Rashonden, kruisingen en alles daartussenin

Wereldwijd zijn er momenteel honderden hondenrassen. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn er steeds meer hondenrassen ontstaan. Daar komen er jaarlijks meer bij. In Nederland en België worden momenteel zo’n 344 officiële hondenrassen erkend. In dit artikel bespreken we de verschillende hondenrassen en kruisingen die er zijn.

Wereldwijd zijn er momenteel naar schatting circa 400 hondenrassen. In de loop van de afgelopen eeuwen zijn er steeds meer hondenrassen ontstaan. Jaarlijks komen daar weer meer erkende en niet-erkende hondenrassen bij. De verschillende hondenrassen zijn ontstaan doordat mensen gingen fokken op bepaalde eigenschappen of juist op uiterlijke kenmerken van honden. Dat werd gedaan door te fokken met reuen en teven met gewenste combinaties. Na 2-3 generaties kan al een nieuw hondenras ontstaan.

Er werden honden gefokt voor bepaalde functies en die bepaalde eigenschappen moesten hebben voor hun functie. Denk bijvoorbeeld aan honden voor de jacht, voor het drijven van vee, voor erfbewaking, voor speurwerk of om oorlogen mee te voeren. De benodigde eigenschappen werden aan de volgende generaties doorgegeven. Daardoor zijn honden van bepaalde rassen, zonder training te hebben gekregen, eerder geneigd specifiek gedrag te vertonen, passend bij de functie die deze rassen van oorsprong hadden.

Er zijn verschillende soort hondenrassen: kleine hondenrassen, middelgrote hondenrassen, grote hondenrassen en zeer grote hondenrassen. Er zijn harige hondenrassen, kortharige hondenrassen, langharige hondenrassen, ruwharige hondenrassen, hondenrassen met krulhaar en alles er tussenin. Er zijn rassen die bekend staan als rustige hondenrassen, kindvriendelijke hondenrassen, leuke en aanhankelijke hondenrassen of als hondenrassen die niet verharen. Als je een puppy of hond wilt aanschaffen kan je kijken welke hondenrassen mogelijk het beste bij jullie passen.

Wanneer is een hond een rashond?

Een hond is een rashond als hij aan drie voorwaarden voldoet. De drie voorwaarden zijn:

  • Voldoen aan de rasstandaard voor het ras
  • Beide ouders van de hond moeten tot hetzelfde ras behoren
  • De hond moet geregistreerd zijn in een stamboek

De rasstandaard is een officiële beschrijving van de kenmerken van een hondenras. Hierin worden bijvoorbeeld de bouw, vachtstructuur, vachtkleur en karakter beschreven. Dankzij de rasstandaard lijken alle honden binnen een ras sterk op elkaar. Niet alleen in uiterlijk, maar ook in karakter en gedrag.[1]

De tweede voorwaarde waaraan een rashond moet voldoen is dat beide ouders van de hond tot hetzelfde ras moeten behoren. De derde voorwaarde is dat de hond geregistreerd is in een stamboek. Rashonden die in Nederland worden geboren rashonden krijgen een stamboom van de Raad van Beheer en worden ingeschreven in het Nederlands Honden Stamboek (NHSB). De stamboom is een afstammingsbewijs: je weet met zekerheid wie de vader en wie de moeder van je pup is. Die afstamming wordt ook gecontroleerd door de Raad van beheer met DNA.[2]

Voldoet een hond aan deze drie voorwaarden, wordt het ras bestempeld als een rashond. Voor een niet-rashond zijn verschillende benamingen: look-a-like, hond zonder stamboom en meer. Daarnaast zijn er natuurlijk een heleboel kruisingen van twee of meer hondenrassen. Die worden ook wel eens vuilnisbakjes genoemd.

Erkende hondenrassen in Nederland en België

Wereldwijd zijn er verschillende organisaties die zich bezighouden met het fokken en registreren van rashonden. Nederland en België zijn aangesloten bij de Fédération Cynologique Internationale (FCI). Dit is een internationaal overkoepelende organisatie die zich bezighoudt met alles rondom hondenrassen.[3] In feite is de FCI een samenwerkingsverband tussen een groot aantal nationale kennelclubs. De FCI erkent momenteel ongeveer 344 hondenrassen. Als de nationale kennelclub van het land van herkomst een hondenras erkent, volgt vervolgens erkenning door de FCI.[4] De erkende hondenrassen worden door de FCI ingedeeld in 10 rasgroepen. Deze rasgroepen zijn samengesteld op basis van de functie, eigenschappen en globale overeenkomsten van de hondenrassen.

De 10 erkende rasgroepen

Hieronder is een overzicht van de 10 erkende rasgroepen van de FCI.

Rasgroep 1

Herdershonden en veedrijvers

Rasgroep 2

Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden

Rasgroep 3

Terriërs

Rasgroep 4

Dashonden

Rasgroep 5

Spitzen en Oertypen

Rasgroep 6

Lopende Honden en Zweethonden

Rasgroep 7

(Voor) Staande Jachthonden

Rasgroep 8

Niet-staande Jachthonden

Rasgroep 9

Gezelschapshonden

Rasgroep 10

Windhonden

De indeling van hondenrassen per rasgroep is niet altijd geheel logisch. Je zou verwachten dat alle herdershonden en veedrijvers in rasgroep 1 zouden zijn ingedeeld. In rasgroep 2 verwacht je vanzelfsprekend de Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden. In rasgroep 3 zou je alle Terriërs verwachten en in rasgroep 4 alle dashonden. Bij rasgroep 6 verwacht je de lopende honden en zweethonden, in rasgroep 7 de staande jachthonden en in rasgroep 8 de niet-staande jachthonden zoals dat wordt genoemd. Dan verwacht je in rasgroep 9 de gezelschapshonden die zijn gefokt met als doel mensen gezelschap te houden. En in rasgroep 10 verwacht je alle windhonden.

De meeste herdershonden en veedrijvers zijn inderdaad ingedeeld in rasgroep 1, maar een aantal zijn herdershonden en veedrijvers ingedeeld in rasgroep 5. Ook is bijvoorbeeld de Rottweiler, van oorsprong een veedrijver ingedeeld in rasgroep 2. De Saarloos Wolfshond is wel ingedeeld in rasgroep 1, maar zou beter passen in rasgroep 5. In deze rasgroep vind je niet alleen spitsen en oertypen, maar ook bijvoorbeeld herdershonden, veedrijvers, jachthonden en windhonden. Een ander voorbeeld is de indeling van de Poedel. De Poedel is van oorsprong een jachthond, maar is ingedeeld in rasgroep 9. Ook de Franse Bulldog is ingedeeld in rasgroep 9, terwijl het van oorsprong een rattenvanger is.

Naast de uitzonderingen, zijn er natuurlijk ook globale overeenkomsten tussen de hondenrassen binnen een rasgroep. Deze globale overeenkomsten bespreken we hieronder. Houd er echter rekening mee dat dit globale informatie over een gehele rasgroep is, en dat er tussen de hondenrassen onderling veel variatie en uitzonderingen zijn. Wil je exact weten waar een bepaald hondenras voor is gefokt of welke eigenschappen dit hondenras bezit, raden we om informatie over dat specifieke hondenras te bestuderen.

Rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers

De eerste rasgroep is verdeeld in twee groepen: herdershonden en veedrijvers. Herdershonden zijn honden die van oorsprong gefokt zijn om met schapen en geiten te werken. Zij werken meestal op aanwijzing van de herder met schapen en geiten. Veedrijvers werken meer zelfstandig en werken met koeien en paarden. Zowel herdershonden als veedrijvers hadden vaak ook neventaken zoals het bewaken van het huis als de kudde weer thuis was. Of het verdedigen  van de baas tegen andere mensen tijdens strooptochten. Als je kijkt naar hun functie, kan je je voorstellen dat deze honden eigenschappen nodig hadden zoals waaksheid, beschermend naar baas en wantrouwend naar vreemden. Herdershonden zijn vaak erg gehoorzaam en hebben veel beweging en geestelijke uitdaging nodig. Veedrijvers zijn meer zelfstandig en zelfverzekerd van aard.

Bekende rassen in Rasgroep 1 zijn:

  • Duitse Herder
  • Border Collie
  • Shetland Sheepdog
  • Australische Shepherd

Rasgroep 2: Pinschers en Schnauzers, Molossers en Sennenhonden

De tweede rasgroep is verdeeld in drie groepen: pinschers en schnauzers, molossers en berg- en Sennenhonden. Pinschers en schnauzers zijn oorspronkelijk gefokt voor het verdelgen van klein ongedierte, zoals bijvoorbeeld ratten. Als neventaak hadden zij vaak het beschermen van het huis. Pinschers en schnauzers zijn vaak alerte, snelle, drukke, zelfverzekerde en waakse honden die wantrouwig kunnen zijn naar vreemden. Ze hebben redelijk veel beweging nodig. In huis kunnen het rustige honden zijn, maar buiten worden ze actief.

Molossers stammen af van oorlogshonden die met het leger mee gingen. Ze liepen naast de karren, droegen munitie en ander oorlogsmateriaal, bewaken/verdedigen kamp. Daarnaast hielpen ze ook mee met de jacht. Over het algemeen zijn molossers vreedzaam en vriendelijk van aard, maar ook waaks en territoriaal naar zowel hun huis, erf als mensen. Ze lopen niet harder dan nodig en kunnen soms sloom overkomen. Maar wanneer ze in actie moeten komen, zijn het zeer snelle en moedige verdedigers. Molossers zijn intelligente honden, maar hebben een beperkt vermogen tot samenwerken met mensen. Ze zijn niet altijd even gehoorzaam en maken graag hun eigen beslissingen.

Berg- en Sennenhonden kregen als taak om vee van en naar de weide te drijven, karren te trekken en het huis te bewaken. Het zijn vreedzame, rustige en vriendelijke honden met weinig tot geen jachtinstinct. Ze zijn waaks, hebben een beperkt vermogen tot samenwerken met mensen en zijn niet altijd even gehoorzaam.

Bekende rassen in Rasgroep 2 zijn:

  • Dobermann
  • Boxer
  • Mastiff
  • Newfoundlander

Rasgroep 3: Terriërs

De derde rasgroep is ingedeeld in vier groepen: de hoogbenige terriërs, laagbenige terriërs, terriërs van het bull-achtige type en dwerghonden. Terriërs die oorspronkelijk gefokt werden voor de jacht, zowel boven als onder de grond. Met terriërs werd vaak gejaagd op schadelijk wild en ongedierte. Vaak ging men op pad met terriërs en andere typen jachthonden. De jachthonden speuren en jagen het wild op. De terriërs hadden dan bijvoorbeeld de taak om het wild dat een hol in vluchtte, uit het hol te jagen. Dit deden ze met luid geblaf en door het wild in het hol te belagen. Soms kwam het tot een gevecht. Terriërs moesten dus moedige honden zijn. Vaak hebben ze een temperamentvol en uitgesproken karakter. Ze kunnen veel blaffen. Ook werden terriërs gefokt op een lage pijngrens, een krachtig gebit en een hoge reactiesnelheid.

Bekende rassen in Rasgroep 3 zijn:

  • Jack Russel Terriër
  • Australische Terriër
  • Amerikaanse Staffordshire Terriër
  • Yorkshire Terriër

Rasgroep 4: Dashonden

Rasgroep 4: DashondenDe vierde rasgroep bestaat uit dashonden, ook wel teckels genoemd. De rasgroep heeft geen onderverdeling in meerdere groepen, maar bestaat uit een groep. Dashonden zijn van oorsprong gefokt voor jacht onder de grond. Dit zie je terug in hun compacte bouw. Dashonden achtervolgen luid blaffend het wild. Over het algemeen zijn teckelse vrolijke, zelfstandige, waakse en actieve honden.

Bekende rassen in Rasgroep 4 zijn:

  • Dashond
  • Dwergdashond
  • Kaninchen Dashond

Rasgroep 5: Spitzen en Oertypen

De vijfde rasgroep is eigenlijk een verzameling van allerlei verschillende hondenrassen die niets met elkaar te maken hebben. Het is een mengelmoes van spitsen, jachthonden, herders, veedrijvers, windhonden, poolhonden, trekhonden en naakthonden. De eigenschappen verschillen te sterk onderling van elkaar, om er zelfs globaal iets over te kunnen zeggen.

Bekende rassen in Rasgroep 5 zijn:

  • Chow Chow
  • Alaska Malamute
  • Akita
  • Podenco Ibicenco

Rasgroep 6: Lopende Honden en Zweethonden

Lopende honden worden ook wel brakken genoemd. De zesde rasgroep is onderverdeeld in drie groepen: drijvende honden, zweethonden en aanverwante rassen. De eerste groep, de drijvende honden, werden gefokt om wild op te sporen en op te drijven, zodat de jager het wild kan schieten.

