras op een kruisingen ook meegenomen. Dit kan bijdragen aan de kennis over je hond, wat je in huis hebt gehaald en wat je van je hond kan verwachten. Ook voor mensen die zich oriënteren op de aanschaf van een hond is deze workshop uiteraard erg interessant. Wil je meer leren over honden en hondenrassen? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Hondenrassen.

Meer informatie over diverse hondenrassen kan je o.a. vinden op:
https://www.hondencentrum.com/hondenrassen/

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  2. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  3. https://www.youtube.com/watch?v=z9tBH94FYc0&t=29s&ab_channel=wedogsinc
  4. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  5. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  6. https://www.youtube.com/watch?v=z9tBH94FYc0&t=29s&ab_channel=wedogsinc
  7. https://www.history.com/topics/pre-history/neolithic-revolution
  8. https://www.worldhistory.org/Neolithic/
  9. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  10. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  11. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  12. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-2/shar-pei/
  13. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/chow-chow/
  14. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/akita/
  15. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/shiba/
  16. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/siberian-husky/
  17. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/alaska-malamute/
  18. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-10/Afghaanse-windhond/
  19. https://www.hondencentrum.com/hondenrassen/saluki/
  20. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/basenji/

Snuffelmatten: kant en klaar kopen of zelf maken?

Snuffelmatten, je hoort er steeds vaker iets over. Ze kunnen niet alleen voor honden worden gebruikt, maar zelfs voor katten en andere huisdieren! Snuffelmatten bieden vele voordelen voor je huisdier. Ze bieden mentale uitdaging, dragen bij aan stressvermindering en stimuleren de aanmaak van gelukshormonen. Kortom: een verrijking in het leven van je huisdier!

Wat is een snuffelmat?

Allereerst, wat is een snuffelmat nou eigenlijk? Een snuffelmat lijkt een beetje op hoogpolig tapijt, maar dan meestal gemaakt van stroken fleece stof. De onderkant kan er verschillend uitzien en van stof, rubber of ander materiaal gemaakt zijn. Vaak heeft het materiaal aan de onderkant allerlei gaten, waaraan fleecestroken geknoopt zijn. De snuffelmat gebruik je om brokjes of voertjes voor je hond in te verstoppen. De hond zal snuffelen om de brokjes te vinden.

Snuffelmatten zijn er in verschillende vormen: vierkant, rond, rechthoekig en nog veel meer. Ze zijn er in verschillende groottes: voor zowel grote als kleine honden. Soms is een kleiner formaat snuffelmat iets fijner voor een kleine hond om mee te beginnen. Echter halen ook kleine honden veel plezier uit het doorzoeken van een grote snuffelmat. Grote en kleine honden zullen eerder ‘uitgesnuffelt’ zijn met een kleine snuffelmat. In een grote snuffelmat kunnen meer voertjes worden verstopt en het duurt langer om deze helemaal te doorzoeken.

Naast verschillende vormen en formaten zijn er ook vele variaties in kleuren en patronen. Naast de standaard snuffelmatten gemaakt van fleecestroken, zijn er tegenwoordig ook een ander type snuffelmatten te koop. Dit zijn snuffelkleden met verschillende flappen, vakjes en andere snufjes waarin ook voertjes kunnen worden verstopt.

Welke voordelen biedt een snuffelmat?

Snuffelmatten kunnen een positief effect hebben op het leven je hond (of ander huisdier). Ten eerste bieden snuffelmatten de mogelijkheid om te voldoen aan de natuurlijke behoefte van honden om te snuffelen.[1] De snuffelmat biedt een mentale stimulans voor honden. Het is een denkspelletje voor honden. De hond krijgt de uitdaging om de voertjes te vinden in de snuffelmat. Honden die hun maaltijd of lekkere voertjes krijgen in de snuffelmat, krijgen een voldaan gevoel omdat zij hun maaltijd bij elkaar moeten zoeken. In de natuur zou de hond ook op zoek moeten gaan naar zijn maaltijd. Nu zou die natuurlijk niet in een snuffelmat verstopt liggen in de natuur. Toch kan je met behulp van een snuffelmat inspelen op de natuurlijke behoefte van de hond om naar voedsel te zoeken.