Zweethonden werden gefokt om een zweetspoor van wild te ruiken en te volgen. Zweet is de jagersbenaming voor bloed. Een zweetspoor bestaat uit bloed van wild dat is aangeschoten, maar ook uit de geur van angst. Een zweethond gaat dan samen met zijn voorjager een nazoek doen op het zweetspoor.

De aanverwante rassen behoren ook tot deze rasgroep. Hun functies zijn zeer divers. Wel kunnen we iets zeggen over de eigenschappen die de honden van deze gehele rasgroep vaak bezitten. Vanzelfsprekend zijn het honden met een sterke jachtpassie. Vaak hebben ze een groot uithoudingsvermogen en een hoge pijngrens. Ze zijn vaak sociaal naar andere honden en hebben vaak moeite met alleen zijn. Ze luisteren niet altijd perfect, zeker als ze iets interessant hebben geroken.

Bekende rassen in Rasgroep 6 zijn:

  • Beagle
  • Bloedhond
  • Dalmatische Hond
  • Rhodesian Ridgeback

Rasgroep  7: Staande Jachthonden

Rasgroep 7: Staande JachtondenStaande Hond verwijst naar de oorspronkelijke rol van deze honden: voorstaan. Deze honden hadden als taak om vogels te lokaliseren en vervolgens aan de jager door te geven waar de vogel zich bevindt. Dit doorgeven doen de honden door voor te staan: ze gaan doodstil staan met opgeheven poot, hoofd en hals in het verlengde van hun rug. Soms wijst de staart ook stijf naar achter, maar dit hoeft niet. Staande honden kunnen zo wel een uur staan. Setters doen hetzelfde, maar gaan soms liggen. Als de jager in positie is, mag de hond de vogel op commando opjagen. Dan kan de jager de vogel vervolgens neerschieten. Sommige rassen zijn ook gefokt met als taak om de aangeschoten vogel vervolgens op te halen. Als neventaak hadden de staande jachthonden vaak ook het bewaken van het huis, als ze niet op jacht waren.

De zevende rasgroep is verdeeld in twee groepen: continentale staande honden en Britse en Ierse Staande Honden. Het verschil zit in de afkomst van honden en de functies waarvoor ze gefokt werden. Qua karaktereigenschappen zijn er weinig verschillen. Staande honden zijn honden die snel leren, graag aan het werk gaan en een groot uithoudingsvermogen hebben. Ze hebben veel beweging nodig. Verder kunnen ze zich neutraal tot afwachtend naar vreemden opstellen.

Bekende rassen in Rasgroep 7 zijn:

  • Ierse Setter
  • Duitse Staande Hond
  • Vizsla
  • Stabijhoun (Friese Stabij)

Rasgroep 8: Niet-staande Jachthonden

De achtste rasgroep is verdeeld in drie groepen: retrievers, spaniels en waterhonden. Retrievers werden gefokt om aangeschoten wild op te halen. De naam zegt het al een beetje: retrieven betekent in het Engels letterlijk ‘ophalen.’ Om het wild in de beste staat terug te brengen, zijn retrievers gefokt op een zachte beet. Ze moeten in staat zijn het wild zacht in de bek te nemen. Verder hebben ze een passie voor het vangen van prooi. Ze zijn over het algemeen erg vriendelijk, mensgericht en sociaal naar zowel mensen als andere honden. Retrievers zijn over het algemeen geen waakse honden.

Spaniels worden ook wel opstotende honden genoemd. Spaniels werden vaak gebruikt door valkeniers. Zij hadden als taak om wild op te stoten. Vervolgens stuurde de valkenier een valk om het wild te grijpen. Spaniels zijn actieve, vriendelijke honden die snel leren. Ze zijn zowel sociaal naar mensen als honden en vrijwel niet waaks.

Waterhonden zijn gefokt om te werken in het water. Zo hielpen ze onder andere mee met het binnenhalen van vissersnetten. ’s Nachts hadden ze als neventaak het bewaken van boten. Het zijn echter geen waakse honden van aard. Net als retrievers en spaniels zijn het actieve, vriendelijke en mensgerichte honden. Ook zijn ze zowel naar mensen als andere honden gemiddeld genomen erg sociaal.

Bekende rassen in Rasgroep 8 zijn:

  • Labrador Retriever
  • Amerikaanse Cocker Spaniël
  • Nederlandse Kooikerhondje
  • Ierse Waterspaniel

Rasgroep 9: Gezelschapshonden

De honden uit de negende rasgroep werden gefokt om mensen gezelschap te houden. Het moesten dus honden zijn die makkelijk in de omgang met mensen zijn. Ze zijn gefokt op eigenschappen zoals vriendelijkheid, zachtaardigheid en speelsheid. Vaak zijn het kleinere hondenrassen. Echter kunnen ze soms fel, luidruchtig en agressief zijn. Dit zijn niet zozeer rasspecifieke eigenschappen, maar aangeleerd gedrag.

Bekende rassen in Rasgroep 9 zijn:

  • Chihuahua
  • Chinese Naakthond
  • Franse Bulldog
  • Poedel

Rasgroep 10: Windhonden

De tiende rasgroep bestaat uit honden die gefokt zijn om te jagen met ogen te jagen, in plaats van met de neus. Deze rasgroep is verdeeld in drie groepen: langhaar windhond, ruwhaar windhond en korthaar windhond. Windhonden kunnen in stilte en met zeer grote snelheden wild achtervolgen en doden. Ze zijn zeer alert op beweging, wendbaar en bewegelijk. Ze hebben veel beweging nodig. Vaak zijn ze buiten erg actief, maar binnen kunnen ze zeer rustig zijn. Over het algemeen zijn het vriendelijke honden, maar vaak wel terughoudend naar vreemde mensen.

Bekende rassen in Rasgroep 10 zijn:

  • Afghaanse Windhond
  • Barsoi
  • Deerhound
  • Whippet

Nogmaals, houd er goed rekening mee dat we in dit artikel globale informatie per rasgroep bespreken. Dit betekent dat er dus tussen de hondenrassen onderling, veel variatie en uitzonderingen zijn.

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie hondenrassen, kruisingen en alle honden daartussen in. Nederland en België zijn aangesloten bij de Fédération Cynologique Internationale (FCI). Dit is een samenwerkingsverband tussen een groot aantal nationale kennelclubs. De FCI erkent momenteel ongeveer 344 hondenrassen, ingedeeld in tien rasgroepen. Aan de hand van de tien rasgroepen hebben we in dit artikel de globale functies en eigenschappen van al deze rashonden. Daarnaast zijn er natuurlijk nog een heleboel niet ras-honden.

Wil je meer weten over zowel rashonden als rasloze honden? PawFive biedt een Workshop Hondenrassen waarin we nog meer inzoomen op verschillende hondenrassen. We bespreken met meer verdieping waar diverse hondenrassen van oorsprong voor gefokt zijn. We kijken naar de  invloed van een ras heeft op de eigenschappen, behoeftes en training van de hond. In welke opzicht is het trainen van een Berner Sennen anders dan het trainen van een Labrador Retriever? Hoe kunnen hondeneigenaren daar rekening mee houden?

Natuurlijk worden de effecten van het oorspronkelijke ras op een kruisingen ook meegenomen. Dit kan bijdragen aan de kennis over je hond, wat je in huis hebt gehaald en wat je van je hond kan verwachten. Ook voor mensen die zich oriënteren op de aanschaf van een hond is deze workshop uiteraard erg interessant. Wil je meer leren over honden en hondenrassen? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Hondenrassen.

Het ontstaan van de hond

Honden stammen af van de wolf. Inmiddels is de hond waarschijnlijk de diersoort met de meeste fysieke variatie.[1] We kennen bijvoorbeeld Chi Hua Hua’s van 1,5 kilo tot een Deense Doggen van bijna 90 kilogram. De lichaamsbouw, kop, oren, staart, vacht kent vele variaties. Hoe kan het dat al deze verschillende typen honden van dezelfde soort wolf afstammen?

De hond (Canis lupus familiaris) is een roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae). DNA onderzoek wijst uit dat de Euraziatische grijze wolf de voorouder is van gedomesticeerde honden. Van daaruit is de hond geëvolueerd naar een diersoort met vele verschillende verschijningen. Honden zijn waarschijnlijk de diersoort met de meeste fysieke variatie.[2] We kennen bijvoorbeeld kleine hondenrassen zoals de Chi Hua Hua die 19 cm hoog en 1,5 kilo kan zijn. Er zijn grote hondenrassen zoals de Deense Dog die wel 107 cm hoog en bijna 90 kilogram kunnen worden. En er zijn honderden hondenrassen die er tussen in liggen qua hoogte, gewicht en uiterlijk.

De vorm van het de kop, schedel, neus en lichaamsbouw van honden kunnen sterk variëren. Er zijn honden met tiporen, knoporen, rozenoren, hangende oren, kurketrekkeroren, lobvormige oren en meer. Ook de staart kent vele variaties: zwaardstaarten, otterstaarten, sikkelstaarten, ringstaarten en krulstaarten. We kennen daarnaast honden met onder andere korte en lange beharing, krulhaar, ruwhaar en zelfs naakthonden. Hoe kan het dat al deze verschillende typen honden van dezelfde wolvensoort afstammen?

Waar komt de hond vandaan?

Honden stammen af van de wolf. Wolven zijn zeer intelligente roofdieren die jagen in georganiseerde roedels. Ze hebben grote hersenen, een grote schedel en lange, krachtige kaken. De kaken bestaan uit grote tanden en kiezen waarmee ze door botten en vlees  kunnen snijden. Aan de voorkant van hun gebit zitten hoektanden, waarmee ze een prooi kunnen vastgrijpen. De wolf veranderde heel erg toen het de ‘protodog’ werd.[3] Naar schatting gebeurde dit zo’n 35.000 jaar geleden. Er zijn fossielen die suggereren dat hondachtige dieren al meer dan 30.000 jaar bestaan.[4]

Een deel van de Euraziatische grijze wolven heeft zichzelf getemd. Deze groep wolven begon mensen te tolereren en ging leven in de buurt van mensen. Ze aten voedselresten die mensen weggooiden.[5] Deze wolven evolueerden zich tot de ‘protodog.’ “De hersenen en de schedel werden kleiner. Waarschijnlijk gebeurde dit omdat het zoeken naar voedsel niet zoveel hersenactiviteit nodig had, als het jagen op prooidieren met een georganiseerde roedel. De protodog had de dodelijke tanden en kiezen van een roofdier ook niet nodig. De snuit werd ook korter. Het lichaam werd een stuk kleiner: de protodog hoefde immers geen grote prooidieren neer te halen. De protodog evolueerde naar een steeds kleiner lichaam. Dit gebeurde tot het lichaam nog maar de grootte had van 2/3 van het lichaam van de wolf. De wolf was geëvolutioneerd in een wezen dat qua uiterlijk er heel erg uitzag, als de hond die we vandaag kennen.”[6] Genetische onderzoeksgegevens suggereren dat honden ongeveer 15.000 jaar geleden verschenen. 

Domesticatie van honden

Domesticatie is het proces van toenemende wederzijdse afhankelijkheid tussen mens en dier. Dit proces gaat gepaard met mutaties: veranderingen in erfelijke eigenschappen. De eerste resten van de gedomesticeerde hond die zijn gevonden komen uit het vroege Neolithicum. Het Neolithicum wordt ook wel de nieuwe Steentijd genoemd. Dit is een prehistorische periode die circa 10.000 voor Christus begon.[7, 8] De domesticatie van honden vond in verschillende gebieden over de hele wereld plaats. In het oosten van China begon dit al zo’n 34.000 jaar geleden. In Europa gebeurde dit zo’n 15.000-16.000 jaar geleden. In het Midden-Oosten lijkt de domesticatie zo’n 13.000 jaar geleden te zijn begonnen. De eerste functie van de hond was het dienen als waakhond, daarna jachthond en als vleesproducent.[9]

Ontstaan hondenrassen en kruisingen

In de loop van de jaren ontstonden er steeds meer variaties in het uiterlijk van de hond. Ondanks dat er zoveel variatie is in hondenrassen, is er toch maar 20% DNA variatie met de wolf. Een klein aantal genen zorgt dus voor een grote variatie. De grote verschillen bij honden zijn o.a. ontstaan doordat mensen gingen fokken op bepaalde eigenschappen of functies. Zo kwamen er hondenrassen met goede eigenschappen voor de jacht, voor het drijven van vee, voor erfbewaking, voor speurwerk of om oorlogen mee te voeren. Deze eigenschappen werden aan de volgende generaties doorgegeven. Daardoor zijn honden van bepaalde rassen, zonder training te hebben gekregen, eerder geneigd specifiek gedrag te vertonen, passend bij de functie die deze rassen van oorsprong hadden. Daarnaast is er gefokt op bepaalde uiterlijke kenmerken van honden, waardoor de variatie in het uiterlijk van honden steeds groter is geworden. Kortom, mensen combineren het uiterlijk en gedrag van enkele bestaande hondenrassen. Dat werd gedaan door te fokken met reuen en teven met gewenste combinaties. Na 2-3 generaties kan een nieuw hondenras al ontstaan.[10]

De oudste hondenrassen zijn de Shar-Pei, Chow Chow, Akita, Shiba, Basenji, Siberische Husky, Alaska Malamute, Afghaanse Windhond en Saluki.[11] Dit zijn hondenrassen die over de hele wereld zijn ontstaan. De de Shar-Pei en Chow Chow komen van oorsprong uit China.[12, 13] De Akita en de Shiba komen uit Japan.[14, 15] De Siberische Husky komt oorspronkelijk uit Siberië.[16] Dit is een groot gebied in Noord-Azië dat voor het grootste deel is gelegen in het Aziatische deel van Rusland. De Alaska Malamute vindt zijn oorsprong in Alaska.[17] Alaska is een staat van de Verenigde Staten, gelegen in het Noord-Oosten van Noord-Amerika. De Afghaanse Windhond is ontstaan in Afghanistan[18] en de Saluki komt uit Iran.[19] De Basenji is een Afrikaanse hond, die zijn oorsprong in Congo heeft.[20] Inmiddels zijn er meer dan 400 gestandaardiseerde hondenrassen wereldwijd.

De wereld van hondenrassen

Fokkers en rasverenigingen

Tegenwoordig zijn er vele organisaties en mensen wereldwijd die zich bezighouden met het fokken van honden. Zo zijn er vele fokkers die zich bezighouden met het fokken van honden. Er zijn zowel hobby fokkers, professionele fokkers als broodfokkers. Daarnaast zijn er rasverenigingen die de belangen van één of enkele specifieke hondenrassen behartigen. Er zijn grote en kleine, landelijke en regionale, actieve en minder actieve rasverenigingen. De activiteiten die rasverenigingen bijvoorbeeld kunnen uitvoeren, zijn: het organiseren van wandelingen, clubdagen, dekreuen parades, nestinventarisaties, gedragstesten en onderlinge wedstrijden.

Kennelclubs

Verder zijn er ook vele kennelclubs in elk land. Zij houden zich op nationaal niveau bezig met de belangen van het fokken van hondenrassen. Ze organiseren daarnaast hondensporten en hondenshows. Denk hierbij aan (internationale) kampioenschapsprijzen op gebied van schoonheids- en werkkampioenschappen. In bijna ieder land is er slechts één toonaangevende kennelclub. Die houdt zich bezig met alles wat te maken heeft met het fokken en houden van rashonden. In Nederland is dat de Raad van Beheer en in België de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus. Rasverenigingen, fokkers, kleinere kennelclubs zijn vaak aangesloten leden bij deze toonaangevende kennelclubs.

Kynologenclubs, hondenscholen en Federatie Hondensport Nederland (FHN)

Vroeger vond het opvoeden en trainen van honden in eerste instantie plaats bij traditionele, regionaal gerichte Kynologenclubs. Ze zijn erkend door de Raad van Beheer en van oudsher erg gericht op rashonden. Vaak waren honden zonder stamboom niet welkom in de lessen. De Kynologenclubs hadden een gesloten karakter, maar daar begint verandering in te komen. Niet-rashonden worden tegenwoordig ook toegelaten. Bij Kynologenclubs (KC’s) werken vaak vrijwilligers.

Tegenwoordig zijn er ook commerciële hondenscholen. Sinds 1992 is er Federatie Hondensport Nederland (FHN) opgericht, waar hondenscholen, verenigingen en stichtingen zich bij kunnen aansluiten op het gebied van Gedrag en gehoorzaamheid, Behendigheid/, Flyball en Apporteersport. Er worden onderlinge competities georganiseerd op gebied van deze vier hondensporten. Hier mogen dus ook honden zonder stamboom aan meedoen.

Fédération Cynologique Internationale (FCI)

Naast de nationale kennelclubs zijn er nog op internationaal niveau overkoepelende kennelclubs. Veel landen aangesloten bij de kennelclub Fédération Cynologique Internationale (FCI). Groot-Brittannië  is echter aangesloten bij zijn kennelclub: The Kennel Club. Australië en de Verenigde Staten hebben meerdere toonaangevende kennelsclubs. De bekendste overkoepelende kennelclub van de Verenigde Staten is de American Kennel Club (AKC). Tussen deze overkoepelende kennelclubs zijn er verschillende visies en werkwijzen. Zo erkent de FCI momenteel zo’n circa 344 rassen. The Kennel Club erkent momenteel circa 221 rassen (220) en de American Kennel Club (AKC) erkent circa 193 rassen.

Zowel Nederland als België zijn aangesloten bij de FCI. Dit betekent dat er in deze landen momenteel zo’n circa 344 rassen worden erkend. De FCI deelt deze hondenrassen in, in tien hondenrasgroepen. Deze hondenrasverdeling is samengesteld op basis van de functie, eigenschappen en globale overeenkomsten van deze hondenrassen.

Rasgroep 1: Herdershonden en veedrijvers
Rasgroep 2: Pinschers en Schnauzers, Molossers, Berg- en Sennenhonden
Rasgroep 3: Terriërs
Rasgroep 4: Dashonden
Rasgroep 5: Spitzen en Oertypen
Rasgroep 6: Lopende Honden en Zweethonden
Rasgroep 7: (Voor) Staande Jachthonden
Rasgroep 8: Niet-staande Jachthonden
Rasgroep 9: Gezelschapshonden
Rasgroep 10: Windhonden

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie in het ontstaan van de hond. We hebben het kort gehad over de afstamming van de hond, domesticatie van honden en het ontstaan van hondenrassen en kruisingen. Daarnaast hebben we de wereld van hondenrassen in kaart gebracht: van fokkers, rasverenigingen, kennelclubs, Kynologenclubs, commerciële hondenscholen en Federatie Hondensport Nederland (FHN) tot aan de Fédération Cynologique Internationale (FCI).

Er is natuurlijk nog veel meer hierover te leren. PawFive biedt een Workshop Hondenrassen waarin we nog meer inzoomen op verschillende hondenrassen. We bespreken waar diverse hondenrassen van oorsprong voor gefokt zijn. We kijken naar de  invloed van een ras heeft op de eigenschappen, behoeftes en training van de hond. In welke opzicht is het trainen van een Berner Sennen anders dan het trainen van een Labrador Retriever? Hoe kunnen hondeneigenaren daar rekening mee houden?
Natuurlijk worden de effecten van het oorspronkelijke ras op een kruisingen ook meegenomen. Dit kan bijdragen aan de kennis over je hond, wat je in huis hebt gehaald en wat je van je hond kan verwachten. Ook voor mensen die zich oriënteren op de aanschaf van een hond is deze workshop uiteraard erg interessant. Wil je meer leren over honden en hondenrassen? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Hondenrassen.

Meer informatie over diverse hondenrassen kan je o.a. vinden op:
https://www.hondencentrum.com/hondenrassen/

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  2. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  3. https://www.youtube.com/watch?v=z9tBH94FYc0&t=29s&ab_channel=wedogsinc
  4. Cursus ‘The truth about cats and dogs’ van University of Edinburgh.
  5. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  6. https://www.youtube.com/watch?v=z9tBH94FYc0&t=29s&ab_channel=wedogsinc
  7. https://www.history.com/topics/pre-history/neolithic-revolution
  8. https://www.worldhistory.org/Neolithic/
  9. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  10. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  11. Oldenbroek, K. (2016). Domesticatie en het ontstaan van rassen [Powerpoint-slides]. Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN), Wageningen University & Research. https://edepot.wur.nl/409608
  12. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-2/shar-pei/
  13. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/chow-chow/
  14. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/akita/
  15. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/shiba/
  16. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/siberian-husky/
  17. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/alaska-malamute/
  18. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-10/Afghaanse-windhond/
  19. https://www.hondencentrum.com/hondenrassen/saluki/
  20. https://www.houdenvanhonden.nl/hondenrassen/alle-rassen/fci-groep-5/basenji/

Snuffelmatten: kant en klaar kopen of zelf maken?

Snuffelmatten, je hoort er steeds vaker iets over. Ze kunnen niet alleen voor honden worden gebruikt, maar zelfs voor katten en andere huisdieren! Snuffelmatten bieden vele voordelen voor je huisdier. Ze bieden mentale uitdaging, dragen bij aan stressvermindering en stimuleren de aanmaak van gelukshormonen. Kortom: een verrijking in het leven van je huisdier!

Wat is een snuffelmat?

Allereerst, wat is een snuffelmat nou eigenlijk? Een snuffelmat lijkt een beetje op hoogpolig tapijt, maar dan meestal gemaakt van stroken fleece stof. De onderkant kan er verschillend uitzien en van stof, rubber of ander materiaal gemaakt zijn. Vaak heeft het materiaal aan de onderkant allerlei gaten, waaraan fleecestroken geknoopt zijn. De snuffelmat gebruik je om brokjes of voertjes voor je hond in te verstoppen. De hond zal snuffelen om de brokjes te vinden.

Snuffelmatten zijn er in verschillende vormen: vierkant, rond, rechthoekig en nog veel meer. Ze zijn er in verschillende groottes: voor zowel grote als kleine honden. Soms is een kleiner formaat snuffelmat iets fijner voor een kleine hond om mee te beginnen. Echter halen ook kleine honden veel plezier uit het doorzoeken van een grote snuffelmat. Grote en kleine honden zullen eerder ‘uitgesnuffelt’ zijn met een kleine snuffelmat. In een grote snuffelmat kunnen meer voertjes worden verstopt en het duurt langer om deze helemaal te doorzoeken.

Naast verschillende vormen en formaten zijn er ook vele variaties in kleuren en patronen. Naast de standaard snuffelmatten gemaakt van fleecestroken, zijn er tegenwoordig ook een ander type snuffelmatten te koop. Dit zijn snuffelkleden met verschillende flappen, vakjes en andere snufjes waarin ook voertjes kunnen worden verstopt.

Welke voordelen biedt een snuffelmat?

Snuffelmatten kunnen een positief effect hebben op het leven je hond (of ander huisdier). Ten eerste bieden snuffelmatten de mogelijkheid om te voldoen aan de natuurlijke behoefte van honden om te snuffelen.[1] De snuffelmat biedt een mentale stimulans voor honden. Het is een denkspelletje voor honden. De hond krijgt de uitdaging om de voertjes te vinden in de snuffelmat. Honden die hun maaltijd of lekkere voertjes krijgen in de snuffelmat, krijgen een voldaan gevoel omdat zij hun maaltijd bij elkaar moeten zoeken. In de natuur zou de hond ook op zoek moeten gaan naar zijn maaltijd. Nu zou die natuurlijk niet in een snuffelmat verstopt liggen in de natuur. Toch kan je met behulp van een snuffelmat inspelen op de natuurlijke behoefte van de hond om naar voedsel te zoeken.

Daarnaast is het een leuke activiteit voor je hond. Het kan helpen tegen verveling en dagelijkse sleur voor je hond. Je hond heeft iets wat hem bezighoudt en het biedt je hond geestelijke uitdaging. Het kan helpen om de hond mentaal moe te maken. Een ander voordeel is dat honden ontspannen worden van snuffelen. Daarnaast kan het jullie onderlinge band versterken, als jullie samen aan de slag gaan met de snuffelmat.

Effecten van snuffelen

Honden hebben een bijzonder goed ontwikkeld reukvermogen.[2] De hond zal snuffelen om de brokjes in een snuffelmat te vinden. Snuffelen verlaagt het stresshormoon cortisol bij honden. Ook zorgt snuffelen voor de aanmaak van endorfine, dopamine en oxytocine. Endorfinen werken stressverlagend. Ze geven een gevoel van welbevinden en geluk. Dopamine zorgt voor een gevoel van tevredenheid en beloning. Oxytocine geven een gevoel van plezier.