Daarnaast is het een leuke activiteit voor je hond. Het kan helpen tegen verveling en dagelijkse sleur voor je hond. Je hond heeft iets wat hem bezighoudt en het biedt je hond geestelijke uitdaging. Het kan helpen om de hond mentaal moe te maken. Een ander voordeel is dat honden ontspannen worden van snuffelen. Daarnaast kan het jullie onderlinge band versterken, als jullie samen aan de slag gaan met de snuffelmat.

Effecten van snuffelen

Honden hebben een bijzonder goed ontwikkeld reukvermogen.[2] De hond zal snuffelen om de brokjes in een snuffelmat te vinden. Snuffelen verlaagt het stresshormoon cortisol bij honden. Ook zorgt snuffelen voor de aanmaak van endorfine, dopamine en oxytocine. Endorfinen werken stressverlagend. Ze geven een gevoel van welbevinden en geluk. Dopamine zorgt voor een gevoel van tevredenheid en beloning. Oxytocine geven een gevoel van plezier.

Snuffelen geeft honden dus:

  • een gevoel van welbevinden en geluk
  • een gevoel van tevredenheid en beloning
  • een gevoel van plezier
  • verminderde stress en meer ontspanning

Door je hond een snuffelmat te laten gebruiken, geef je je hond een goede reden om te gaan snuffelen. Zo stimuleer je allerlei positieve gevoelens bij je hond. Voor het snuffelen wordt de hond niet alleen beloond met positieve gevoelens, maar ook met voertjes die hij vindt in de snuffelmat. Deze voertjes kunnen op zichzelf ook positieve gevoelens bij je hond oproepen. Je hond krijgt dus meerdere beloningen. Dit stimuleert de hond om door te gaan met zoeken. Het snuffelen wordt hierdoor zelfbelonend voor je hond. Ook kan het snuffelen de autonomie, het optimisme en het zelfvertrouwen van je hond vergroten.[1]

Een voordeel voor elke hond (en kat)

Daarnaast heeft de snuffelmat nog meer voordelen. Sommige honden die moeite hebben met eten, eten wel gemakkelijk uit een snuffelmat. Andere honden schrokken hun maaltijd juist binnen enkele seconden op. Dit is niet goed voor de gezondheid en kan tot bijvoorbeeld maagklachten leiden. Door je hond uit de snuffelmat te laten eten kan je hond zijn maaltijd niet in grote happen naar binnen werken. De brokjes zijn verdeeld over de gehele snuffelmatten en kunnen enkel één voor één worden opgegeten. Zo eet je hond langzamer. Dit vergroot ook het verzadigde gevoel na de maaltijd. Voor honden die op dieet zijn kan dit weer een bijkomend voordeel zijn

Er zijn ook honden die geneigd zijn om speeltjes te slopen. Doordat de snuffelmat zelf-belonend werkt, is de kans op slopen kleiner. De snuffelmat is verder ook veilig en zacht voor de snuit van de hond. En voor alle katteneigenaren onder ons, is het ook een leuke bijkomstigheid dat snuffelmatten ook zeer geschikt zijn om te gebruiken voor katten. Katten halen er vrijwel dezelfde voordelen uit als honden.

Voor de gewone maaltijd of de tussendoortjes

Je kan de snuffelmat gebruiken om de maaltijd van je hond op een andere manier aan te bieden. In plaats van in de voerbak of in een hondenpuzzel, kan je de brokjes in de snuffelmat verstoppen. De hond zal snuffelen om de brokjes te vinden. Voor veel honden is de maaltijd een hoogtepunt van de dag. Veel honden zijn echter binnen enkele minuten klaar met eten. De snuffelmat verlengt de duur van de maaltijd en daarmee het plezier vele malen.

Natuurlijk kan je er ook voor kiezen om geen maaltijd, maar tussendoortjes voor je hond te verstoppen. Verstop natuurlijk geen nat voer in de snuffelmat. Je kan ervoor kiezen om wel stukjes vlees in de snuffelmat te verstoppen. Daarna dien je de snuffelmat echter wel te wassen. Vrijwel alle snuffelmatten worden gemaakt van materiaal wat de wasmachine in kan. Hou de snuffelmatten goed schoon en was ze zo vaak als nodig. Om de snuffelmat hygiënisch te houden en zo ook je hond gezond te houden.