Snuffelen geeft honden dus:

  • een gevoel van welbevinden en geluk
  • een gevoel van tevredenheid en beloning
  • een gevoel van plezier
  • verminderde stress en meer ontspanning

Door je hond een snuffelmat te laten gebruiken, geef je je hond een goede reden om te gaan snuffelen. Zo stimuleer je allerlei positieve gevoelens bij je hond. Voor het snuffelen wordt de hond niet alleen beloond met positieve gevoelens, maar ook met voertjes die hij vindt in de snuffelmat. Deze voertjes kunnen op zichzelf ook positieve gevoelens bij je hond oproepen. Je hond krijgt dus meerdere beloningen. Dit stimuleert de hond om door te gaan met zoeken. Het snuffelen wordt hierdoor zelfbelonend voor je hond. Ook kan het snuffelen de autonomie, het optimisme en het zelfvertrouwen van je hond vergroten.[1]

Een voordeel voor elke hond (en kat)

Daarnaast heeft de snuffelmat nog meer voordelen. Sommige honden die moeite hebben met eten, eten wel gemakkelijk uit een snuffelmat. Andere honden schrokken hun maaltijd juist binnen enkele seconden op. Dit is niet goed voor de gezondheid en kan tot bijvoorbeeld maagklachten leiden. Door je hond uit de snuffelmat te laten eten kan je hond zijn maaltijd niet in grote happen naar binnen werken. De brokjes zijn verdeeld over de gehele snuffelmatten en kunnen enkel één voor één worden opgegeten. Zo eet je hond langzamer. Dit vergroot ook het verzadigde gevoel na de maaltijd. Voor honden die op dieet zijn kan dit weer een bijkomend voordeel zijn

Er zijn ook honden die geneigd zijn om speeltjes te slopen. Doordat de snuffelmat zelf-belonend werkt, is de kans op slopen kleiner. De snuffelmat is verder ook veilig en zacht voor de snuit van de hond. En voor alle katteneigenaren onder ons, is het ook een leuke bijkomstigheid dat snuffelmatten ook zeer geschikt zijn om te gebruiken voor katten. Katten halen er vrijwel dezelfde voordelen uit als honden.

Voor de gewone maaltijd of de tussendoortjes

Je kan de snuffelmat gebruiken om de maaltijd van je hond op een andere manier aan te bieden. In plaats van in de voerbak of in een hondenpuzzel, kan je de brokjes in de snuffelmat verstoppen. De hond zal snuffelen om de brokjes te vinden. Voor veel honden is de maaltijd een hoogtepunt van de dag. Veel honden zijn echter binnen enkele minuten klaar met eten. De snuffelmat verlengt de duur van de maaltijd en daarmee het plezier vele malen.

Natuurlijk kan je er ook voor kiezen om geen maaltijd, maar tussendoortjes voor je hond te verstoppen. Verstop natuurlijk geen nat voer in de snuffelmat. Je kan ervoor kiezen om wel stukjes vlees in de snuffelmat te verstoppen. Daarna dien je de snuffelmat echter wel te wassen. Vrijwel alle snuffelmatten worden gemaakt van materiaal wat de wasmachine in kan. Hou de snuffelmatten goed schoon en was ze zo vaak als nodig. Om de snuffelmat hygiënisch te houden en zo ook je hond gezond te houden.

Snuffelmat introduceren aan je hond

Nu we het toch over de gebruiksaanwijzing van de snuffelmat hebben, is het ook handig om meteen te bespreken hoe je de snuffelmat het beste kan introduceren aan je hond. Om ervoor te zorgen dat de hond de snuffelmat gebruikt om te snuffelen, is de manier waarop je de snuffelmat introduceert belangrijk. Je wilt liever niet dat je hond de snuffelmat oppakt, gaat schudden, erin gaat graven, aan de stroken gaat trekken of probeert te slopen.

Vraag je hond om te zitten of liggen. Leg de snuffelmat voor de hond neer. Op welke afstand bepaal je zelf. Het gaat erom dat de hond goed kan zien dat je een paar voertjes op de snuffelmat legt. Leg de voertjes de eerste keer bovenop de stroken, zodat ze goed zichtbaar zijn en makkelijk te pakken voor je hond. Leg eventueel ook 2 á 3 brokjes tussen de bovenste stroken. Geef je hond vervolgens toestemming om de voertjes te gaan pakken. Doe dit maximaal 3 keer en geef vervolgens aan: “Klaar” of het release-woord dat je hond kent. Ruim de snuffelmat op.

De tweede keer dat je de snuffelmat aanbiedt verstop je de voertjes in het begin weer redelijk hoog tussen de stroken. Stap voor stap kan je de voertjes iets dieper in de snuffelmat verstoppen. Varieer met een paar voertjes verstopt tussen de bovenste stroken en een aantal voertjes iets dieper verstopt. Zo stimuleer je dat de hond de snuffelmat gaat gebruiken om te snuffelen. Hou het leuk voor je hond door het niet meteen heel moeilijk te maken. Honden kunnen dan gefrustreerd raken en dat is juist het tegenovergestelde van wat je wilt bereiken door het gebruik van de snuffelmat. Bouw de moeilijkheidsgraad op. Het doel is niet dat je hond zo snel mogelijk alle voertjes overal in de snuffelmat kan vinden. Het doel is dat je hond plezier beleeft!

Hoe kan je zelf een snuffelmat maken?

Ben je na het lezen van al die voordelen ook nieuwsgierig geworden naar de snuffelmat? Wil je zelf een keer een denkspelletje of hondenspeelgoed maken? Je kan snuffelmatten kant en klaar kopen, maar je kan ook zelf een snuffelmat knopen. Het is vrij eenvoudig om zelf een snuffelmat te maken, mits je weet hoe het moet. Daarnaast biedt het maken van een eigen snuffelmat leuke mogelijkheden voor jou (en je gezin) om creatief bezig te zijn. Ook voor kinderen vanaf 8 jaar is het goed te doen om een (kleine) snuffelmat te maken, mits ze knopen kunnen leggen. Zo kan je samen iets leuks voor je hond maken. Of juist lekker alleen en ontspannen een snuffelmat in elkaar knopen.

PawFive is een hondenschool gevestigd in Zeist. Bij PawFive bieden we o.a. workshops voor volwassenen en kinderworkshops ‘Snuffelmat maken.’ Je kan bij ons terecht voor Doe-het-zelf-pakketten met alle benodigdheden om je eigen snuffelmat te maken. Je kiest zelf welke maat snuffelmat je wilt maken. Ook verkopen we kant en klare snuffelmatten. Kies de kleurensamenstelling van je stroken. Volg vervolgens de workshop of bestel je kant en klare snuffelmat. Voor meer informatie over de workshop Snuffelmat maken, kijk op www.pawfive.nl/workshops/snuffelmat-maken

Voor meer informatie over de kinderworkshop Snuffelmat maken, kijk op https://pawfive.nl/workshops/kinderworkshop-snuffelmat-maken/

Samenvattend

Snuffelmatten kunnen diverse positieve effecten hebben op het leven je hond (en andere huisdieren). Snuffelmatten bieden o.a. de mogelijkheid om te voldoen aan de behoefte van honden om te snuffelen. Snuffelen werkt stress verlagend, ontspannend en verhoogt geluksgevoelens. Gun je hond het plezier van een snuffelmat: koop of maak er zelf een!

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Duranton, C., & Horowitz, A. (2018). Let me sniff! Nosework induces positive judgment bias in pet dogs. Applied Animal Behaviour Science. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2018.12.009
  2. Van der Borg J.A.M. & Kleve, H. (z.d.). Oorzaken van gedrag. Cursusmap Dogvision 2020, Toegepaste Ehotlogie van de hond, module 1-53.

Hondentaal [Begrijpen & Spreken]

Veel mensen beseffen het niet, maar hun kunnen wel degelijk ‘praten.’ Dat doen ze uiteraard niet zoals mensen door middel van woorden. Om te communiceren gebruiken honden lichaamstaal. Hierbij maken ze gebruik van hun lichaam. Denk aan o.a. lichaamshouding, mimiek, ogen, bek, oren, staart, vacht, geur en spierspanning. Daarnaast zetten ze gedrag en geluiden in om te communiceren. Hond vertellen zelfs veel, als je hondentaal leert begrijpen.

Honden communiceren door middel van lichaamstaal. Hierbij maken ze gebruik van hun:

  • Lichaamshouding
  • Lichaam*
  • Gedrag
  • Stress signalen
  • Geluiden

*Honden vertellen veel met hun mimiek, ogen, bek, oren, staart, vacht, geur en spierspanning.

Elementen van lichaamstaal

Om hondentaal te leren begrijpen zal je iets moeten weten over al die elementen en wat ze betekenen. Daarna zal je kijken naar alle elementen samen om te begrijpen wat de hond vertelt. Als je alles weet van lichaamshoudingen, maar onbekend bent met de stress signalen en de betekenis van geluiden die honden maken, zal je onvoldoende begrijpen wat de hond zegt. De kans is groot dat je vaak de verkeerde conclusie zal trekken. Eén element zegt namelijk onvoldoende. Het is dan alsof je op basis van één puzzelstukje een conclusie trekt over hoe de hele puzzel eruit ziet. Je hebt alle puzzelstukjes nodig om een duidelijk beeld te krijgen.

Context

Daarnaast is context ook belangrijk om te begrijpen wat een hond zegt. Met context wordt bedoeld: de totale omgeving waarin iets zijn betekenis krijgt. Dit betekent dat je pas een conclusies kan trekken over de lichaamstaal van een hond, als je rekening houdt met de omgeving waarin de hond zich bevindt. Een simpel voorbeeld is bijvoorbeeld een bibberende hond. Bibberen en trillen kan vele betekenissen hebben. Honden kunnen bibberen als ze het koud hebben, als ze erg bang zijn of een situatie erg spannend vinden.

Bibbert deze hond van de kou of omdat hij het spannend vindt dat de mensen over hem heen hangen?

Om te bepalen wat het bibberen betekent kijk je natuurlijk eerste naar alle andere puzzelstukjes: de houding van de hond, de rest van zijn lichaam (hoe staan de oren, staart, ogen, bek etc.), zijn gedrag en stress signalen. Maakt de hond geluiden of niet? Dit kan al heel veel vertellen over welke betekenis het bibberen heeft. Daarnaast bekijk je de context. Is het een kortharige hond die al een tijdje in de sneeuw staat? Dan is de kans groot dat het bibberen (deels) te maken heeft met kou. Begint de hond te trillen als hij in een warme auto gezet wordt? Dan is de kans groot dat hij het erg spannend vindt om in de auto te gaan.

In dit artikel bespreken we een aantal elementen van hondentaal in het kort.

Lichaamshouding

Een van de eerste dingen waar je op kan letten is de houding van een hond.[4] De houdingen van honden worden ingedeeld in de categorieën: neutraal, neutraal alert, (extreem) laag, lager dan neutraal, (extreem) hoog en hoger dan neutraal zijn.

Neutrale houding

Neutrale houdingEen neutrale houding is de houding die een hond heeft als hij volledig ontspannen staat. Voor elke hond en ras is dit weer anders.[4] De honden staan rechtop, maar de oren en staart kunnen verschillen. Sommige honden hebben een staart die (half) naar beneden hangt als ze ontspannen zijn. Sommige honden hebben van nature een staart die rechtop staat: ook als ze ontspannen zijn. Als je wilt weten wat de neutrale houding van jouw hond is, bekijk je hond dan eens een keer uitgebreid als ontspannen staat. Het kan interessant zijn om hier een foto van te maken en het rustig te bekijken. Hoe staan of hangen de oren? Hoe ziet de staart eruit?

Neutraal alerte houding

Neutraal alerte houdingDe neutraal alerte houding is de houding die honden aannemen als ze iets hebben opgemerkt wat hun aandacht trekt. Soms zien ze iets, of ruiken ze iets, of horen ze iets of een combinatie hiervan. Ze worden alert. De oorzaak van de prikkel en het karakter van de hond bepalen of de houding van de hond zelfverzekerdheid uitstraalt of niet. Een alerte houding kan je herkennen doordat de hond rechtop staat en redelijk stil staat. De hond kijkt gefocust naar iets kijkt of kijkt enigszins zoekend om zich heen. De hond onderzoekt of de prikkel iets is wat een mogelijke bedreiging vormt of dat er niks aan de hand is. Op basis van de conclusie van de hond zal er daarna gedrag passend gedrag ingezet worden. Bij een bedreiging zal de hond bijvoorbeeld kunnen gaan blaffen, wegrennen of er juist op af gaan. Is het geen bedreiging zal de hond ontspannen of bijvoorbeeld speels gedrag inzetten.

Lage houding

(extreem) lage houdingDe (extreem) lage houding zie je als de hond door zijn poten zakt, het lichaam, de staart omlaag brengt en de oren naar achteren gaan. Natuurlijk zijn er honden waarbij de stand van de oren vrij lastig is af te lezen, bijvoorbeeld als ze hangoren hebben. Toch kan je vaak als je heel goed kijkt toch veranderingen zien aan de oren. Ook zijn er honden die hun staart niet volledig naar beneden kunnen brengen, vanwege hun lichaamsbouw. Toch zal je ook dan vaak een verschil kunnen zien in de hoogte van de staart, ten opzichte van de neutrale houding. Honden gaan in een extreem lage houding als ze bang zijn. Gaan de oren plat naar achteren en/of gaat de staart tussen de benen? Dan is de hond erg bang. Vaak wordt het lichaamsgewicht ook naar achteren verplaatst.

Daarnaast heb je een lager dan neutrale houding, waarbij de hond alles laag houdt op één ding na. Bijvoorbeeld: het lichaam is laag, de staart is laag maar de oren staat omhoog. Of het lichaam is laag, de oren zijn naar achteren en omlaag gedrukt, maar de start staat (half)hoog. Ook dit heeft weer zijn eigen betekenis.[4]

Hoge houding

(extreem) hoge houdingDe (extreem) hoge houding is een houding waarbij de hond recht op de poten staat. Het lichaam wordt recht omhoog gehouden en soms leunt de hond hierbij wat naar voren. De oren en staart staan ook omhoog (indien de hond dit kan). Dit is een houding die honden aannemen in situaties waarin ze zich zelfverzekerd voelen.

De hoger dan neutrale houding zien we veel meer dan de extreem hoge houding. Hierbij is het lichaam vaak hoog, maar staan de oren óf de staart (half)laag.[4] Dit laat zien dat de hond zich grotendeels zelfverzekerdheid voelt, maar toch enige vorm van onzekerheid ervaart in de situatie.

Zoals je wellicht is opgevallen, kijk bij de lichaamshouding eigenlijk niet alleen naar de houding van het lichaam. Je neemt de stand van de oren en staart mee in het beoordelen van de houding van de hond.

Lichaam en gedrag

Kijk daarnaast naar andere lichaamstaal van de hond. Dit valt niet alleen onder lichaamstaal, maar ook onder gedrag. Gedrag wordt wel eens omschreven als ‘alle uiterlijk waarneembare spier- en klieractiviteiten.’ Bekijk het lichaam van de hond en tegelijkertijd het hondengedrag.

Zoals eerder besproken kan de stand van de oren en de staart je al een heleboel vertellen. Bekijk ook de mimiek, oftewel de gezichtsuitdrukking, van de hond. Let op de ogen van de hond en waar de hond naar kijkt. Fixeert de hond of kijkt hij juist weg? Heeft de hond een gespannen of ontspannen blik? Zien we ‘harde’ ogen of ‘zachte’ ogen? Dit heeft allemaal een andere betekenis.[1] [3] [4] [6]

Hoe ziet de bek eruit? Is de bek open of gesloten? Zijn de lippen ontspannen, gespannen, opgetrokken of naar achter getrokken? Hijgt de hond veel of niet? Hijgen kan verschillende betekenissen hebben. Let ook op of je spierspanning ziet of niet. Kijk ook naar de vacht van de hond: is de hond bijvoorbeeld aan het borstelen?[1] [3] [4] Bij langharige en ruwharige honden is de spierspanning uiteraard niet of nauwelijks waarneembaar. Ook is borstelen dan niet of nauwelijks te zien. Dit kan het soms lastiger maken om de hond te ‘lezen.’

Daarnaast communiceren honden door middel van geur. Dat is voor mensen lastiger om te waarnemen. Echter honden onderling halen veel informatie uit elkaars geuren.

Natuurlijk zijn er nog veel meer gedragingen die honden inzetten om te communiceren. Het zijn er teveel om uitgebreid te bespreken. Maar denk bijvoorbeeld aan honden die tegen je aan komen liggen, achter je benen schuilen, likken, liefdesbeetjes geven, uitvallen, prooivanggedrag en nog veel meer.[5]

Stress signalen

Stress signalen worden ook wel een spanningssignalen genoemd. Ze geven aan dat een hond stress en spanning ervaart in een bepaalde situatie. Er zijn diverse stress signalen, bijvoorbeeld trillen, hijgen en borstelen.[3] [4] Hierover valt nog veel meer te vertellen, maar dat is teveel voor dit artikel. In de toekomst zal PawFive naar alle waarschijnlijkheid een geheel artikel wijden aan stress signalen.

Geluiden

Honden communiceren natuurlijk niet met woorden, zoals mensen. Toch communiceren ze wel degelijk door het maken van geluiden. Zo kunnen honden verschillende dingen vertellen aan andere honden en aan mensen. Denk aan geluiden zoals piepen, janken, huilen, blaffen, grommen, gromblaffen, klappertanden, blazen en zuchten.[1] [3] [4] Heb je bijvoorbeeld een hond die veel blaft of een hond die lang blijft blaffen? Of vraag je je af: waarom piept een puppy of hond? Of waarom begint mijn hond ineens te janken? Dit kan allemaal verschillende oorzaken en betekenissen hebben.[1] [2] [3] [4] Geluiden kunnen in verschillende tonen worden geproduceerd. Daarnaast kan je letten op hoe vaak, hoe lang en wanneer een geluid wordt gemaakt. 

Hondentaal begrijpen, maar ook spreken?

We hebben het kort gehad over het begrijpen van hondentaal. Daarnaast leren honden een heleboel over mensentaal. Zo leren ze bijvoorbeeld onze lichaamstaal aflezen en kunnen ze bepaalde woorden en betekenissen aanleren. Denk aan bijvoorbeeld de woorden zit, af, bal en nog veel meer.

Maar zouden wij mensen nou ook hondentaal kunnen spreken? Is het niet interessant om je af te vragen of je tegen je hond zou kunnen praten in ‘zijn’ taal. Natuurlijk zal geen enkel mens ooit vloeiend hondentaal leren spreken. Wij zijn geen honden, denken niet exact hetzelfde als honden, hebben geen hondenlichaam en zullen bepaalde dingen niet kunnen. Mensen kunnen simpelweg niet borstelen en ook ons blaffen klinkt toch echt heel anders dan een hondenblaf. Maar hoe meer je zal leren over hondentaal, hoe meer je zal merken dat je soms ongemerkt gaat communiceren in een vorm van hondentaal. Voorbeelden hiervan zijn: niet recht op een hond aflopen, maar in een boog. Of een hond niet recht aankijken. Of bewust gapen of extra met ogen knipperen om duidelijk te maken dat je geen bedreiging vormt. Het klinkt een beetje gek, maar het wordt vaker gedaan dan je denkt. Zeker hondenprofessionals maken gebruik van hun kennis van hondentaal om een band met een hond te creëren. Of bijvoorbeeld om een bange hond gerust te stellen.

Waarom zou ik hondentaal moeten leren?

Het is aan ons mensen om de hondentaal te leren begrijpen, zodat er minder ruimte is voor miscommunicatie tussen mensen en honden. Dit kan de band tussen mensen en hond verbeteren en verdiepen. PawFive raadt iedereen die een hond heeft of met honden werkt om je te verdiepen in hondentaal. Het kan zoveel voordelen brengen:

  • Meer begrip voor je hond en een betere onderlinge band 
  • Meer rust en minder frustratie bij mensen (en honden)
  • Betere samenwerking met je hond en het helpt je je hond beter trainen
  • Bijtincidenten voorkomen en verminderen
  • En nog veel meer

In een ideale wereld zouden alle kinderen op jonge leeftijd wat lessen krijgen over algemene hondentaal. We zouden allemaal leren hoe we honden wel en niet moeten benaderen. We zouden leren wat honden over het algemeen wel en niet leuk vinden. Hoe kan je ze het beste aaien, hoe en wanneer kan je samen spelen? Hoe zie je of een hond iets wel of niet leuk vindt? Dit zien wij als een essentiële basisinformatie die wij elk hondenbaasje en elke hond gunnen. Daarnaast is dit basiskennis die we alle huidige eigenaren toewensen. En niet alleen alle eigenaren, maar we gunnen alle honden baasjes en verzorgers toe die ze optimaal begrijpen.

Samenvattend

In dit artikel geven we een introductie in het onderwerp hondentaal. We hebben kort gehad over lichaamshoudingen, lichaamstaal, gedrag, stress signalen en geluiden. Er is natuurlijk nog veel meer te leren over dit onderwerp. Wil je bepaald gedrag begrijpen? Weten wat een speelboog is, hoe een nieuwsgierige hond kijkt, wat een open en gesloten bek zegt over de emoties van de hond? Welke staartkwispels zijn er allemaal en wat betekenen ze zou eigenlijk? Wat zegt de hoogte van de staart nog meer? Wat is het verschil tussen speels grommen en agressief grommen? Hoe herken je dat verschil? Waarom piepen en janken honden en welke betekenissen kan dit hebben? Wat betekent het blaffen van een hond en welke verschillende vormen van blaffen zijn er allemaal? Waarom komt een hond tegen je aan liggen?

Kortom, wil je meer leren over hondentaal? Neem eens een kijkje bij onze Workshop Hondentaal.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Bailey, G. (2002). Wat denkt mijn hond? Baarn, Nederland: Tirion Uitgevers B.V.
  2. Czerwinski, V., Hynd, P.I., Smith, B.P., & Hazel, S. (2014). Maternal care differs between litters of labradors: A pilot study. Journal of Veterinary Behavior Clinical Applications and Research  9(6):16-17. https://doi.org/10.1016/j.jveb.2014.09.056
  3. Gaus, M., Gaus, S. (2013). Hondentaal is lichaamstaal. Utrecht, Nederland: Kosmos Uitgevers.
  4. Gootjes, N., Gaus, S. (2005). Begrijp ik mijn hond? ’s-Graveland, Nederland: Fontaine Uitgevers B.V.
  5. Mehrkam, L. R., & Wynne, C. D.L. (2014). Behavioral differences among breeds of domestic dogs (canis lupus familiaris): Current status of the science. Applied Animal Behaviour Science, 155, 12–27. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2014.03.005
  6. Schenkel, R. (1967). Submission: Its Features and Function in the Wolf and Dog. American Zoologist7(2): 319-329. https://doi.org/10.1093/icb/7.2.319

Socialisatie van je pup: Hoe doe je dat?

Een belangrijk onderdeel van het opvoeden van je puppy is het socialiseren. Puppy’s gaan door twee socialisatiefases en alles wat ze dan leren heeft effect op de rest van hun leven. Slechte socialisatie kan leiden tot gedragsproblemen op latere leeftijd. Door je puppy goed te socialiseren help hem opgroeien tot een stabiele, gelukkige hond.

Wat is socialisatie van je pup?

Honden gaan door twee socialisatiefases in hun puppytijd. De eerste fase wordt de primaire socialisatieperiode of de eerste socialisatiefase genoemd. Deze fase vindt plaats als de puppy tussen 4 en 12 weken oud is. De tweede fase wordt de secundaire socialisatieperiode of de tweede socialisatiefase genoemd. Die start meteen na de eerste socialisatiefase vanaf 12 weken en duurt totdat de puppy ongeveer 6 maanden oud is [1] [3] [6] [7] [8] [11] [12] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21].

De socialisatiefases zijn een heel belangrijke periode in het leven van een hond. De hersenen zijn zo geprogrammeerd, dat de puppy’s zeer veel leren. Indrukken die de pup in de socialisatiefases opdoet zal hij nooit meer vergeten en zijn een soort blauwdruk voor de rest van zijn leven [19]. Als eigenaar wil je proberen ervoor te zorgen dat alle indrukken die de pup dan opdoet, positieve indrukken zijn.

Socialiseren betekent dat je je hond leert omgaan met mensen, dieren en situaties. Onvoldoende socialisatie kan leiden tot angsten, agressie, prooi van gedrag (bijvoorbeeld naar katten en kleine huisdieren), een overgevoeligheid voor prikkels en overactief gedrag rondom bepaalde prikkels. Goede socialisatie is essentieel om je hond te laten uitgroeien tot een stabiele, volwassene hond.

Socialisatie begint al bij de fokker

Een goede fokker houdt rekening met de socialisatieperiode van puppy’s. Door de puppy’s in een huiselijke omgeving te laten verblijven voor minimaal enkele periodes per dag wennen de puppy’s aan normale huiselijke geluiden. Denk aan geluiden zoals een vaatwasser, rammelend bestek, de stofzuiger, enz. De fokker zal de puppy’s laten kennis maken met diverse ondergronden zoals laminaat, tapijt, gras, straatstenen (in de tuin). Ook zullen de puppy’s zowel binnen als buiten ervaringen kunnen wennen aan nieuwe geuren, geluiden en beelden. Het is goed als de puppy’s al wennen aan het om hebben van een halsbandje en zelfs korte stukjes buiten aan een riem lopen. Zo maken ze kennis met de buitenwereld: voorbijgangers, auto’s, fietsers, joggers, koeien, schapen en meer. Vraag aan de fokker of er dingen zijn die je pup wel of niet leuk en eng vindt. Hier kan jij rekening mee houden als je de pup in huis hebt.

Leeftijdsfases waarmee je puppy in aanraking komt tijdens het opgroeien.
De fases waar je puppy van 0 tot 6 maanden doorheen gaat

Waarmee moet ik mijn puppy socialiseren?

Ook wanneer de puppy bij jullie komt gaat de socialisatieperiode door. Komt je puppy bij jullie als hij tussen de 8 en 12 weken is, is het zeer belangrijk dat je je puppy gaat socialiseren. Laat je puppy in de leeftijd tot 6 maanden weken minimaal 3 tot 5 keer kennismaken per prikkel waarmee je je puppy wilt socialiseren. Om ideeën op te doen, waarmee je de je pup kan socialiseren, kan je een socialisatielijst bekijken. Bij de Puppy Workshop en Puppycursus van PawFive krijg je o.a. een socialisatielijst om je op weg te helpen. Het is echter belangrijk om te weten dat je je puppy niet met alles en ook niet met zoveel mogelijk hoeft te socialiseren. Kies een aantal mensen, dieren en situaties uit die belangrijk zijn voor jullie en die je puppy later veel zal tegenkomen.