Snuffelmat introduceren aan je hond

Nu we het toch over de gebruiksaanwijzing van de snuffelmat hebben, is het ook handig om meteen te bespreken hoe je de snuffelmat het beste kan introduceren aan je hond. Om ervoor te zorgen dat de hond de snuffelmat gebruikt om te snuffelen, is de manier waarop je de snuffelmat introduceert belangrijk. Je wilt liever niet dat je hond de snuffelmat oppakt, gaat schudden, erin gaat graven, aan de stroken gaat trekken of probeert te slopen.

Vraag je hond om te zitten of liggen. Leg de snuffelmat voor de hond neer. Op welke afstand bepaal je zelf. Het gaat erom dat de hond goed kan zien dat je een paar voertjes op de snuffelmat legt. Leg de voertjes de eerste keer bovenop de stroken, zodat ze goed zichtbaar zijn en makkelijk te pakken voor je hond. Leg eventueel ook 2 á 3 brokjes tussen de bovenste stroken. Geef je hond vervolgens toestemming om de voertjes te gaan pakken. Doe dit maximaal 3 keer en geef vervolgens aan: “Klaar” of het release-woord dat je hond kent. Ruim de snuffelmat op.

De tweede keer dat je de snuffelmat aanbiedt verstop je de voertjes in het begin weer redelijk hoog tussen de stroken. Stap voor stap kan je de voertjes iets dieper in de snuffelmat verstoppen. Varieer met een paar voertjes verstopt tussen de bovenste stroken en een aantal voertjes iets dieper verstopt. Zo stimuleer je dat de hond de snuffelmat gaat gebruiken om te snuffelen. Hou het leuk voor je hond door het niet meteen heel moeilijk te maken. Honden kunnen dan gefrustreerd raken en dat is juist het tegenovergestelde van wat je wilt bereiken door het gebruik van de snuffelmat. Bouw de moeilijkheidsgraad op. Het doel is niet dat je hond zo snel mogelijk alle voertjes overal in de snuffelmat kan vinden. Het doel is dat je hond plezier beleeft!

Hoe kan je zelf een snuffelmat maken?

Ben je na het lezen van al die voordelen ook nieuwsgierig geworden naar de snuffelmat? Wil je zelf een keer een denkspelletje of hondenspeelgoed maken? Je kan snuffelmatten kant en klaar kopen, maar je kan ook zelf een snuffelmat knopen. Het is vrij eenvoudig om zelf een snuffelmat te maken, mits je weet hoe het moet. Daarnaast biedt het maken van een eigen snuffelmat leuke mogelijkheden voor jou (en je gezin) om creatief bezig te zijn. Ook voor kinderen vanaf 8 jaar is het goed te doen om een (kleine) snuffelmat te maken, mits ze knopen kunnen leggen. Zo kan je samen iets leuks voor je hond maken. Of juist lekker alleen en ontspannen een snuffelmat in elkaar knopen.

PawFive is een hondenschool gevestigd in Zeist. Bij PawFive bieden we o.a. workshops voor volwassenen en kinderworkshops ‘Snuffelmat maken.’ Je kan bij ons terecht voor Doe-het-zelf-pakketten met alle benodigdheden om je eigen snuffelmat te maken. Je kiest zelf welke maat snuffelmat je wilt maken. Ook verkopen we kant en klare snuffelmatten. Kies de kleurensamenstelling van je stroken. Volg vervolgens de workshop of bestel je kant en klare snuffelmat. Voor meer informatie over de workshop Snuffelmat maken, kijk op www.pawfive.nl/workshops/snuffelmat-maken

Voor meer informatie over de kinderworkshop Snuffelmat maken, kijk op https://pawfive.nl/workshops/kinderworkshop-snuffelmat-maken/

Samenvattend

Snuffelmatten kunnen diverse positieve effecten hebben op het leven je hond (en andere huisdieren). Snuffelmatten bieden o.a. de mogelijkheid om te voldoen aan de behoefte van honden om te snuffelen. Snuffelen werkt stress verlagend, ontspannend en verhoogt geluksgevoelens. Gun je hond het plezier van een snuffelmat: koop of maak er zelf een!

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Duranton, C., & Horowitz, A. (2018). Let me sniff! Nosework induces positive judgment bias in pet dogs. Applied Animal Behaviour Science. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2018.12.009
  2. Van der Borg J.A.M. & Kleve, H. (z.d.). Oorzaken van gedrag. Cursusmap Dogvision 2020, Toegepaste Ehotlogie van de hond, module 1-53.