Laat de pup bijvoorbeeld wennen aan kinderen, oudere mensen, mensen met een andere huidskleur, mensen met een wandelstok en in een rolstoel. Laat de pup eventueel wennen aan andere dieren (koeien, paarden, geiten, schapen e.d.). Neem je pup mee naar mee naar allerlei situaties, bijvoorbeeld een winkelstraat, een winkelcentrum, de markt, het station. Ga een stukje met de bus en de trein.

Woon je midden in de stad, dan moet je je puppy in ieder geval socialiseren met fietsers, auto’s, brommers, scooters, kinderwagens, mensenmenigtes, winkelstraten, etc. Echter kan het slim zijn om ook eens langs de kinderboerderij te gaan. Je weet nooit hoe de toekomst loopt en wie weet ga je over 5 jaar meer landelijk wonen. Of zal je hond bij een nieuwe eigenaar terecht komen die op een boerderij woont. Het is dan handig als je hond al enigszins bekend is met andere diersoorten.

Woon je op een boerderij? Denk dan aan zaken zoals verschillende boerderijdieren, tractoren, de postbode, bezoekers die op het erf mogen komen en meer. Ook dan is het echter belangrijk om je puppy ook deels te socialiseren met zaken die jullie wellicht minder vaak zullen tegenkomen. Ook hier geldt dat je nooit weet hoe de toekomst voor jou en je hond eruit ziet. Gebruik deze beperkte periode zo goed mogelijk om je hond met verschillende zaken te socialiseren. Jij en je hond zullen de rest van zijn leven er profijt van hebben.

Socialiseren met andere honden

Belangrijk is ook het kennismaken met andere honden. Denk hierbij aan andere pups, volwassen honden, oudere honden, honden van andere rassen, kleine honden, grote honden, kortharige honden, langharige honden, honden met krullen. Wees hierbij wel voorzichtig, want je wilt voorkomen dat je puppy een trauma oploopt. Vaak is het verstandig om je puppy te laten kennis maken met stabiele, oudere honden. Zo doet je puppy positieve ervaringen op met andere honden die het goede voorbeeld laten zien aan je pup. Je pup meenemen naar een hondenspeeltuin kan leuk en schattig lijken. Echter wil je niet dat je dat er een groep volwassen honden dolenthousiast tegelijkertijd met z’n allen op een puppy duiken. Dit kan een heel enge ervaring zijn voor een puppy. Bovendien kan de puppy onbedoeld gewond raken.

Wees voorzichtig bij het kennismaken met andere puppy’s. Let goed op dat de puppy’s aan elkaar gewaagd zijn en beide een plezierige kennismaking hebben. Als de ene puppy te wild speelt voor de andere puppy kan dit tot een negatieve ervaring leiden. Ook kan het wat intimiderend zijn voor een puppy van 5 kilo als een enthousiaste puppy van 20 kilo goedbedoeld begint te stoeien met hem. Doordat puppy’s nog veel omgangsvormen moeten leren, moet je extra goed opletten bij kennismakingen met andere puppy’s. Doordat veel beginnende hondeneigenaren niet altijd goed kunnen inschatten wanneer iets te veel is voor een puppy, of wanneer de omgang niet in balans is wordt soms ook afgeraden om je puppy met andere puppy’s te laten kennismaken of spelen. Dit dient wel gedoseerd te gebeuren in het begin. Ze worden erg moe van al die indrukken. 

Hoe moet ik het socialiseren aanpakken?

Laat je puppy van afstand kennismaken en op eigen initiatief toenadering zoeken. Ga je je puppy socialiseren let dan goed op zijn lichaamshouding. Hieraan kun je snel aflezen of je puppy de situatie aan kan. Merk je dat hij iets spannend vindt, haal je puppy dan uit de situatie of vergroot de afstand tot hetgeen wat je puppy spannend vindt. Als puppy erg tegen je been aankruipt, zijn staart of hele lichaam omlaag doet of zelfs begint te trillen, haal je puppy dan direct uit de situatie of vergroot de afstand. Je puppy vind de situatie dan erg spannend. Dwing je puppy niet om dichterbij een prikkel te komen, omdat op die manier angst kan ontstaan bij de puppy.

Als de afstand tot hetgeen waar je puppy bang voor is groter wordt, dan zal je pup waarschijnlijk weer ontspannen. Je oefent dan eerst op grote afstand met hetgeen wat je puppy zo spannend vindt. Oefen later of op andere dagen weer met een soortgelijke situatie van grote afstand. Langzaam kijk je of je de afstand tot de situatie kan verkleinen, zónder dat je puppy het spannend vind. Let hierbij goed op de lichaamstaal van je puppy.

Angstfase

Tot aan 8-12 weken vinden puppy’s alles erg interessant en zullen ze vanuit nieuwsgierigheid uit zichzelf nieuwe situaties opzoeken [2] [4] [5] [9] [10] [13] [15] [17] [22]. Ze benaderen nieuwe situaties nieuwsgierig, onbevangen en zonder angst. Het wordt allemaal als normaal beschouwd. Afhankelijk van de pup zal tussen 8 en 12 weken de natuurlijke reserve op gang komen. De eerste angstfase begint dan. De puppy wordt terughoudender of angstiger voor onbekende zaken. Onprettige ervaringen zijn niet erg: die horen immers bij het leven. Ook bij het leven van een pup. Je pup kan daarvan leren.

Let echter goed op dat je pup geen trauma’s krijgt. Ter voorbeeld: stel je puppy speelt met een volwassene hond en bijt de hond iets te hard. Een stabiele, volwassene hond zal kunnen reageren met een flinke grauw, een zachte beet of de puppy even tegen de grond duwen. Zolang dit binnen acceptabele maatstaven gebeurt, kan dit een goede levensles voor je puppy zijn. Je puppy leert dat hij volgende keer niet zo hard moet bijten. Reageert de volwassene op een veel te heftige manier, de zelfs binnen hondentaal veel te ver gaat? Dan kan je puppy een trauma oplopen en gedragsproblemen ontwikkelen. Zo kan de pup erg angstig worden voor andere honden of (angst)agressie naar honden ontwikkelen.

Voldoende rust is heel belangrijk

Geef de puppy voldoende rust in deze periode. Rust is belangrijk om alles te verwerken. Alles is nieuw voor de pup. In de primaire socialisatie periode is één nieuwe ervaring van slechts 5 tot 10 minuten per dag voldoende. Jonge puppy’s zijn emotioneel snel uitgeput en kunnen beperkt indrukken opnemen. Het is vaak al voldoende om de dingen te doen, die je normaal ook doet.

Als je hond in de eerste socialisatieperiode 3 tot 5 keer kennis heeft gemaakt met o.a. katten en kinderen, moet hij in de tweede socialisatieperiode ook contact blijven houden met katten en kinderen. Dit hoeft niet dagelijks, maar wel met enige regelmaat. In de secundaire socialisatie periode herhalen we alle dingen waar we de pup in de primaire socialisatie periode kennis mee hebben laten maken en breiden deze dingen uit. Nu kunnen we meerdere situaties achter elkaar plakken. Je gaat bijvoorbeeld een stukje met de bus en loopt een stukje door de winkelstraat. Doe dit echter nog steeds met mate en kijk goed naar de signalen van je puppy. Signalen zoals langzamer lopen of niet meer verder willen lopen, vaak gapen, wallen onder de ogen laten zien dat de puppy moe wordt en rust nodig heeft.

Samenvattend

Kortom, een goede socialisatie is essentieel om je hond te laten uitgroeien tot een stabiele, volwassene hond. Investeer je nu tijd en energie in het goed socialiseren van je puppy zullen jullie er samen jarenlang profijt van hebben.

Heb je verdere vragen over socialisatie van honden of loop je zelf ergens tegenaan met het socialiseren van je puppy? Neem contact met ons op, zodat we kunnen kijken hoe PawFive je kan helpen.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Ashmead, D. H., Clifton, R. K., & Reese, E. P. (1986). Development of auditory localization in dogs: Single source and precedence effect sounds. Developmental Psychobiology, 19(2), 91–103. https://doi.org/10.1002/dev.420190202
  2. Cairns, R.B. & Werboff, J., (1967). Behaviour development in the dog: An interspecific analysis. Science, 158(3804), pp. 1070-1072.
  3. Fox, M.W., (1964). The ontogeny of behaviour and neurologic responses in the dog. Animal Behaviour 12, 301-310. https://doi.org/10.1016/0003-3472(64)90016-8
  4. Fox, M.W., & Stelzner, D. (1966). Behavioural effects of differential early experience in the dog. Animal Behaviour, 14(2), 273-81. https://doi.org/10.1016/S0003-3472(66)80083-0
  5. Fox, M.W., & Stelzner, D. (1966). Approach/withdrawal variables in the development of social behaviour in the dog. Animal Behaviour, 14(2-3), 362-366. https://doi.org/10.1016/S0003-3472(66)80098-2
  6. Fox, M. W. (1968). Neuronal development and ontogeny of evoked potentials in auditory and visual cortex of the dog. Electroencephalography & Clinical Neurophysiology, 24(3), 213–226. https://doi.org/10.1016/0013-4694(68)90002-3
  7. Fox , M.W., Inman, O., & Glisson, S. (1968). Age differences in central nervous effects of visual deprivation in the dog. Developmental Psychobiology, 1(1), 48-54. https://doi.org/10.1002/dev.420010110
  8. Fox, M.W., & Weisman, R., (1970). Development of responsiveness to a social releaser in the dog: effects of age and hunger. Developmental Psychobiology, 2(4), 277-280. https://doi.org/10.1002/dev.420020414
  9. Freedman, D.G., King, J.A., & Elliot, O., (1961). Critical period in the social development of dogs. Science, 31,133 (3457):1016-7. https://doi.org/10.1126/science.133.3457.1016
  10. Hess, E. H. (1959). Imprinting. Science, 130, 133-141. https://doi.org/10.1126/science.130.3368.133
  11. James, W.T., & Cannon, D.J., (1951). Conditioned Avoiding Response in Puppies. American Journal of Physiology-Legacy Content, 168(1), 251-253. https://doi.org/10.1152/ajplegacy.1951.168.1.251
  12. Jones, A.C., (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3):319-329
  13. Lord, K., (2012). A Comparison of the Sensory Development of Wolves (Canis lupus lupus) and Dogs (Canis lupus familiaris). Ethology, 119(2), 110-120. https://doi.org/10.1111/eth.12044
  14. Rheingold, H. L. (Ed.). (1963). Maternal behavior in mammals. Wiley.
  15. Scott, J. P., & Marston, M.-V. (1950). Critical periods affecting the development of normal and mal-adjustive social behavior of puppies. The Pedagogical Seminary and Journal of Genetic Psychology, 77, 25–60. https://doi.org/10.1080/08856559.1950.10533536
  16. Scott, J. P. (1958). Critical periods in the development of social behavior in puppies. Psychosomatic Medicine, 20, 42–54. https://doi.org/10.1097/00006842-195801000-00005
  17. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  18. Scott, J.P., (1968). Early Experience and The Organization of Behaviour. Brooks/ Cole Publishing Co.
  19. Scott, J. P., Stewart, J. M., & de Ghett, V. J. (1974). Critical periods in the organization of systems. Developmental Psychobiology, 7(6), 489-513. https://doi.org/10.1002/dev.420070602
  20. Strain, G.M., Tedford, B.L., & Jackson, R.M., (1991). Postnatal development of the brain stem auditory-evoked potential in dogs. American Journal of Veterinary Research, 52(3):410-5
  21. Wells, D. L., & Hepper, P. G. (2006). Prenatal olfactory learning in the domestic dog. Animal Behaviour, 72(3), 681–686. https://doi.org/10.1016/j.anbehav.2005.12.008
  22. Wright, J. C. (1983). The effects of differential rearing on exploratory behavior in puppies. Applied Animal Ethology, 10(1-2), 27–34. https://doi.org/10.1016/0304-3762(83)90109-8

Puppycursus: Alles wat je moet weten

Je hebt net een pup gekregen. Als trotse honden eigenaar wil je je pup uiteraard goed opvoeden en trainen. Een puppycursus kan je hierbij helpen. In dit artikel gaan we in op waarom een puppycursus raadzaam is en waar je op moet letten bij het kiezen van een puppycursus.

Waarom een puppycursus?

Als het goed is zal je nieuwe pup de komende 10, 15 jaar of misschien zelfs langer een grote rol in je leven spelen. Je wilt dit een zo’n plezierig mogelijke tijd maken, zowel voor jou als je hond. Jullie zullen samen een heleboel meemaken, zowel in huis als buitenshuis. Het loont ontzettend om goed te investeren in de opvoeding en training van je hond. Met training zal de gehoorzaamheid van je hond verbeteren. [18] Door goed te leren samenwerken en elkaar te leren begrijpen kunnen een heleboel gedragsproblemen bij honden worden voorkomen.

Je kan het opvoeden van een puppy bijna vergelijken met het opvoeden van kinderen. het kost allebei namelijk veel tijd, geld en energie. Je krijgt er echter enorm veel voor terug: een trouwe, liefdevolle kameraad voor wie jij de hele wereld bent. Wij raden sterk aan dat je snel start met een training, nadat je je pup gekregen hebt. Dit komt omdat, net zoals bij kinderen, de eerste paar weken en maanden essentieel zijn voor de opvoeding.

Hoe ontwikkelt je puppy zichzelf tijdens een puppycursus?

Tijdens de puppycursus zal je puppy zichzelf razendsnel ontwikkelen. Je pup leert veel en komt snel in belangrijke fases terecht. Het verkeerd omgaan met bepaalde fases kan gedragsproblemen in de toekomst veroorzaken. Hieronder een overzicht waar je puppy doorheen gaat gedurende de puppycursus tijd.

Ontwikkeling van pup tijdens een puppycursus
De fases waar je puppy van 0 tot 6 maanden doorheen gaat

Socialisatiefases

Als het goed is, krijg je je pup na ongeveer 7 á 8 weken van de fokker. Een puppy eerder weghalen bij zijn moeder en nestgenoten is niet goed voor de ontwikkeling van je pup. In de 7e en 8e week zit je puppy midden in de eerste socialisatiefase. Je puppy zit ook in een ontdekkingsfase en zal zeer nieuwsgierig zijn. Het is belangrijk dat je gedurende deze fases je pup kennis laat maken met meerdere nieuwe ervaringen en prikkels. Vanaf 12 weken tot 6 maanden volgt een tweede socialisatiefase, waarin socialiseren erg belangrijk blijft. [1] [4] [5] [6] [7] [9] [10] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [20] [21] Een puppycursus kan bijdragen aan de socialisatie van je hond. [19]

Angstfases

Je puppy zal ook door meerdere angstfases gaan. Wees niet ongerust als je held in deze fases verandert in een held op sokken. Vanaf 8 weken zal je puppy vermijding beginnen te laten zien richting onbekende voorwerpen en situaties. De pup zal niet meer zo nieuwsgierig en onbevreesd zijn. De natuurlijke vluchtneiging ontwikkelt zich.

De hersenen koppelen angst aan nare ervaring. Het is belangrijk dat je er bent voor de pup in deze fase. Vanaf 12 weken zullen de meeste puppy’s in de eerste angstfase zitten. Goede begeleiding van de puppy tijdens de angstfase, kan trauma’s en angstproblemen voorkomen. Een hondenschool kan je vragen die ontstaan in deze tijd beantwoorden.

De puppycursus

Het beste is om vroeg te beginnen met een puppycursus. Bij de meeste hondenscholen kan je starten met een puppycursus, vanaf het moment dat je puppy 8 weken oud is en ingeënt is. Wat je leert in een puppycursus verschilt per hondenschool. Dit komt omdat er maar beperkt tijd is en er veel dingen geleerd kunnen worden. Over het algemeen raden wij sterk aan de je hondenschool minimaal het volgende leert:

Aandachtsoefening

Met de aandachtsoefening zal je in staat zijn om de aandacht van je hond te krijgen, ook in moeilijke situaties. Bijvoorbeeld als er een jogger of fietsers langskomt en je hond die wel erg interessant blijkt te vinden.

Kom Hier

Met een ‘kom hier’ commando zorg je ervoor dat je hond altijd terug bij jou komt. Niet alleen wanneer het handig is, maar ook in noodgevallen waarbij veiligheid een grote rol speelt.

Lopen met een slappe lijn

Erg fijn voor je eigen comfort, maar ook dat van je hond. Nu is je puppy misschien nog niet zo sterk. Je hond zal groeien en groter worden. Als je hond volwassen is kan het behoorlijk vervelend zijn om wandelingen te maken met een trekkende hond. Bovendien kan het pijn veroorzaken aan je spieren, gewrichten en ledematen. Bovendien is zo’n constante druk ook niet goed voor het hondenlijf.

Blijf of wacht

De ‘blijf’  of ‘wacht’ kan een leuke oefening zijn, maar ook goed van pas komen bij onveilige situaties. Stel, er valt een glas en je hond is dicht in de buurt. In dit geval is het handig als je je hond op een plek kan laten wachten, zodat je snel alles kan opruimen en je hond geen glas in de poten krijgt. Een ander voorbeeld waar de ‘wacht’ veel wordt gebruikt, is voordat jullie een straat oversteken.

Begroeting

Het is vervelend als je hond hyperactief is als er iemand op bezoek komt. Je wil niet dat je hond tegen mensen opspringt. Het trainen van een begroeting zorgt ervoor dat je geen stress hebt als er visite langskomt of jullie op straat met iemand in gesprek raken.

Samen spelen & Los

Je moet samen plezier met je hond kunnen hebben. Bij deze oefening leer je niet alleen samen spelen, maar leert je hond ook om iets los te laten op commando. Bijvoorbeeld een touw of bal.

Verzorgingsoefeningen

Soms zullen er handelingen bij je hond moeten worden gedaan, die zonder training erg eng voor een hond kunnen zijn. Het is verstandig om de hond van jongs af aan te leren dat je soms zijn tanden, bek, oren en ogen wilt bekijken. Wen je hond eraan dat zijn poten, staart of buik aangeraakt worden. In gevallen van nood moet de dierenarts alles bij je hond kunnen doen. Het is heel fijn als je hond dan niet in paniek raakt, maar weet dat dat normaal is. Ook is goed om je hond te laten wennen aan tanden poetsen, nagels knippen en borstelen. Zeker bij honden die later naar de trimsalon zullen gaan, zijn bepaalde handelingen goed om van jongs af aan te leren.

Naast deze oefeningen, raden wij een puppycursus aan die socialisatie oefeningen bevat. waarbij je hond dus socialiseert met bepaalde mensen of voorwerpen. Denk aan iemand met een paraplu, hoed, sjaal of zonnebril die voorbij loopt.

Locatie hondenschool PawFive: Landgoed Beukbergen

Hondenschool die bij jou past

Naast de standaard oefeningen kan je ook andere dingen leren bij een hondenschool. Dit verschilt per hondenschool. Uiteraard is het belangrijk dat je een school vindt die bij jou past. Hieronder hebben we nog een aantal punten beschreven waar je op kan letten bij het kiezen van een hondenschool.

In de buurt

Het is handig als de hondenschool dicht bij je in de buurt is. Laat dit echter niet de belangrijkste factor zijn bij het kiezen van een hondenschool. Een reistijd van 30 minuten kan lang zijn, maar een goede hondenschool is dit zeker waard.

Positief trainen

Er zijn helaas nog steeds hondenscholen die gebruik maken van training met intimidatie en fysieke correcties. De focus ligt op corrigeren van ongewenst gedrag en het straffen van de hond. Wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat dit soort trainingsmethodes schadelijk zijn voor het gedrag, de ontwikkeling en het welzijn van je hond. [2] [22] De honden die op deze manier worden getraind laten meer angstgerelateerd en agressief gedrag zien en minder gedrag wat op een gelukkig hond wijst. [3] [8] [22]

Het heeft ook een negatief effect op de band tussen honden en hun eigenaar. [22] Diverse wetenschappelijke onderzoeken hebben inmiddels bewezen dat positieve training beter is voor het welzijn van de hond. [11] [22] Bij positieve training focus je op het aanleren en belonen van gewenst gedrag. Kies een hondenschool die traint volgens positieve training, zodat je de band en samenwerking met je hond kan verbeteren.

Vervolgtraject

De puppycursus is de eerste training die je samen doet met je nieuwe pup. Het vormt de basis voor de toekomst. Bekijk ook wat het mogelijke vervolgtraject is. Vaak bieden hondenscholen nog een basis- of vervolgcursus aan. Daarna kan je met je hond een specialisatie volgen zoals Gehoorzaamheid, Agility of Behendigheid. Hier kan je samen met je hond veel plezier mee beleven.

Prijs, aantal lessen en lesduur

Bekijken uit hoeveel lessen de puppycursus bestaat en hoeveel de cursus kost. Kijk ook hoe lang een les duurt: is dit bijvoorbeeld 30, 45 of 60 minuten? Zo voorkom je dat je bij het vergelijken van puppycursussen appels met peren gaat vergelijken.

Groepsgrootte

Het is belangrijk om even stil te staan bij het aantal deelnemers dat wordt toegelaten aan de puppycursus. Met een groep van 10 mensen in 1 uur krijg je weinig één op één aandacht. Hondenschool met kleinere groepen kunnen jou en je hond meer aandacht geven.

Veiligheid & Socialisatie

Last but not least, de veiligheid van jouw hond en die van anderen is belangrijk. Het is verstandig om soms te vragen wie verantwoordelijk is voor de veiligheid van de puppy’s. Welke regels er worden aangehouden met betrekking tot houden van afstand tussen de puppy’s of het wel/ niet begroeten tussen de honden? Zijn er wel of geen speelmomenten voor de pups? Zijn dit speelmomenten waarbij alle pups door elkaar mogen spelen, ongeacht hun karakter, grootte en omgangsvormen? Of worden er speelmomenten gekozen waarbij 2 of 3 pups maximaal tegelijk mogen spelen onder toezicht en begeleiding van een hondentrainer?

Naast al deze punten waar je op kan letten, raden we je sterk aan om een hondenschool te kiezen waar jij je goed bij voelt. Ga een keer kijken bij een les (zonder puppy) als dat mag.

Samenvattend

Ben je benieuwd naar de puppycursus van PawFive of wil je bij een van onze andere groepslessen meekijken? Neem contact met ons op, zodat we kunnen kijken hoe PawFive je kan helpen.

Bronvermelding

Tijdens het schrijven van dit artikel zijn de volgende bronnen gebruikt:

  1. Ashmead, D. H., Clifton, R. K., & Reese, E. P. (1986). Development of auditory localization in dogs: Single source and precedence effect sounds. Developmental Psychobiology, 19(2), 91–103. https://doi.org/10.1002/dev.420190202
  2. Blackwell, E.J., Twells, C., Seawright, A. & Casey, R.A. (2008). The relationship between training methods and the occurrence of behavior problems, as reported by owners in a population of domestic dogs. Journal of veterinary behavior, 3, 207-217. https://doi.org/10.1016/j.jveb.2007.10.008
  3. Deldalle, S. & Gaunet, F. (2014). Effects of 2 training methods on stress-related behaviors of the dog (Canis familiaris) and on the dog–owner relationship. Elsevier, 9, (2), 58-65. https://doi.org/10.1016/j.jveb.2013.11.004
  4. Fox, M.W., (1964). The ontogeny of behaviour and neurologic responses in the dog. Animal Behaviour 12, 301-310. https://doi.org/10.1016/0003-3472(64)90016-8
  5. Fox, M. W. (1968). Neuronal development and ontogeny of evoked potentials in auditory and visual cortex of the dog. Electroencephalography & Clinical Neurophysiology, 24(3), 213–226. https://doi.org/10.1016/0013-4694(68)90002-3
  6. Fox, M.W., Inman, O., & Glisson, S. (1968). Age differences in central nervous effects of visual deprivation in the dog. Developmental Psychobioloy, 1(1), 48-54. https://doi.org/10.1002/dev.420010110
  7. Fox, M.W., & Weisman, R., (1970). Development of responsiveness to a social releaser in the dog: effects of age and hunger. Developmental Psychobioloy, 2(4), 277-280. https://doi.org/10.1002/dev.420020414
  8. Herron, M.E., Frances S. & Reisner, I.R. (2009). Survey of the use and outcome of confrontational and non-confrontational training methods in client-owned dogs showing undesired behaviors. Appl Anim Behav Sci; 117; 47-54. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2008.12.011
  9. James, W.T., & Cannon, D.J., (1951). Conditioned Avoiding Response in Puppies. American Journal of Physiology-Legacy Content, 168(1), 251-253. https://doi.org/10.1152/ajplegacy.1951.168.1.251
  10. Jones, A. C. (2007). Sensory development in puppies (Canis lupus f. familiaris): Implications for improving canine welfare. Animal Welfare, 16(3), 319–329.
  11. Rayment, D. J., De Groef, B., Peters, R. A., & Marston, L. C. (2015). Applied personality assessment in domestic dogs: Limitations and caveats. Applied Animal Behaviour Science, 163, 1–18. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2014.11.020
  12. Rheingold, H. L. (Ed.). (1963). Maternal behavior in mammals. Wiley.
  13. Scott, J. P., & Marston, M.-V. (1950). Critical periods affecting the development of normal and mal-adjustive social behavior of puppies. The Pedagogical Seminary and Journal of Genetic Psychology, 77, 25–60. https://doi.org/10.1080/08856559.1950.10533536
  14. Scott, J. P. (1958). Critical periods in the development of social behavior in puppies. Psychosomatic Medicine, 20, 42–54. https://doi.org/10.1097/00006842-195801000-00005
  15. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog. University of Chicago Press: Chicago.
  16. Scott, J.P., (1968). Early Experience and The Organization of Behaviour. Brooks/ Cole Publishing Co.
  17. Scott, J. P., Stewart, J. M., & de Ghett, V. J. (1974). Critical periods in the organization of systems. Developmental Psychobiology, 7(6), 489-513. https://doi.org/10.1002/dev.420070602
  18. Seksel, K., Mazurski, E. J., & Taylor, A., (1999). Puppy socialization programs: short and long term behavioural effects. Applied Animal Behaviour Science, 62(4), 335-359. https://doi.org/10.1016/S0168-1591(98)00232-9
  19. Seksel, K., (2008). Preventing Behavior Problems in Puppies and Kittens. Veterinary Clinics of North America Small Animal Practice 38(5), 971-82. https://doi.org/10.1016/j.cvsm.2008.04.003
  20. Strain, G.M., Tedford, B.L., & Jackson, R.M., (1991). Postnatal development of the brain stem auditory-evoked potential in dogs. American Journal of Veterinary Research, 52(3):410-5
  21. Wells, D. L., & Hepper, P. G. (2006). Prenatal olfactory learning in the domestic dog. Animal Behaviour, 72(3), 681–686. https://doi.org/10.1016/j.anbehav.2005.12.008
  22. Ziv, G., (2017). The Effects of Using Aversive Training Methods in Dogs – A Review. Journal of Veterinary Behavior, 19, 50-60. https://doi.org/10.1016/j.jveb.2017.02.004

Een hondenschool openen in Corona-tijd

Foto van Masha, Boris & Rosa

Je hoort de laatste tijd steeds meer verhalen van hondenscholen die ineens opduiken tijdens de Corona-tijd. De hondenscholen die inspelen op de hype van de zogenoemde ‘Corona-puppy’s.’ De scholen die door ongecertificeerde instructeurs, ondoordacht uit de grond worden gestampt.

De opportunistische hondenscholen die gebruik maken van het feit dat kwalitatief goede hondenscholen volgeboekt zitten. Vooralsnog lijken dit meer broodje-aapverhalen te zijn, dan de werkelijkheid. Er lijken geen aanwijzingen te zijn dat de markt inderdaad op grote schaal wordt overspoelt met onprofessionele, snel opgezette hondenscholen. Dit is niet het verhaal van een hondenschool die zeer recent is bedacht en in de markt wordt gezet. Dit verhaal begint al in 2016. Dat jaar ontwaakte grote liefde voor honden van Masha Gubkina, oprichtster van PawFive.

Het begon met een burn out

Masha Gubkina (BSc, MSc) vertelt: “Het begon allemaal met een burn-out. Ik werkte enkele jaren in de hr consultancy en werd volkomen onverwacht arbeidsongeschikt. Ineens kreeg ik een sterke behoefte om in het bijzijn van honden te zijn. Honden van andere mensen uitlaten leek me een mooie tijdsbesteding. Daar kwam al gauw oppassen op honden bij. Ik kreeg een aantal vaste oppas- en uitlaathonden, die me allemaal iets anders leerden. Zo begon mijn avontuur in de wereld van honden.” Na een tijdje leek het haar interessant om kennis te maken met een bekende hondentrainer uit Delft.

Zo gezegd, zo gedaan. Ze kon mee als assistent naar afspraken met klanten, waarin hij één op één honden trainde. Deze hondentrainer was een autodidact: hij leerde alles zelf door honden te observeren. Na een tijdje kreeg Masha meer behoefte aan de theorie achter de praktijk. Ze zegt hierover: “Onderwijs, bijscholing en informatiedeling heb ik altijd heel belangrijk gevonden. Daarom startte ik met een opleiding tot Kynologisch Instructeur. Vanaf 2019 begon ik ook met een stage en vrijwilligerswerk bij hondenschool OhMyDog.”

Een carrière switch

Ondertussen besefte Masha dat ze een carrière switch wilde gaan maken. Ze vertelt: “Ongeveer twee jaar geleden begon ik een bedrijfsplan te schrijven voor mijn eigen hondenschool. Dit ging met vallen en opstaan. Een burn-out dwingt je om pauzes te nemen, om alles in een langzamer tempo te doen dan dat je gewend bent of zou willen. Het was een project waar soms pauzes van maanden of weken in zaten.

Het plan begon echter steeds meer vorm te krijgen. Als onderdeel van het bedrijfsplan had ik een concurrentieanalyse gemaakt. Ik had andere hondenscholen, -diensten en -trainers in kaart gebracht in regio Delft, waar ik toen woonde. In het voorjaar werd het tijd om te verhuizen. Eén van de factoren waar ik rekening mee hield in de zoektocht naar een nieuwe woning, was of het een gunstige omgeving was om een hondenschool te openen. Ik maakte concurrentieanalyses voor diverse regio’s. De vooruitzichten om in Zeist een hondenschool te openen zagen er goed uit. De beslissing werd gemaakt: we gaan naar Zeist!”

De eerste Corona maatregelen

Ondertussen deed Corona zijn intrede in de maatschappij. In het begin merkte Masha er nog relatief weinig van. “Ik gaf inmiddels al les bij OhMyDog. De eerste impact Corona voelde ik in het voorjaar 2020. Zoals velen wellicht nog zullen herinneren gingen scholen, kinderdagverblijven en nog veel meer organisaties sluiten. Dit zou minstens tot 6 april gaan duren. Ook de hondenschool besloot om te sluiten. Erna werd telkens gekeken of de aanvullende maatregelen gewijzigd konden worden. De blijdschap was groot toen de maatregelen versoepelt werden. Per 1 juni kon de hondenschool weer open. Vanwege de verhuizing ging ik stoppen met lesgeven bij de hondenschool. De cursus zou eindigen in juni, maar dit werd uiteindelijk juli. Natuurlijk wilde ik mijn cursisten wel tot het einde van de cursus begeleiden. Zo schoof mijn planning ook iets op.”

De start van een eigen hondenschool

Vanaf juli kon Masha zich volledig gaan focussen op het openen van een eigen hondenschool. Ze beschrijft het proces: “Ik moest een naam verzinnen voor de hondenschool. Tot mijn verbazing kwam die vrij snel in me op en had ik er daarna ook weinig twijfel over. Het werd: PawFive. Ik schreef me in bij de Kamer van Koophandel. In het begin ben ik me vooral gaan richten op het ontwerpen van cursussen en workshops. Hoe zien de lesplannen eruit? Welke oefeningen komen in welke cursus aan bod? Welke theorie vind ik essentieel om op te nemen in een cursus? Welke informatie wil ik in workshops aanbieden? Daarnaast stortte ik me op nog meer op bijscholing door middel van cursussen, webinars, lezingen en boeken. Per september kwam daar de opleiding Gedragstherapie bij honden bij. Ik ging ook een samenwerking aan met een aantal partners, waaronder Prins Petfoods.”

Eén van de moeilijkste punten bleek het vinden van een geschikte locatie. Zowel het vinden van een binnenruimte als een buitenruimte waar honden zijn toegestaan bleek erg lastig. Masha licht toe: “Vele locaties zoals sportverenigingen stonden er niet voor open, waren te prijzig of te volgeboekt. Wegens Corona moesten verenigingen werken met kleinere groepen en hadden ze hun velden zelf vaker nodig. Het lukte allemaal net niet. Ik begon me af te vragen of het me zou gaan lukken om een plek te vinden waar ik les kon gaan geven. In de zomer kan je nog ’s avonds op een veld lesgeven, met toestemming van de gemeente. Echter was het najaar en het werd steeds eerder donker buiten.”

Een geluk bij een ongeluk

Er kwam verandering toen Masha in contact kwam met de directeur van ‘Stichting tot Steun van de Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht.’ Deze stichting is eigenaar van het Landgoed Beukbergen. Dit landgoed wordt met name gebruikt als conferentieoord voor onderdelen van alle ministeries en overheden. Defensie, Justitie, Brandweer en Politie maken regelmatig gebruik van Beukbergen. Voor de Corona tijd kwamen er dagelijks busladingen vol militairen naar trainingen op het landgoed. In het najaar was het echter ongewoon stil. Masha: “Corona creëerde een kans voor mijn hondenschool, die in normale omstandigheden wellicht niet was ontstaan. Uit een aantal ongebruikte velden mocht ik een veld voor de hondenschool kiezen.”

“Corona creëerde een kans voor mijn hondenschool, die in normale omstandigheden wellicht niet was ontstaan.”

De appelboomgaarde bleek het meest geschikt te zijn voor hondentrainingen. De stichting heeft zelfs extra licht verstralers op de bestaande verlichting geplaatst, zodat het veld ’s avonds voldoende werd verlicht. De hondenschool mag gebruik maken van workshopruimtes en het circa 18 hectare omvattende bosgebied dat behoort tot het landgoed. Voor activiteiten in het bos moet wel rekening gehouden dat de activiteiten niet tegelijk plaatsvinden met activiteiten van het ministerie van Defensie. Hierover zegt Masha: “Een kleine moeite voor zo’n fantastische mogelijkheid.”

Corona & planning

Over de effecten van Corona op haar plannen voor de hondenschool vertelt Masha: “Ik denk graag positief, dus in het begin van het najaar ging ik er nog vanuit dat Corona mijn plannen niet al te veel zou verstoren. Het initiële plan was om per september lessen te gaan geven.” Ondertussen had Landgoed Beukbergen de nodige tijd om de locatie aan te passen aan de nieuwe richtlijnen van het RIVM. Zo werden er vloerstickers aangebracht, barrières geplaatst en minder zitplaatsen gecreëerd in de binnenruimtes.

De planning schoof op richting oktober. Toen werden er nieuwe Corona richtlijnen bekend gemaakt. Buiten mocht met maximaal 4 mensen worden afspreken. Dit gold ook voor trainingen van de hondenschool. Masha deed navraag bij de gemeente Zeist naar de lokale regelgeving. De gemeente bevestigde dat. Masha vertelt: “Dit was in principe geen probleem. Ik zou groepslessen in kleinere groepen gaan geven.

Masha gaat gestaag door met alles tot in de puntjes voor te bereiden voor de opening van PawFive. Meerdere partijen worden benadert voor een samenwerkingsverband. Ze regelt leuke goodies en welkomstpakketten voor de toekomstige cursisten van PawFive. Er werd marketingmateriaal voor PawFive, zoals flyers en posters, ontworpen en besteld. Ondertussen wordt de website gebouwd. Voor extra promotie heeft Masha ook een plan: “Ik ga langs alle dierenwinkels, dierenartsen en trimsalons in de regio om te vertellen over PawFive. Kennismaken, netwerken, eventueel meer samenwerkingen aangaan. Uiteraard neem ik de nieuwe flyers van PawFive mee.” Via haar netwerk werft Masha Gubkina haar eerste collega Maureen Kemeling. Maureen regelt meteen een fotoshoot waarbij er foto’s van Masha, Maureen en hun honden worden gemaakt. De foto’s zijn zowel handig voor de website, als voor een persbericht. Masha vertelt: “Ik besloot een persbericht te schrijven over de nieuwe hondenschool op een unieke locatie. Of dit opgepikt zou worden door regionale media wist ik niet, maar proberen kon geen kwaad.”

Nog meer Corona maatregelen

De opening van de hondenschool kwam steeds dichterbij. Maar hoe positief Masha ook naar dingen kijkt, ze kan niet voorbij de realiteit. En de realiteit is dat er op de persconferentie van 3 november, weer nieuwe Corona-maatregelen bekend gemaakt. Voorlopig mag er buiten niet meer met 4, maar met 2 mensen worden afgesproken. Masha zegt: “Je merkte dat dit een grote impact had op de hondenschool branche. Tot die tijd zag je dat veel hondenscholen in staat waren om op aangepaste, veilige manieren groepslessen te kunnen aanbieden. Er was veel ruimte voor creativiteit en vernieuwing. De groepen werden kleinere gemaakt en velden werden opgesplitst. Met de nieuwe regels kan je alleen privélessen geven en dit is voor veel hondenscholen niet haalbaar. Je ziet voor de 2e keer sinds Corona begon, dat vele hondenscholen hun deuren weer tijdelijk sluiten.” Ook op de plannen voor PawFive heeft dit effect. Masha: “We starten in december met workshops, waarvan we de meeste online gaan aanbieden. We hoopten vanaf januari ook groepslessen te kunnen verzorgen, maar het is echt even afwachten wat er de komende tijd gaat gebeuren.”